Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Omgevingsdiensten gebruiken barrièremodellen in strijd tegen illegale asbestverwijdering

Omgevingsdiensten gebruiken barrièremodellen in strijd tegen illegale asbestverwijdering

Erop toezien dat in de komende acht jaar álle asbest op een veilige manier uit daken in Nederland verwijderd wordt. Dat is de opgave waarvoor omgevingsdiensten nu staan. Omgevingsdienst Regio Arnhem en DCMR Milieudienst Rijnmond vertellen over de barrièremodellen die hen helpen in de strijd tegen illegale, onveilige asbestverwijdering.

Toezicht op asbestverwijdering is een forse taak voor omgevingsdiensten. Niet alleen vanwege het grote aantal asbestdaken in Nederland. Ook omdat bij de verwijdering veel verschillende actoren betrokken zijn. Daardoor blijven overtreders makkelijk buiten beeld. Twee gloednieuwe barrièremodellen bieden omgevingsdiensten nu hulp.

Eerder in actie

Alex te Dorsthorst, toezichthouder Bodem & Ketentoezicht bij Omgevingsdienst Regio Arnhem, ontwierp speciaal voor zijn werkterrein een barrièremodel. “Ik kende het principe van barrièremodellen al van het toezicht op co-vergisting. Een bijeenkomst van het CCV over ondermijning en criminele activiteiten inspireerde me om zelf zo’n model te maken, specifiek voor toezicht op illegale asbestverwijdering.”
Normaal gesproken richten toezichthouders zich op degenen die zich melden wanneer ze asbest gaan verwijderen of verwerken. Toezichthouders controleren dan of alle vergunningen in orde zijn. Te Dorsthorst: “Het barrièremodel helpt toezichthouders juist om degenen die verkeerd te werk gaan in beeld te krijgen en barrières op te werpen tegen hun overtredingen.”
“Voor het inrichten van het model heb ik me samen met specialisten van de omgevingsdienst en van de gemeente Rheden ingeleefd in een crimineel”, vertelt Te Dorsthorst. “Met wie krijg ik te maken als ik asbest ga verwijderen? Waar haal ik asbest vandaan en waar laat ik het vervolgens?” Met de antwoorden op die vragen hebben we de verschillende onderdelen van het model – zoals de informatie over gelegenheden, dienstverleners en partners – ingevuld.
“Voor het inrichten van het barrièremodel heb ik me ingeleefd in een crimineel.”
Ook DCMR Milieudienst Rijnmond ziet heil in het barrièremodel. Frans Coehoorn, beleidsadviseur bij DCMR: “Dankzij het barrièremodel dat wij ontwikkelden over de gehele keten rond asbestverwijdering kunnen inspecteurs en toezichthouders eerder in de keten optreden. Nu komen omgevingsdiensten pas in actie na een asbestmelding in het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen. Dankzij het zicht op de gehele keten verschuift de actie naar voren. Omgevingsdiensten krijgen dan al een rol bij opsporing en sanering. We gaan van repressie naar preventie.”

Opmerkelijke combinaties

Data vergelijken en risico’s opsporen, dat zijn volgens Te Dorsthorst de belangrijkste inzichten die de barrièremodellen hebben opgeleverd. “Ons model bevat lijsten met plekken waar asbest ligt, lijsten van bedrijven waar asbest gedumpt kan worden en lijsten van bedrijven die asbest mogen verwerken. Toezichthouders vergelijken die lijsten. Op opmerkelijke combinaties gaan ze vervolgens af.” Denk aan een bedrijf dat veel meer asbest binnenkreeg dan het mag verwerken. Of een bedrijf dat asbest verwijdert, maar geen afvallocatie bekend heeft gemaakt.
“Dankzij het barrièremodel krijgen omgevingsdiensten al een rol bij opsporing en sanering. We gaan van repressie naar preventie.”
Omgevingsdienst Regio Arnhem test het model nu in de gemeente Rheden. Te Dorsthorst: “We voeren nu de eerste onderzoeken uit bij bedrijven die asbest inzamelen. Vervolgens rollen we onze aanpak uit over de rest van de regio. We willen uiteindelijk alle bedrijven die te maken krijgen met asbest in de gaten houden. In april presenteren we de eerste resultaten aan de verantwoordelijken en opdrachtgevers van Omgevingsdienst Regio Arnhem. We laten dan zien hoe deze nieuwe manier van toezichthouden op milieucriminaliteit werkt en wat de effecten zijn.”

Risicogericht in actie

DCMR gebruikt het model om zicht te krijgen op gelegenheden voor illegale activiteiten, bij aanvankelijk legale asbestsaneringen. Coehoorn: “We brengen nu in kaart welke partijen een rol spelen in het toezicht op asbestverwijdering. Vervolgens kunnen we met toezichtpartners in gesprek over de wijze van samenwerking om barrières op te werpen.”
Tessa van der Veer, criminoloog bij DCMR: “Omgevingsdiensten hebben een taak in het ketenbeheer. Maar hoe die taak precies ingevuld moet worden, is voor diensten soms nog onduidelijk. Het barrièremodel laat zien welke actor waar in de keten welke taak heeft. Het instrument kan op deze wijze ondersteuning bieden bij het uitvoeren van ketentaken.”
Coehoorn: “Is het model eenmaal ingevuld, dan gaan we in overleg met onze inspecteurs om hen te informeren over inhoud en mogelijkheden van het model. Het barrièremodel moet een van de tools worden om risicogericht in actie te komen wanneer een asbestzaak boven water komt. Welke barrières kunnen we opwerpen en op welk moment in de keten kunnen we dat het beste doen om de grootste risico’s af te wenden?”

Wat is een barrièremodel?

Een barrièremodel maakt inzichtelijk welke drempels veiligheidspartners kunnen opwerpen tegen criminele activiteiten. Het gehele criminele proces wordt in kaart gebracht en per processtap wordt gekeken wie een mogelijkheid heeft om in te grijpen.

Barrièremodellen maken duidelijk welke dienstverleners, gelegenheden, indicatoren en partners komen kijken bij een bepaald crimineel verschijnsel. De modellen laten vervolgens zien welke drempels kunnen worden opgeworpen om criminaliteit aan te pakken.

Organisaties die zich bezighouden met opsporing, toezicht en handhaving kunnen via een online platform van het CCV verschillende barrièremodellen inzien. En zelf een model ontwikkelen. Er zijn al barrièremodellen over onder meer loverboys, hennepteelt en mobiele bendes.