Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
"Een goed gesprek tussen certificeerder en toezichthouder is er niet of nauwelijks"

"Een goed gesprek tussen certificeerder en toezichthouder is er niet of nauwelijks"

Certificerende instellingen en toezichthouders moeten vaker met elkaar in gesprek vanuit een open houding. Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek naar de relatie tussen certificatie van managementsystemen en het publieke toezicht daarop. "Bij incidenten of overtredingen roepen toezichthouders al snel dat het certificaat niet deugt. Terwijl een enkel incident op zichzelf geen bewijs is dat het certificeringsproces niet in orde is", zegt auteur Martin de Bree.

Een managementsysteem is een set van afspraken over bijvoorbeeld kwaliteit, milieu en veiligheid, vastgelegd in procedures en werkinstructies. Bedrijven kunnen hun managementsysteem laten certificeren. Kan deze certificering bijdragen aan de ondersteuning van publiek toezicht op het gebied van omgevingsrecht? Die vraag staat centraal in het onderzoek dat Martin de Bree in 2015 uitvoerde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op basis van drie casussen, waaronder het systeemgericht toezicht van de provincie Noord-Brabant, constateert De Bree dat toezichthouders op uiteenlopende manieren gebruik maken van certificering van managementsystemen. Het rapport benoemt drie randvoorwaarden voor het optimale gebruik van certificatie voor metatoezicht. Deze gaan over de transparantie en kwaliteit van het certificatieproces; het draagvlak bij de betrokken publieke toezichthouders; en de communicatie tussen private en publieke partijen over de werking van het certificeringsstelsel.

Certificatie en publiek toezicht
De rol van certificatie van managementsystemen bij publiek toezicht in het omgevingsrecht
Uitgave: Next Step Management

Waarom een onderzoek naar certificering van managementsystemen voor publiek toezicht?

"Het rapport is een vervolg op een onderzoek uit 2013. Daarin stond de vraag centraal welke rol private partijen kunnen spelen bij het borgen van de naleving van het omgevingsrecht. Eén van de aanbevelingen was om nader te onderzoeken onder welke voorwaarden certificaten een rol kunnen spelen bij private borging van de regelnaleving. Voor het certificeren van managementsystemen is dat nu gebeurd. De vraag is onder meer aan welke eisen certificatie van managementsystemen moet voldoen om toezichthouders en andere betrokkenen het vertrouwen te geven dat de regelnaleving goed geborgd is."

Wat zijn de kernbevindingen van het onderzoek?

"Certificering kan metatoezicht, waarbij een sector zelf kijkt naar kwaliteitsborging en de overheid het toezicht focust op de werking van dat systeem, zeker ondersteunen. Maar dan moeten toezichthouders wel een visie hebben op wat een goed managementsysteem is. En die visie moet overeenkomen met de visie van de certificerende instellingen. Over de vraag wat een goed managementsysteem is, moeten beide partijen met elkaar een constructieve dialoog aangaan. Die dialoog is er helaas niet of nauwelijks.
Wat ook opvalt, is dat toezicht in het algemeen nog steeds erg reageert op incidenten. Bij incidenten of overtredingen roepen toezichthouders al snel dat het certificaat niet deugt, terwijl een enkel incident op zichzelf geen bewijs is dat het certificeringsproces niet in orde is. Bij de beoordeling van de certificering zou eerst eens gekeken moeten worden of het managementsysteem erachter wel goed functioneert, niet alleen qua opzet, maar ook of het in de praktijk doet wat het moet doen. In het praktijkonderzoek, waarvoor ik onder andere de werkwijze bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Inspectie Sociale en Zaken en Werkgelegenheid onder de loep nam, zijn daarvoor goede aanknopingspunten te vinden. Vooral als het gaat om de wisselwerking tussen toezichthouders en publieke partijen. Een voorwaarde voor succes is bijvoorbeeld dat publieke en private partijen werkelijk willen komen tot verbetering en los kunnen komen van opportunisme."

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen?

"Om tot een gezamenlijke visie op het certificatiestelsel te komen, moet je vanuit een open, constructieve houding met elkaar overleggen. Dus met oog voor elkaars belangen en met de wens om tot oplossingen te komen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. En de dialoog zou moeten gaan over de bijdrage van certificatie aan de kwaliteit van het metatoezicht. En dus niet alleen over casuïstiek en incidenten.
Daarnaast is er aan certificering nog wel het een en ander te verbeteren. Het certificatieproces is onvoldoende transparant en er worden nauwelijks certificaten ingetrokken, ook niet bij bedrijven die structureel onder de maat presteren. Certificerende instellingen mogen dus best wat kritischer worden. Het is dus niet zo heel vreemd dat toezichthouders soms twijfelen aan de waarde van hun certificaten.
Er liggen gelukkig prima kansen om certificaten meer waarde te geven en tegelijkertijd het toezicht effectiever en efficiënter te maken. Mits de partijen echt met elkaar om tafel gaan."