Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Angst voor reputatieschade stimuleert regelnaleving

Foto: Erven Rob Cloosterman / Hollandse Hoogte

Angst voor reputatieschade stimuleert regelnaleving

Speelt de reputatie van bedrijven een rol in de toezichtpraktijk? Is angst voor imagoschade een goede motivatie voor ondernemers om regels na te leven? Marieke Kluin, universitair docent aan de Universiteit Leiden, vertelt over de verbanden tussen imago, regelnaleving en toezicht.

Explosies bij Shell Moerdijk, de brand bij Chemie-Pack en het paardenvleesschandaal. Het zijn voorbeelden van reputatieschade die bedrijven kunnen oplopen als regels niet worden nageleefd. De risico’s van imagoschade zijn meer dan theoretisch in de chemiesector en bij bedrijven die vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (BRZO), die dagelijks te maken hebben met risicovolle operaties én complexe wetgeving. Marieke Kluin, die jarenlang onderzoek deed naar regelnaleving bij chemische bedrijven in de regio Rotterdam-Rijnmond, signaleert een trend: transparantie over toezicht- en inspectieresultaten wordt steeds vaker een instrument om regelnaleving te beïnvloeden. Daarbij spelen imagoaspecten een sleutelrol.

De rol van het bedrijfsimago in de toezichtpraktijk

“Inspecteurs die controles uitvoeren op naleving van BRZO-wetgeving hebben natuurlijk voorafgaand aan het bezoek een indruk van het bedrijf. Maar die houding is vooral gebaseerd op eigen informatie: een inspecteur verdiept zich in de systemen en databases van de dienst om te kijken wat er al bekend is. De meeste inspecteurs die ik voor mijn onderzoek sprak, hadden een goed beeld van hoe een bedrijf in de voorgaande drie tot vijf jaar had gepresteerd. Dat komt ofwel omdat ze er zelf eerder inspecties hebben uitgevoerd ofwel omdat een collega een inspectieverslag had gemaakt. Inspecteurs weten niet altijd wat er tien jaar geleden precies bij bedrijven gebeurde. Bijvoorbeeld omdat tijdens inspecties ook wel eens overtredingen worden opgelost – en daarover wordt niet altijd eenduidig gerapporteerd.
Een zeker vooroordeel heeft een inspecteur altijd als het gaat om bedrijven die positief dan wel negatief in het nieuws zijn gekomen. Maar er zijn geen aanwijzingen dat inspecteurs zich daardoor ook laten beïnvloeden bij hun rapportages. Ze bekijken de situatie ter plekke aan de hand van een aantal thema’s en die feitelijke bevindingen leggen ze gewoon naast de relevante wet- en regelgeving.”

De invloed van potentiële imagoschade op regelnaleving

“Uit mijn promotieonderzoek blijkt dat minder dan 25% van de onderzochte BRZO-bedrijven wet- en regelgeving naleeft vanuit de overtuiging dat dit vanzelfsprekend is. Regelnaleving is voor deze koplopers onderdeel van een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering. Die visie wordt uitgedragen in een mission statement, maar ook in de dagelijkse werkpraktijk en in de opstelling tegenover inspecties. In hoeverre zo’n doelstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt, verschilt per bedrijf. Iedereen is het er wel over eens dat grote risicovolle incidenten beter voorkomen kunnen worden, maar er is niet altijd een vaste procesbeschrijving van de werkwijze die daarvoor nodig is. Een olieraffinaderij pakt dat anders aan dan bijvoorbeeld een afvalbedrijf.
Het is wel duidelijk dat het speelveld waarbinnen bedrijven en inspecties opereren de laatste jaren is verhard. Er is meer maatschappelijke en politieke aandacht voor de effecten van toezicht, waardoor bedrijven zich bewuster zijn van de mogelijke gevolgen van publiciteit over hun naleefgedrag. In mijn onderzoek onder vijftien chemische bedrijven in de periode tussen 1999 en 2011 constateerde ik trouwens dat er minstens negentig incidenten hebben plaatsgevonden. Slechts enkele daarvan konden op media-aandacht rekenen – en meestal maar in zeer beperkte mate. Veel incidenten vinden plaats achter gesloten deuren of zijn niet interessant genoeg voor landelijke media.”

Aandacht voor imagoaspecten bij toezichthouders en ondertoezichtgestelden

“Toezichthouders zijn zich tegenwoordig sterk bewust van de beeldvorming bij externe partijen, zoals omwonenden of milieuorganisaties. Door meer transparantie over inspectieresultaten krijgen deze stakeholders inzicht in wat er achter de schermen gebeurt – en kunnen ze er actie op ondernemen.
Ook bedrijven beseffen steeds meer dat ze inspectieresultaten niet zomaar kunnen wegstoppen. De publicatie van inspectierapporten leidt tot reflectie op de mogelijke gevolgen voor hun reputatie. Er zijn zelfs ondertoezichtgestelden die geneigd zijn om te onderhandelen over wat er naar buiten gebracht wordt. Maar mijn indruk is dat toezichthouders behoorlijk standvastig zijn en er zijn voldoende voorbeelden van toezichthouders die ondanks de pressie vanuit bedrijven, toch volledig publiceren wat er is geconstateerd.”

Good practices voor toezichthouders die aan de slag willen met imagofactoren

“Na de brand bij Chemie-Pack in 2011 is er een risicoscan gemaakt bij vergelijkbare bedrijven. De namen van de bedrijven die hierin slecht scoren, zijn online openbaar gemaakt. Dit heeft ertoe geleid dat bedrijven in de chemiesector beter zijn gaan nadenken over mogelijke gevolgen van incidenten.
Sinds juni 2015 moeten BRZO-bedrijven meer openheid geven over inspectieresultaten. Op de website van BRZO+ zijn al zo’n honderd samenvattingen te vinden van de inspectieresultaten van gecontroleerde bedrijven. Dit soort transparantie stimuleert bedrijven tot betere regelnaleving.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid was in het rapport over de explosies bij Shell Moerdijk heel kritisch over de interne toezichtstructuur. “Van een bedrijf als Shell dat zich profileert als voorloper op het gebied van veiligheid en ook als zodanig bekend staat bij de toezichthouders, verwacht de Onderzoeksaad een kritische blik op de eigen processen en veiligheidsprocedures”, zo is te lezen in het persbericht bij het rapport. De Onderzoeksraad pleit er terecht voor dat de opgedane kennis en ervaring binnen de petrochemische industrie beter wordt gedeeld. De bedrijven werken veel samen bij opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen en zo’n ketenaanpak zou ook op het vlak van toezicht voor de hand liggen. En als de inspectieresultaten voor iedereen zichtbaar zijn, kunnen bedrijven elkaar scherp houden op wat er goed gaat en beter kan.”

Positieve toon van BRZO-bedrijven over inspecties

Optimale risicobeheersing op het gebied van veiligheid, arbeidsomstandigheden, milieu en water bij bedrijven die gevaarlijke stoffen vervoeren of opslaan. Dat is het doel van BRZO+, een programma van Rijkswaterstaat dat in 2014 van start ging.

Een van de instrumenten om de kwaliteit van het toezicht op de zogenoemde BRZO-bedrijven in beeld te brengen is het Belanghebbenden Tevredenheid Onderzoek (BTO). Recent verscheen het verslag van de derde editie van het onderzoek, dat de mening van geïnspecteerde bedrijven over het toezicht op een rij zet.
Uit het nieuwe BTO blijkt onder meer dat de meerderheid van de respondenten van mening is dat de inspecties een meerwaarde hebben voor hun veiligheidsprestaties. “Een onafhankelijke en scherpe deskundige blik van de overheid houdt het bedrijf scherp”, zo vat de rapportage de meningen samen. Andere positieve uitkomsten: bedrijven ervaren een BRZO-inspectie als een integraal geheel. En de competenties van de inspecteurs worden als redelijk tot goed beoordeeld. Een aandachtspunt is het inspectierapport. Voor een aantal bedrijven kwamen de conclusies daarin als een verrassing, terwijl het natuurlijk de bedoeling is dat de bevindingen van de inspecteurs al tijdens het bezoek worden gecommuniceerd.