Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Responsief toezicht: it takes two to tango

Responsief toezicht:
it takes two to tango

Responsief toezicht is een lonkend perspectief voor toezichthouders, maar de praktijk is weerbarstig. Succesvol responsief toezicht vraagt veel van de ‘zachtere’ vaardigheden van zowel inspecteurs als ondernemers, aldus columnist Frédérique Six.

Lastenluwer toezicht en handhaving voor ondernemers. Dat was het onderwerp van een recent advies aan het kabinet van het Adviescollege toetsing regeldruk Actal. Een van de aanbevelingen uit het rapport is om de ontwikkeling van ‘soft skills’ van toezichthouders en handhavers te bevorderen. Volgens MKB’ers in de glastuinbouw die voor het adviesrapport van Actal werden geïnterviewd, laat het gedrag van inspecteurs nog te wensen over.

Actal verwijst in het kabinetsadvies naar John Braithwaite’s interventiepiramide. Dit responsief toezichtmodel, waarin de keuze voor interventies wordt gebaseerd op een risicoanalyse, is populair onder Nederlandse toezichthouders vanwege de eenvoud en elegantie. Maar wetenschappelijk onderzoek (van onder meer Peter Mascini en Eelco van Wijk en van Henk de Bunt en collega’s) heeft laten zien dat de praktijk weerbarstig is.
Die weerbarstigheid komt naar mijn idee vooral doordat Braithwaite onvoldoende oog heeft voor de interpersoonlijke en reflectieve vaardigheden van inspecteurs én ondernemers – de soft skills die volgens Actal wel wat beter mogen. Braithwaite ziet over het hoofd hoe complex en uitdagend de responsieve interacties tussen toezichthouders en ondertoezichtgestelden kunnen zijn.

Neem allereerst het werk van inspecteurs en handhavers. Volgens Braithwaite hebben toezichthouders onderin de interventiepiramide vertrouwen in ondernemers. Regelnaleving wordt dan bevorderd door onder andere uitleg, overtuigingskracht en waarschuwingen – eventueel gevolgd door een boete. Braithwaite veronderstelt hier dat inspecteurs een basishouding van vertrouwen hebben en hun oordeel opschorten totdat de inspectie is afgerond. Maar gebeurt dat wel altijd?

Dan de volgende fase: na een inspectie krijgen ondernemers het oordeel te horen. Maar beschikken inspecteurs over de interpersoonlijke vaardigheden om de boodschap goed over te brengen? En bezitten ze de reflectieve vaardigheden om uitdagende, zich verzettende ondernemers te woord te staan? Hoe rolvast kunnen inspecteurs blijven? Het genoemde onderzoek van Mascini en Van Wijk laat zien dat dat niet altijd lukt.

Een opbouwende interactie tussen toezichthouders en ondertoezichtgestelden komt van twee kanten. Hoe genuanceerd en responsief de oordelen van inspecteurs ook zijn, als ondernemers de communicatie niet zo ervaren, blijft het effect op het gedrag van de ondernemer nul. Responsief toezicht stelt dan ook net zo goed eisen aan inspecteurs als aan ondernemers. Want ook de ondertoezichtgestelden moeten voldoende interpersoonlijke en reflectieve vaardigheden hebben en open staan voor beïnvloeding door inspecteurs. Aan deze competenties ontbreekt het nog wel eens, zeker als ondernemers wantrouwend staan tegenover de overheid of moeite hebben om feedback te ontvangen. En dan helpt het natuurlijk niet dat van sommige regels het nut niet wordt ingezien (zoals ik al schreef in mijn vorige column).

Kortom, responsief toezicht is mensenwerk, met inspecteurs en ondernemers die wel eens niet lekker in hun vel zitten, die elkaar verkeerd begrijpen of die van mening verschillen. Responsief toezicht kan daarom alleen werken bij een constructief samenspel tussen een toezichthouder en een ondernemer, waarbij elk de eigen rol goed vervult én de rol van de ander erkent. Ook in de wereld van toezicht geldt: it takes two to tango.