Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Toezicht op de opvang van vluchtelingen in Nederland

Foto: Hollandse Hoogte / Kees van de Veen

Toezicht op de opvang van vluchtelingen in Nederland

Oranje, Woerden en Steenbergen kwamen dit najaar uitgebreid in het nieuws vanwege openbare-ordeverstoringen rond de opvang van vluchtelingen. Maar ook in andere gemeenten leidt de toestroom van vluchtelingen tot dilemma’s en hoofdbrekens. De vraagstukken en aanpakken op een rij.

Protesten tegen de komst van opvanglocaties voor vluchtelingen. Rellen rond demonstraties tussen voor- en tegenstanders van hulp aan vluchtelingen. Vechtpartijen in asielzoekerscentra. Bedreigingen aan het adres van wethouders en burgemeesters. Allerlei gemeenten -uiteenlopend van Woerden en Budel tot Rotterdam en Utrecht – hebben al te maken gehad met veiligheidsvraagstukken rond de opvang van vluchtelingen. En, de kwesties zijn gevarieerd. Naast de geweldsincidenten, openbare-ordeverstoringen en maatschappelijke onrust waarover de media uitvoerig rapporteren, bestaan er ook vraagstukken zoals discriminatie, mensensmokkel en radicalisering.

Lessen uit crisisbeheersing en rampenbestrijding

Omdat gemeenten een regierol vervullen in de lokale veiligheidssituatie, komt er bij de opvang van vluchtelingen veel op het lokale bestuur af. Gemeenten hebben bovendien een rol in alle vier typen voorzieningen voor asielzoekers: de crisisopvang, de noodopvang, de reguliere opvang in een asielzoekerscentrum en de huisvesting voor degenen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Hoe bieden gemeenten al deze opgaven het hoofd?

Marco Zannoni

"De ervaring leert dat alles in de meeste gevallen rustig en goed verloopt. Er is inmiddels ook veel informatie en expertise beschikbaar over de crisisopvang, waar vluchtelingen maximaal 72 uur verblijven. Maar er zijn nog veel vragen over noodopvang, de locaties die bedoeld zijn voor opvang gedurende zes tot twaalf maanden", zegt Marco Zannoni, directeur van het COT, Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement. Het COT was betrokken bij de nieuwe Handreiking verhoogde asielinstroom, die lokale bestuurders informeert over allerlei vraagstukken rond de komst van vluchtelingen in hun regio (zie kader). "Bij de tijdelijke opvang van vluchtelingen – en trouwens ook bij AZC’s – heeft het COA weliswaar de leidende rol, maar heeft ook de gemeente nog werk te doen. Bijvoorbeeld als het gaat om de brandveiligheid van opvanglocaties, de communicatie met omwonenden en de voorbereiding op incidenten. Op dat vlak is er nog niet veel ervaring en zoeken gemeenten naar tips en best practices."

Veel gemeenten kunnen bij het regelen van de crisisnoodopvang wel lessen trekken uit de crisisbeheersing en rampenbestrijding die binnen de Nederlandse Veiligheidsregio’s zijn belegd, vindt Zannoni. “De instanties die nu verantwoordelijk zijn voor de noodopvang bij crisis en rampen, waaronder de gemeenten, kunnen de bestaande kennis prima benutten. Een bekende good practice is om verschillende scenario’s te doorlopen, op basis waarvan afspraken kunnen worden gemaakt over het optreden bij incidenten. En we adviseren gemeenten om samen met de politie en het Openbaar Ministerie beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen te benoemen: om bijvoorbeeld af te spreken wat het bestuur doet als iemand een raadsvergadering zodanig verstoort dat het democratisch proces wordt bedreigd. Of hoe de politie omgaat met protesten met spandoeken met teksten die beledigend of discriminerend kunnen zijn.”

Positieve ontwikkelingen

Het COT signaleert een aantal positieve ontwikkelingen in de lokale aanpak van de vluchtelingenproblematiek. “Gemeenten beschikken steeds vaker over een projectstructuur met onder andere draaiboeken, checklists en voorbeelden van communicatiemiddelen. Vooral rond crisisnoodopvang helpen gemeenten elkaar actief met kennisuitwisseling en met de inzet van ervaren collega’s. In sommige Veiligheidsregio’s worden bovendien duo’s of kleine teams samengesteld die in de regio ondersteuning bieden. Zo krijgen gemeenten snel informatie om praktische zaken te regelen, zoals beveiliging, toezicht en catering.”
Daarnaast is sinds november het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) actief dat gemeenten adviseert over communicatie met bewoners en over preventie van incidenten en bedreigingen. De vliegende brigades bestaan uit medewerkers van het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en deskundigen van onder andere het COT. Bovendien stelt het ministerie financiële middelen ter beschikking voor de beveiligingskosten van politieke ambtsdragers.

Nieuwe uitdagingen

In november concludeerde de Inspectie Veiligheid en Justitie op basis van een schouw dat de tijdelijke opvangvoorzieningen een veilige, leefbare en beheersbare omgeving bieden aan zowel de asielzoekers als aan de betrokken medewerkers. De Inspectie waarschuwt dat als tijdelijke opvangvoorzieningen eenmaal langduriger operationeel zijn, er meer druk kan komen te liggen op kritische processen zoals de coördinatie van de toestroom en de toegang tot basisvoorzieningen.
Naarmate asielzoekers langer in Nederlandse noodopvang verblijven, kunnen gemeenten voor nieuwe opgaven komen te staan, zegt ook Zannoni. “Sommige groepen vluchtelingen zijn al vier of vijf keer op een crisislocatie opgevangen. Die mensen zijn het wachten en de onzekerheid dan wel een beetje zat en krijgen minder begrip voor de onduidelijke situatie waarin ze verkeren. Tegelijkertijd is het voor burgemeesters nog steeds niet makkelijk om informatie te krijgen over de samenstelling van de groep die zij gaan opvangen. Gaat het om alleenstaande jonge mannen of om gezinnen, wanneer moet de opvang geregeld zijn en voor hoeveel mensen? Die onduidelijkheid kan ten koste gaan van het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak voor noodopvang.”
Ook actualiteiten, zoals de aanslagen in Parijs of de verharding van de publieke en politieke discussie over vluchtelingenopvang, kunnen gemeenten voor nieuwe vraagstukken plaatsen. “Het is belangrijk om de actuele ontwikkelingen te volgen, om met het COA en andere betrokken in gesprek te blijven en om steeds alert te zijn. Opvang kan geen routineklus worden. Het gaat erom lessen uit het verleden te trekken, maar ook steeds te kijken naar wat er in de huidige situatie misschien uitzonderlijk is. Een goede opvang van vluchtelingen is geen momentopname, maar een proces waarin je voortdurend moet kijken of je wel het juiste doet.”

Politie-inzet voor veilige vluchtelingenopvang

De openbare-ordeproblematiek rond noodopvang en asielzoekerscentra doet een groot beroep op de politie. Zo komt de politie in actie om ongeregeldheden bij demonstraties te voorkomen. Ook de veiligheid van vluchtelingen vraagt om extra politie-inzet. Niet alleen als gevolg van vijandigheid vanuit omwonenden. Ook binnen de opvanglocaties kunnen de spanningen oplopen. Het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters pleitte in september dan ook voor een landelijke regeling om vluchtelingen naast bed, bad en brood ook veiligheid te bieden.
Geert Priem van politiebond ANPV luidde in oktober in de media de noodklok over capaciteitsproblemen bij de politie. Zo zouden agenten al overuren draaien en andere politietaken in het gedrang kunnen komen. Bovendien is het volgens Priem noodzakelijk om “duizenden extra politiemensen” op te leiden om de problemen in de toekomst het hoofd te kunnen bieden.

Hulp bij de lokale opvang van asielzoekers

Nieuwe publicaties bieden gemeenten steeds meer praktische ondersteuning bij de opvang van vluchtelingen.
In november verscheen de Handreiking verhoogde asielinstroom, die lokale bestuurders een hulpmiddel biedt bij vraagstukken op het vlak van gezondheid, veiligheid, communicatie en juridische zaken. Daarbij komt niet alleen de rol van gemeentelijke instanties aan bod, maar ook de bijdrage van politie, Openbaar Ministerie, welzijnsinstellingen, hulporganisaties en veiligheidspartners. De publicatie is opgesteld door het Rijk, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze handreiking is gebaseerd op onder meer praktijkervaringen van gemeenten, COA, Immigratie- en Naturalisatiedienst, politie en Veiligheidsregio’s.
De VNG en het NGB publiceerden eerder al de factsheet Openbare orde en veiligheid ten aanzien van noodopvang vluchtelingen waarin aandachtspunten bij crisisnoodopvang op een rij staan. Op de website van de VNG is ook de Startpagina Asielzoekers en Vergunninghouders ingericht.
Hoewel raadsleden geen beslissingsmacht hebben over de komst van een asielzoekerscentrum of noodopvanglocatie, spelen ze wel een belangrijke rol in de lokale discussie over asielinstroom. Een nieuw webdossier op de website Raadsledenenveiligheid.nl beschrijft de rol van gemeenteraden bij de opvang van vluchtelingen, inclusief praktijkvoorbeelden, informatie over wet- en regelgeving en links naar handreikingen.

Cijfers op een rij

Uit cijfers van het COA blijkt dat per 1 november 2015 bijna 43.000 asielzoekers in de centrale opvanglocatie verbleven. Dit is bepaald nog geen record. In 2001 huisvestte het COA 83.801 asielzoekers. Er is wel een ander record gevestigd: het CBS meldde dat in september 2015 in totaal 8.400 asielzoekers in Nederland zijn geregistreerd. Dat zijn er 21 procent meer dan een maand eerder en het hoogste aantal sinds de start van de statistiek in 1975.
Verreweg het grootste deel van de asielzoekers in de centrale opvang (49 procent) komt uit Syrië. Onder alleenstaande minderjarige vreemdelingen zijn naast Syriërs ook Eritreërs sterk vertegenwoordigd (met respectievelijk 43 en 41 procent).
De NOS interviewde in oktober ruim twintig van de 33 gemeenten die een groot asielzoekerscentrum op hun grondgebied hebben. De algemene conclusie: burgers zijn bezorgd, maar er doen zich weinig tot geen incidenten voor. Wel kunnen er opstootjes ontstaan binnen de asielzoekerscentra.
Een aantal gemeenten, waaronder Coevorden, heeft aangekondigd een veiligheidsmonitor te laten uitvoeren voor en na de komst van een asielzoekerscentrum. Zo’n monitor brengt de veiligheidsbeleving van de omwonenden in kaart.