Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Is samenwerking voor Europa-breed handhaven een verplichting vanuit Brussel of een bottom-up initiatief?

Fotograaf: Paul Voorham

Is samenwerking voor Europa-breed handhaven een verplichting vanuit Brussel of een bottom-up initiatief?

Moet Brussel regels opstellen over de handhaving van Europese wet- en regelgeving? Of kan de handhaving al versterken door betere samenwerking tussen inspecties en toezichthouders in EU-landen? Tijdens een internationale conferentie in Amsterdam gingen professionals uit achttien lidstaten hierover in debat. ToeZine zet de verschillende visies op een rij.

“Gebrekkig toezicht, slecht handhaafbare regelgeving en uiteenlopende juridische regimes kunnen een negatief effect hebben op het economisch en maatschappelijk verkeer in Europa”, aldus Inspectieraad-voorzitter Jan van den Bos. “Als Nederlandse rijksinspecties zijn we ervan overtuigd dat we niet hoeven te wachten op oplossingen van elders, maar dat we tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU zelf initiatieven kunnen nemen voor dialoog en verandering.” Een van die initiatieven is de internationale conferentie ‘Enforcement in a Europe without borders’, die de Inspectieraad op 23 februari in Amsterdam organiseerde.

Internationaal toezicht: een kwestie van samenwerking?

Maatschappelijke veranderingen, zoals de groei van handel via internet, maken samenwerking tussen toezichthouders uit EU-landen urgenter dan ooit, zo werd duidelijk tijdens de conferentie. Bijna negentig procent van de 130 deelnemers aan het congres liet tijdens een stemronde blijken het eens te zijn met een stelling van die strekking.

Edmond Wellenstein

“Zaken zoals het paardenvleesschandaal, de sjoemelsoftware van Volkswagen en het onderzoek naar de Fyra maken duidelijk dat crises in het Europese toezicht geen zeldzaamheid zijn”, vatte dagvoorzitter Edmond Wellenstein, voormalig vertegenwoordiger van Nederland bij de OESO, de stemming onder de conferentiedeelnemers samen. “Er is daardoor binnen de Europese lidstaten een sterke gedrevenheid om de kwaliteit van inspecties en het handhavingsvak te verbeteren.” Samenwerking ligt dan voor de hand. Bijvoorbeeld door gecoördineerd optreden, zoals recent het geval was toen de Nederlandse en Belgische toezichthouders een gezamenlijke controle uitvoerden van de kernreactor in het Vlaamse Doel.

Betere handhaving door regulering vanuit Brussel?

Een nuancering bij het brede draagvlak voor Europese toezichtsamenwerking werd geplaatst door een andere stelling waarover de vertegenwoordigers van achttien Europese lidstaten zich tijdens de conferentie uitspraken. Een ruime meerderheid (zo’n zestig procent) was het namelijk grondig oneens met de stelling dat samenwerking vanuit de Europese Commissie opgelegd zou moeten worden.

Jonathon Stoodley

De waarde van informele samenwerkingsverbanden staat niet ter discussie, benadrukte Jonathon Stoodley, hoofd van de afdeling Regulatory Fitness and Performance & Evaluation van de Europese Commissie, in zijn presentatie tijdens de conferentie. “Met de Better Regulation Agenda stimuleert de EU effectieve handhavingspraktijken. Bijvoorbeeld door stakeholders te betrekken bij de ontwikkeling van (Europese?) nieuwe wetten en regels. Op die manier kunnen we zorgen dat wetgeving praktisch uitvoerbaar en handhaafbaar is.”

Stoodley verwees bovendien naar onderzoek van de OECD dat heeft laten zien dat er een scala aan netwerken en methoden beschikbaar is om samenwerking binnen het toezichtveld te versterken. Informele netwerken tussen lidstaten hebben daarin een stevige positie.

Geen Brussel, wel best practices

Tijdens de conferentie presenteerden onderzoekers van de NSOB een conferentiepaper over internationale samenwerking tussen inspecties, die de Inspectieraad ter voorbereiding op de bijeenkomst had laten opstellen. Negen auteurs zetten daarin wetenschappelijke inzichten op een rij om regelgeving, toezicht en naleving op Europees niveau effectiever te organiseren.
In presentaties, discussies en workshops deelden sprekers uit binnen- en buitenland bovendien hun ervaringen met best practices voor EU-brede handhaving. Een kleine greep.

  • Jooske Vos en Mari Murel gaven een blik achter de schermen van de European Partnership for Supervisory Organisations in Health Services and Social Care (EPSO). Binnen het netwerk maken twintig Europese lidstaten zich sterk voor de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg. Met als inzet: meer grensoverschrijdende samenwerking, met meer impact, op meer onderwerpen en met meer partners. De ervaringen leren dat het succes van internationale samenwerking tussen toezichthouders en inspecties in sterke mate afhangt van drie factoren: de juiste selectie van netwerkpartners, de focus op specifieke thema’s en de adequate organisatie van bijeenkomsten.

  • Gonnie van Amelsvoort van de Onderwijsinspectie vertelde over de successen uit de Standing International Conference of Inspectorates (SICI) toe. Het netwerk stimuleert de ontwikkeling van databanken, onderzoeksprojecten en praktische instrumenten. Tot de best practices op dit vlak behoren de gezamenlijke inspecties van basisscholen die de Nederlandse en Vlaamse autoriteiten in 2014 en 2015 uitvoerden. Peer review speelde hierin een sleutelrol: de reflectie op het gezamenlijk optreden helpt de kwaliteit van de inspecties te verbeteren en de professionaliteit van de inspecteurs te versterken.

Samenwerken over de grenzen: tijdens en na bijeenkomsten

Dagvoorzitter Edmond Wellenstein benoemde aan het slot van de conferentie drie noodzakelijke vervolgstappen om de initiatieven voor beter Europees toezicht van de grond te krijgen: het verbeteren van samenwerkingsverbanden binnen Nederland; het versterken van grensoverschrijdende samenwerking; en het vergroten van professionalisering van inspecties en toezichthouders, bijvoorbeeld met behulp van peer review.

De Inspectieraad deed de toezegging om dit thema – samen met de andere uitkomsten van de conferentie – te agenderen bij de volgende EU-voorzitter, Slowakije. En zoals gastheer Jan van den Bos van de Inspectieraad daarbij aangaf: “Na de conferentie kunnen in ieder geval al 130 professionals versterkt verder aan de slag om toezicht over de grenzen heen effectiever te maken.”