Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Toezicht aan tafel

Foto: Corbis

Toezicht aan tafel

Om de kwaliteit van het Nederlandse toezicht op peil te houden, is een voortdurende dialoog tussen toezichthouders en hun stakeholders cruciaal. Reden voor de Inspectieraad om een aantal dialoogtafels te organiseren. Voorzitter Jan van den Bos vertelt over nut en noodzaak van deze gesprekken.

Waarom dialoogtafels?

“Aanleiding waren ons Werkprogramma samenwerkende rijksinspecties 2014 en het rapport ‘Toezien op publieke belangen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Deze publicaties leverden vragen op zoals: wat is de rol van rijksinspecties? Wat houdt onze onafhankelijke positie in? Hoe kunnen we onze rol het beste vormgeven richting beleid, werkveld en burgers? Over die vragen wilden we in gesprek met onze omgeving. Om onze eigen visie op wat goed toezicht is te delen én te verrijken met de inzichten van stakeholders. Wat vinden wij belangrijk en wat verwachten zij van ons?”
‘De dialoog heeft geleid tot een duidelijk beeld van hoe we de komende periode als rijksinspecties het toezicht verder kunnen verbeteren.’

Jan van den Bos, Voorzitter Inspectieraad

Wie namen er deel aan deze dialogen?

“De gesprekken vonden plaats tijdens kleine, informele bijeenkomsten met tien tot vijftien deelnemers. Leden van de Inspectieraad gingen in gesprek met vertegenwoordigers van beleidsdepartementen, van werkvelden waarop we toezicht houden (bedrijfsleven, onderwijs, gezondheidszorg, etc.) en van collega-organisaties (zoals gemeenten, Regionale Uitvoeringsdiensten, markttoezichthouders). Steeds werd iedere gesprekstafel zo divers mogelijk samengesteld. Om er voor te zorgen dat iedereen vrijuit kon spreken, werd er niet genotuleerd.
De meeste bijeenkomsten vond plaats in 2014. In 2015 hebben we ter afsluiting nog twee dialoogtafels georganiseerd: een met uitsluitend markttoezichthouders en een met ervaren bestuurders en ex-politici. Met als doel om de bevindingen uit de eerste reeks te toetsen.”

Welke inzichten hebben de dialoogtafels opgeleverd?

“Het eerste inzicht is dat er brede overeenstemming bestaat over de belangrijke zaken rond toezicht. Bijvoorbeeld dat de waarde van toezicht ligt in de bijdrage aan publieke belangen als veiligheid en kwaliteit van publieke dienstverlening. En dat de onafhankelijke positie van rijksinspecties daarbij voorop moet staan. Maar ook is er een breed besef dat de signalerende en agenderende functie van toezichthouders – zowel voor het beleid als voor het werkveld – steeds belangrijker wordt.
Een tweede belangrijke conclusie is dat het goed is om op deze manier met elkaar in gesprek te gaan. Dat is ook letterlijk wat ik van veel gesprekspartners gehoord heb: goed dat jullie dit zo doen. Het leidt tot begrip voor elkaars werelden en stelt ons in staat om onze visie verder vorm te geven. Daarom willen we de dialoog de komende jaren voortzetten, bijvoorbeeld in de vorm van werkbezoeken.”

Hoe verhouden de dialoogtafels zich tot de nieuwe Toezichtagenda van de Inspectieraad?

“De dialoog heeft geleid tot een duidelijk beeld van hoe we de komende periode als rijksinspecties het toezicht verder kunnen verbeteren. Die inzichten liggen mede ten grondslag aan de Agenda voor goed toezicht die we nu hebben opgesteld. Daarin komen belangrijke thema’s uit de dialogen terug. Denk aan de verbetering van de signalerende en agenderende functie van inspecties en de ambitie om transparant en opbrengstgericht te werken. Maar ook verdere professionalisering en de verankering van de onafhankelijke positie van rijksinspecties staan op de agenda.”

“Het doel van deze agenda is onze bijdrage aan het publiek belang te optimaliseren door zo effectief en efficiënt mogelijk toezicht te houden. Dat is uiteindelijk waar het om draait. De samenleving moet kunnen vertrouwen op een zo veilig mogelijke leef- en werkomgeving, op veilig voedsel, op goede kwaliteit van zorg en onderwijs, op eerlijke concurrentieverhoudingen en adequate bestrijding van fraude. Daarin ligt de waarde van ons toezicht”.