Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Big data voor toezicht: top of flop?

Foto: www.kombijdepolitie.nl

Big data voor toezicht: top of flop?

Big data, datamining, monitoring van sociale media. Het slimme gebruik van digitale informatie lijkt ongekende mogelijkheden te bieden voor toezicht, handhaving en veiligheid. Hoe kunnen toezichthouders die kansen verzilveren?

Websites, sociale media, gps-systemen, politieregisters. De politie gebruikt data uit allerlei bronnen om criminelen op te sporen. In elf zogenoemde Real Time Intelligence Centers ondersteunen politiemensen hun collega’s bij de recherche en in wijkteams met actuele, relevante gegevens. Op die manier kunnen bijvoorbeeld agenten op straat snel achtergrondinformatie krijgen als ze in actie komen na een melding.

Niet alleen bij de politie staat datamining (het combineren en analyseren van gegevens uit verschillende databestanden) hoog op de agenda. Ook voor toezichthouders en inspecties liggen er kansen. Datamining kan gerust worden gezien als de kern van informatiegestuurd toezicht, zoals Hans van Waes van Kappetijn Safety Specialists onlangs stelde.

Van big data naar datamining

Een basisbeginsel van datamining is om dwarsverbanden te leggen tussen verschillende registers, bestanden en bronnen, van binnen de organisatie én daarbuiten (zoals het handelsregister van de Kamer van Koophandel). De analyse kan informatie opleveren over risico’s en hot spots, waarmee risicogericht toezicht wordt ondersteund. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) experimenteerde al met het gebruik van patiënteninformatie afkomstig uit sociale media, om incidentgestuurd en risicogestuurd toezicht effectiever te maken. De eerste resultaten laten zien dat op die manier de verzameling van relevante, betrouwbare patiënteninformatie mogelijk is én dat de gegevens voor de inspecteurs waardevolle, nieuwe of ondersteunende informatie opleveren.
Zoals de ervaringen van de politie leren, kunnen big data ook meldingen en signalen verrijken – en daarmee behulpzaam zijn bij het onderbouwen van interventies. Door openbare gegevens te koppelen aan interne bronnen, ontstaat een rijker beeld van de situatie. Dat biedt kansen voor gerichte interventies, maar ook voor preventie.

Ingewikkeld, duur, privacy-onvriendelijk?

Het gebruik van big data staat te boek als ingewikkeld en kostbaar. Inzet ervan is een specialistische klus waarvoor het nodig is om interne processen opnieuw in te richten en externe samenwerkingsverbanden te versterken. Voorstanders benadrukken juist dat de inzet van big data kan bijdragen aan kostenefficiënt toezicht. Datamining kan namelijk inzichten opleveren over naleefgedrag, waardoor inspecteurs gerichter aan de slag kunnen.

Een cruciale succesfactor is de bereidheid van betrokkenen om over de eigen grenzen heen te kijken en om onderling informatie te delen.
Een verregaande informatie-uitwisseling roept natuurlijk ook vragen op over privacybescherming. Paul Frencken, directeur van het College bescherming persoonsgegevens, pleitte om die reden al voor een maatschappelijk en politiek debat over de verantwoorde inzet van big data. Volgens voorstanders van informatie-uitwisseling is privacybescherming voldoende gewaarborgd door de toepassing van nationale en Europese regelgeving, eventueel aangevuld met lokale convenanten.

Big data en open data

De term big data (grote hoeveelheden gegevens) valt vaak in een adem met open data (openbaar beschikbare informatie). Openbaarmaking van inspectiegegevens en handhavingsresultaten is misschien wel net zo in de mode als datamining. De Horeca inspectiekaart geldt op dit vlak als een koploper. De NVWA startte in juli 2014 met de openbaarmaking van inspectieresultaten van horecabedrijven. De groene, oranje en rode beoordelingen van ruim 1.600 lunchrooms zijn voor iedereen online te bekijken.
Met behulp van de bijbehorende app kunnen consumenten checken welke broodjeszaken positief scoren op hygiëne, ongediertebestrijding en de juiste omgang met voedsel. Via de app kunnen ook misstanden worden gemeld. De signalen van consumenten kunnen leiden tot concrete handhavingsacties, maar de NVWA gebruikt de meldingen ook bij het stellen van (beleids)prioriteiten. Een bijkomend voordeel: consumenten kunnen actief betrokken raken bij het werk van toezichthouders, wat uiteindelijk het publieke draagvlak voor toezicht en handhaving kan verbeteren.

Volgens het tweede Trendrapport open data, dat in maart 2015 verscheen, kan het kabinet nog veel meer gegevens als ‘open data’ aanbieden dan op dit moment het geval is. Hoe dat praktisch werkt, blijkt volgens het rapport uit internationale voorbeelden op het vlak van bijvoorbeeld voedselveiligheid (denk aan de uitkomsten van inspectiebezoeken bij horecagelegenheden) en zorg (waar het gaat om data over verleende zorg). De ervaringen van de NVWA en IGZ laten zien dat Nederland in dit opzicht zeker met de voorhoede kan meedoen.