Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Keihard handhaven: slecht voor het bedrijfsleven?

Foto: Hollandse Hoogte / Michiel Wijnbergh Fotografie

Keihard handhaven: slecht voor het bedrijfsleven?

Met bestuursdwang en dwangsommen kunnen toezichthouders optreden tegen ondernemingen die regels niet naleven. Maar is er wel genoeg oog voor de negatieve invloed van handhaving op de bedrijfscontinuïteit?

Volgens de provincie Overijssel heeft Nijhoff Grindmaatschappij uit Almelo jarenlang willens en wetens op meerdere plaatsen in de regio gevaarlijke afvalstoffen gestort. De provincie legde het bedrijf in totaal zo’n 1,5 miljoen euro aan dwangsommen op. Uiteindelijk werd het bedrijf in 2011 gesloten. Nijhoff procedeert al jarenlang tegen dit besluit. Tot nu toe heeft de rechter de provincie steeds in het gelijk gesteld.

André Gaastra

"De provincie heeft het bedrijf in feite gesloten op basis van drijfzand. Dat is des te kwalijker omdat de provincie actief over beweerdelijke regelovertredingen heeft gecommuniceerd in de media. Ook in gesprekken met potentiële kopers van Nijhoff heeft de provincie onjuiste informatie gedeeld. Het bedrijf is daardoor in een negatieve spiraal geraakt", zegt André Gaastra van Gaastra advocaten, die Nijhoff juridisch bijstaat en regelmatig optreedt in vergelijkbare bestuursrechtelijke zaken.
"Wij hebben met potentiële kopers gesproken over de mogelijkheden van het bedrijfsterrein van Nijhoff in relatie tot de milieuvergunning", reageert Menno Reemeijer, woordvoerder van de Commissaris van de Koning in Overijssel. "Kopers moeten natuurlijk weten of hun plannen ter plaatste zijn te realiseren. Dat daarbij ooit het bedrijf Nijhoff ter sprake is geweest, is niet voor 100% uit te sluiten. Maar dat gebeurde dan wel in de specifieke context van het contact met een potentiële koper."

Wordt er te hard opgetreden tegen bedrijven die regels niet naleven?

“Soms staan bedrijven om triviale redenen plotseling onder de aandacht bij overheden. Er is dan eerder sprake van sentimenten dan argumenten. Vervolgens wordt er zo zwaar gehandhaafd dat er altijd wel íets gevonden wordt. En voordat je het weet, sta je te boek als milieucrimineel”, vindt Gaastra.
Volgens Gaastra wordt er zwaar onderschat hoe ingewikkeld het is voor bedrijven om te voldoen aan alle milieuwetgeving. “Een groot deel van de milieuregels is nooit geschreven met het oog op strafrechtelijke handhaving. Neem de zorgplicht in de Wet milieubeheer. Voor een ondernemer is het vaak volstrekt onduidelijk hoe hij exact aan die verplichting kan voldoen. De regels zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Zelfs een specialistisch adviseur kan dan geen zekerheid geven, want de handhaver kan er ook naast zitten.”
“Het is natuurlijk niet aan Gedeputeerde Staten om iets te vinden van nationale wet- en regelgeving”, zegt Reemeijer. “Maar in de praktijk wordt, als de wetgeving als ingewikkeld wordt ervaren, een adviseur ingehuurd om de bedrijfsprocessen op milieugebied in goede banen te leiden. Het hoort naar ons idee bij een professionele bedrijfsvoering dat een bedrijf indien nodig op bepaalde momenten deskundige adviseurs inhuurt. Op die manier kan gewoon voorkomen worden dat, al dan niet onbewust, regels worden overtreden.”
Gaastra vindt dat overheden te snel en te zwaar optreden. “Een jaar of vijftien geleden werd meer opgelost in overleg tussen overheden, politie en justitie en bedrijven. Nu wordt er meteen keihard gehandhaafd. De achtergrond is begrijpelijk: zaken zoals de brand in café Het Hemeltje in Volendam en bij Chemie-Pack in Moerdijk hebben de aandacht voor regelnaleving vergroot. Maar door de grote nadruk op handhaving staat de zorgvuldigheid van het bestuurlijk optreden onder druk. Terwijl de consequenties voor de betrokken bedrijven enorm kunnen zijn.”

Naming & shaming: een goed idee?

“Ik vind het geen goed idee om inspectierapporten openbaar te maken. Want inspectieresultaten zijn in feite nog maar het begin van het handhavingstraject”, zegt Gaastra. “Als in een rapport bijvoorbeeld wordt gesteld dat bij een bedrijf de opslag van gevaarlijke stoffen niet goed geregeld is, dan leest iedereen dat: banken, financiers, aandeelhouders, klanten, medewerkers. Blijken de bevindingen achteraf niet juist te zijn, dan is de schade al geleden. De overheid moet er alles aan doen om bedrijfsschade te voorkomen: handhavingsacties en juridische procedures kunnen prima plaatsvinden buiten de openbaarheid. Áls je al zou denken aan naming & shaming, dan nog zouden naar mijn idee eerst de handhavingsprocedures en juridische processen afgerond moeten zijn. Ook dan is het de vraag wat het effect is op de regelnaleving. Wat vaak gebeurt, is dat een bedrijf gedurende een handhavingstraject zelf tot het inzicht komt dat er iets moet verbeteren. En dan geven publicaties achteraf over de eerste inspecties, zelfs als die aan de hoogste rechter zijn voorgelegd, niet de juiste actuele informatie weer.”

Welke lessen zijn er te trekken uit zaken zoals die van Nijhoff?

“Er is allereerst een sterke verbeterslag nodig in de zorgvuldigheid waarmee handhaving wordt uitgevoerd”, stelt Gaastra. “Ook het kennisniveau van handhavers kan en moet beter. Zodat de bevindingen uit handhavingsacties echt stevig staan en een goede basis bieden voor het vervolgtraject. Daarnaast zouden overheden terughoudend moeten zijn bij het verstrekken van informatie uit handhavingsprocedures aan derden als de juistheid daarvan nog niet onherroepelijk is vastgesteld. Vooral als het gaat om informatiedeling met andere toezichthouders, de media en het netwerk van het onderzochte bedrijf.”
De provincie Overijssel trekt andere conclusies uit de zaak Nijhoff, aldus Reemeijer. “Wij vinden het belangrijk dat als een bedrijf stelselmatig milieuregels overtreedt en daardoor moet sluiten – wat zeker een zeer zware maatregel is – we dat goed moeten communiceren met de omgeving. Ook in andere zaken is het natuurlijk belangrijk dat je als overheid aan je inwoners uitlegt en kunt uitleggen waarom je bepaalde ingrijpende maatregelen neemt.”