Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Barrièremodel met een luchtje

Foto: Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte

Barrièremodel met een luchtje

Het zou niet te realiseren zijn: een barrièremodel voor milieutoezicht en -handhaving. Te veel partijen, te complexe problematiek en een te onoverzichtelijk proces. De Gelderse Omgevingsdiensten en de Overijsselse Uitvoeringsdiensten wilden het toch proberen. Twee jaar later blijkt het onmogelijke toch mogelijk en presenteren zij het digitale barrièremodel co-vergisting.

Co-vergisting is een proces waarbij groene energie wordt opgewekt uit dierlijke mest en een ander organisch product. Deze biomassa wordt in de co-vergistingsinstallatie door bacteriën omgezet naar biogas. Op deze manier kon er iets nuttigs worden gedaan met het mestoverschot en organische restproducten. De ultieme duurzame energiebron, zo dacht men rond de eeuwwisseling.

Minder nobele doeleinden

Maar het duurde niet lang voordat co-vergisters ook voor minder nobele doeleinden werden ingezet. In een co-vergister mogen, naast mest, alleen organische producten worden verwerkt die zijn opgenomen in de Bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (ook wel aangeduid als de ‘positieve lijst’). In de praktijk blijkt echter dat (tussen) handelaren ook andere, gevaarlijke, stoffen toevoegen aan het afval dat uiteindelijk gebruikt wordt in de co-vergisters. Een praktijk die in het gehele ketenproces – van de afvalinzameling tot aan de co-vergisting – voorkomt.

“Dit afval wordt na het vergistingsproces voor een deel als mest over landbouwgrond verspreid; met alle schadelijke gevolgen van dien. Denk bijvoorbeeld aan de verontreiniging van grond- en oppervlaktewater.” Aan het woord is Edwin Lipholt van de Overijsselse Uitvoeringsdiensten. Lipholt deed samen met zijn collega Priscilla van Hal van de Gelderse Omgevingsdiensten onderzoek naar de risico’s, gevaren en gelegenheden voor criminaliteit binnen de co-vergistingsketen.

“Hoewel er bij het grote publiek weinig bekend is over deze vorm van afvalfraude, zijn de schaal en omvang aanzienlijk”, vertelt Jacco Lievaart. Hij is als programmamanager van het Team Ketentoezicht werkzaam voor de Gelderse Omgevingsdiensten. “Het onderwerp is een landelijk probleem met flinke risico’s. In het Regionale Dreigingsbeeld Oost-Nederland 2015-2017 is co-vergisting zelfs als een prioritair onderwerp benoemd”, aldus Lievaart. Een bestuurlijke tactische analyse door het Team Ketentoezicht Gelderse Omgevingsdiensten en de Overijsselse Uitvoeringsdiensten maakte de problematiek en de risico’s inzichtelijk.

Uit de onderzochte stukken kwam naar voren dat de risico’s en gevaren grote vormen kunnen aannemen. Zo wordt fraude binnen het co-vergistingsproces in eerdere onderzoeken genoemd als een mogelijke bron voor het veroorzaken van uitbraken van varkenspest. Daarnaast hebben onderzoekers een link gelegd met de uitbraak van Creutzfeldt-Jakob, de Gekke Koeienziekte (BSE) en diverse Dioxine-schandalen. Bovendien zijn in België en Duitsland mensen overleden door ontplofte installaties en vergiftiging, nadat stoffen samenkwamen die niet met elkaar gemengd hadden mogen worden.

Ondermijning en oneerlijke concurrentie

“Naast de gevaren voor de dieren- en volksgezondheid, is er sprake van ondermijning en oneerlijke concurrentie”, vertelt Lievaart. “De ‘rotte appels’ creëren een ongelijk speelveld en benadelen de welwillende bedrijven. Bedrijven kunnen gefrustreerd raken als ze merken dat kwaadwillende bedrijven beter worden van hun ‘slechte’ gedrag en niet worden aangepakt. Waarom zouden zij zich dan wel netjes aan de regels houden?”

Het ideale middel

Lipholt: “We hebben het gehele ketenproces in kaart gebracht. Vervolgens zijn we per stap nagegaan welke partijen een rol spelen. Zowel aan de productiekant als aan de kant van het toezicht en de handhaving.” “Als je weet wie wat wanneer doet, kun je bepalen welke partijen een rol spelen bij de aanpak van de illegale activiteiten,” vult Lievaart aan. Het was toen alleen nog zaak om al deze informatie in een overzichtelijk model te gieten. Hiervoor werd het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) benaderd. “Ik wist dat het CCV een digitaal barrièremodel voor de aanpak van hennepteelt had ontwikkeld. Wij hadden iets soortgelijks voor ogen.”

Luuk Olsthoorn, adviseur Bestuurlijke Aanpak bij het CCV, was meteen enthousiast. “Toezichthouders zijn een belangrijke doelgroep voor ons. Daarnaast sloeg ik aan omdat het gaat om milieucriminaliteit.” Volgens Olsthoorn is een barrièremodel het ideale middel om criminele activiteiten in een legaal ketenproces overzichtelijk te presenteren. “Het model toont per ‘productiefase’ welke signalen wijzen op fraude, welke partners er bij de bestrijding betrokken zijn en welke mogelijkheden zij hebben om het criminele proces te verstoren.”

Volgens Lipholt kunnen toezichthouders en handhavers met het model zien wie het beste kan ingrijpen. “Het helpt om het plaatje scherp te krijgen. Binnen het ketenproces, kun je nu per onderdeel kijken wie de beste kaarten heeft om een barrière op te werpen; welke organisatie de beste stok heeft om mee te slaan. Maar het geeft ook handvatten om organisaties te informeren en aan te spreken op hun rol.”

Strategie bepalen

Dit laatste zal volgens Lievaart hard nodig zijn om milieucriminaliteit binnen de keten van co-vergisting effectief aan te pakken. “Geen enkele organisatie kan dit probleem alleen oplossen. Op dit moment is het toezicht nog erg versnipperd. Zolang de keten niet op orde is, zal het probleem niet verdwijnen. Organisaties zijn nog te veel gericht op de eigen onderdelen binnen het proces. Daardoor weten partijen niet precies van elkaar wat ze doen of zouden moeten doen.”

Het barrièremodel kan hier volgens Lipholt verandering in brengen. “Het geeft toezichthouders inzicht in het keten- en productieproces van co-vergisting. Maar het kan ook helpen om de andere instanties, zoals gemeenten en politie, te informeren over hoe ze kunnen bijdragen om deze vorm van milieucriminaliteit aan te pakken.” Olsthoorn knikt: “Je kunt aan de hand van het model samen een strategie bepalen. Er zijn vaak meer mogelijkheden. Ook minder voor de hand liggende organisaties kunnen een belangrijke rol spelen. Bij fraude wordt bijvoorbeeld al gauw gekeken naar het strafrecht, maar soms is ingrijpen door de Belastingdienst veel effectiever. Voorop staat dat het probleem wordt aangepakt, welke organisatie dat uiteindelijk doet en hoe, is van secundair belang.”