Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
SGP: Diepgravende controles leiden niet tot beter onderwijs

Foto: Sijmen Hendriks / Hollandse Hoogte

SGP: Diepgravende controles leiden niet tot beter onderwijs

Roelof Bisschop, Tweede Kamerlid voor de SGP, wil met een wetswijziging duidelijkheid scheppen over de taken en bevoegdheden van de Onderwijsinspectie. “Wanneer je het onderwijs in grote mate overlaat aan de professionals, ontstaat er ruimte voor goed werkend zelfbeheer.”

Een herziening van de taken en bevoegdheden van de Onderwijsinspectie. Daarover gaat het wetsvoorstel dat Roelof Bisschop samen met collega’s Van Meenen (D66) en Rog (CDA) in het najaar van 2014 indiende bij de Tweede Kamer. Het voorstel is inmiddels in behandeling door de kamer en wordt naar verwachting in 2016 van kracht.

Wat moet er anders aan het toezicht op het Nederlandse onderwijs?

“Laat ik vooropstellen dat ik veel waardering en respect heb voor de inzet van de Onderwijsinspectie. Maar de schoen wringt bij de uitvoering van toezichttaken. Het onderwijs zucht en kreunt onder de regeldruk en de bemoeizucht van de Onderwijsinspectie. Die is doorgeslagen vanuit de denklijn dat kwaliteit is af te lezen uit scores op checklists en indicatoren. Zo beoordeelt de inspectie bijvoorbeeld letterlijk de kwaliteit van de les op het aantal minuten dat een docent besteedt aan verschillende lesonderdelen. De enige die daar baat bij hebben, zijn de mensen die hun brood verdienen met deze inspecties.

Onderwijs is een relationeel proces, waarin de omgang tussen docent en leerling minstens zo belangrijk is als de examenuitslagen. De aanname dat een eindeloze lijst van kwaliteitseisen beter onderwijs oplevert, is onjuist. Een school moet aan de wettelijk vastgestelde deugdelijkheidseisen voldoen. Punt. Overige aandachtspunten zijn prima, maar horen op een facultatieve lijst. Het is aan een school daarin keuzes te maken, en die helder te omschrijven in een schoolplan.”

Wat levert de voorgestelde herziening van toezichtstaken uiteindelijk op?

“Ik ben er van overtuigd dat als je scholen uitdaagt om te doen waar ze goed in zijn, de kwaliteit van het onderwijs toeneemt. Dat wanneer je het onderwijs in grote mate overlaat aan de professionals, er ruimte ontstaat voor goed werkend zelfbeheer. Nu slaat dat ene beoordelingskader van de Onderwijsinspectie de bevlogenheid waarmee jonge docenten het onderwijs ingaan binnen een paar jaar dood. Het ontbreekt aan ademruimte voor schoolleiding en docenten om op hun best te zijn.

Ik heb zelf jarenlange onderwijservaring – als docent en als directeur – en moet er niet aan denken dat iemand mij komt vertellen hoe een les eruit moet zien. Als scholen doen waarvoor ze in ons voorstel de ruimte krijgen, zal het effect zijn dat onderwijs weer meer gaat over vorming en de overdracht van kennis.”

Zijn scholen klaar voor de benodigde zelfreflectie?

“Natuurlijk vragen een nieuwe manier van inspecteren en een nieuwe mate van vrijheid om een overgangsperiode. Als je vijftien jaar gewend bent om aan de checklijsten te voldoen en plusjes te scoren, dan is de omslag van data-gestuurd naar visie-gedreven onderwijs even wennen. Maar na die overgangsperiode kunnen scholen prima aan de verwachtingen voldoen. Ik hoop dat het straks in de docentenkamer minder gaat over inspectierapporten en cao-voorwaarden en meer over de inhoud van goed onderwijs.”

Wat verandert er voor de Onderwijsinspectie?

“Het nieuwe toezicht, zoals wij dat voor ons zien, richt zich vooral op de handhaving van de wettelijk bepaalde deugdelijkheidseisen, inclusief het opleggen van eventuele sancties als een school daaraan niet voldoet. Dat is de waarborg voor voldoende kwaliteit. Die deugdelijkheidseisen kunnen overigens best een poetsbeurtje gebruiken, maar wat ons betreft vormen ze een goede basis.

Naast de handhaving van die deugdelijkheidseisen krijgt de inspectie in ons voorstel vooral een ondersteunde taak. Als de visie in het schoolplan of de uitwerking ervan aanleiding zouden geven tot een gesprek tussen school en inspecteur, dan moet dat zeker worden gevoerd. De kennis en expertise van de Onderwijsinspectie komen daarbij uitstekend van pas. Op die manier functioneert de inspectie als een critical friend die een school niet afrekent aan de hand van extensieve checklijsten, maar een spiegel voorhoudt.”

Wie is Roelof Bisschop?
Roelof Bisschop is sinds 2012 lid van de Tweede Kamerfractie van de SGP. Eerder werkte hij in het onderwijs: als docent geschiedenis in Veenendaal en Gouda en als schooldirecteur in Rotterdam. Hij was daarnaast twintig jaar gemeenteraadslid voor de SGP in Veenendaal. Zijn loopbaan startte in 1993, toen hij als historicus promoveerde aan de Universiteit Utrecht.