Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Toezicht tegen het licht: "Er is niet één goede manier om toezicht uit te oefenen"

Toezicht tegen het licht: "Er is niet één goede manier om toezicht uit te oefenen"

Een goede toezichthouder moet een schaap met vijf poten zijn. Geen wonder dat toezicht zelden aan alle verwachtingen kan voldoen. “Toezichthouders hebben een dikke huid nodig”, zegt Tetty Havinga, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit en een van de redacteuren van de essaybundel Toezicht tegen het licht.

Toezicht tegen het licht: “Hoeveel toezicht heeft een samenleving eigenlijk nodig? Na een incident is steevast de roep te horen om meer toezicht. Tegelijkertijd streeft de overheid naar minder regeldruk, en liggen toezichthouders in tijden van bezuinigingen nogal eens onder vuur. Over deze vragen en ontwikkelingen gaat de bundel Toezicht tegen het licht, onder redactie van Tetty Havinga, Paul Verbruggen en Henri de Waele. Auteurs uit verschillende wetenschappelijke disciplines verkennen de kansen en knelpunten van toezicht op diverse terreinen. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, bankensector, openbare ruimte, advocatuur en voedingsindustrie.

Toezicht tegen het licht
Kernwaarden, kansen en knelpunten
Uitgave: Wolters Kluwer

Waarom een boek over de kernwaarden, knelpunten en kansen van toezicht?

“Toezicht staat sterk in de maatschappelijke belangstelling. Grote kans dat als je een krant openslaat, er een artikel in staat dat te maken heeft met toezicht. Het wetenschappelijke onderzoek vindt plaats vanuit uiteenlopende disciplines en gaat over allerlei terreinen – van toezicht op de bankensector tot toezicht in het publieke domein. Dat roept de vraag op: zijn er gemeenschappelijke thema’s? Vandaar deze bundel, waarin het gaat over kwesties zoals: Welke kant gaat het op met toezicht? Wat zijn de vraagstukken van vandaag?

Vaststaat dat de onafhankelijkheid van toezichthouders – ten opzichte van ondertoezichtgestelden en ministeries – een vast discussiepunt is, ongeacht de sector. In de voedselindustrie speelt praktisch dezelfde discussie als bij het financiële toezicht. De uitdaging is om daarbij een evenwicht te vinden. Onpartijdigheid is voor een toezichthouder belangrijk, maar contact met ondertoezichtgestelden is noodzakelijk om over voldoende kennis te beschikken. En onafhankelijkheid ten opzichte van het departement voorkomt dat toezichthouders door de waan van de dag geleefd worden. Tegelijkertijd is het logisch dat er afstemming plaatsvindt over bijvoorbeeld prioriteiten. Kortom: er is niet een simpele formule om de onafhankelijke positie van toezichthouders te beoordelen.”

Wat zijn de opvallendste inzichten uit het boek?

“In zijn bijdrage aan de bundel signaleert voormalig Ombudsman Alex Brenninkmeijer dat een aantal toezichthouders het als primaire taak lijkt te zien om bewindslieden uit de wind te houden. Dat is een uiterst zorgwekkende ontwikkeling.

Een andere opmerkelijke trend is dat de politieke discussie steeds meer in het teken is komen te staan van de kosten van toezicht en de regeldruk voor bedrijven. Naar verhouding is er weinig aandacht voor het nut en de baten van toezicht. Toezichthouders kunnen actiever laten zien wat hun nuttige bijdrage aan de samenleving is.

Daarnaast maakt de essaybundel vooral duidelijk dat er niet één goede manier is om toezicht uit te oefenen. Dat is misschien meteen de reden dat er zoveel discussie is over toezicht. Het is onmogelijk om als toezichthouder alle ambities waar te maken en iedereen tevreden te stellen. Toezichthouders hebben een dikke huid nodig.”

Welke lessen uit deze publicatie zijn te trekken voor de Nederlandse toezichtpraktijk?

“Mijn bijdrage aan de bundel gaat over toezicht op de voedselindustrie. Daarin schrijf ik dat goed toezicht gezaghebbend, inspirerend, deskundig, overtuigend, sanctionerend, stimulerend, onpartijdig, kritisch, professioneel, communicatief, reflectief, transparant, aanwezig, slagvaardig, responsief én motiverend moet zijn. Kortom, een goede toezichthouder is een schaap met vijf poten. Toezichthouders zijn doorgaans ook ambitieus. Maar het is echt onmogelijk om alle verwachtingen waar te maken.

Tegelijkertijd zijn sommige toezichthouders geneigd om zich heel formeel op te stellen. Denk aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), die signalen van patiënten – hoe veelvuldig ook – niet oppikt omdat de afhandeling van individuele klachten geen taak is van de IGZ. Daarnaast willen toezichthouders soms het beleid heel precies in allerlei nota’s en visiedocumenten vastleggen. Maar het is de vraag in hoeverre zo’n kader bij contacten tussen bedrijven en inspecteurs werkelijk aan de orde komt.”