Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Onderzoek naar betere risicoanalyse met nieuw model

Onderzoek naar betere risicoanalyse met nieuw model

Hoe kun je verklaren dat het ene bedrijf de regels beter naleeft dan het andere? En hoe bepaal je wat de beste toezichtfrequentie is om incidenten te voorkomen? Met die vragen ging student Organisatiewetenschappen Jochem Pansier in opdracht van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant aan de slag. Zijn risicotaxatiemodel houdt rekening met ‘softe’ factoren zoals bedrijfscultuur – en helpt toezichthouders een betere analyse van overtredingsrisico’s te maken.

Hoe werkt het risicotaxatiemodel?

“Traditioneel baseren toezichthouders hun risicoanalyse op voorgevallen incidenten en regelnaleving. Die factoren vertellen vaak niet het hele verhaal. Door in de analyse meer factoren te betrekken die iets zeggen over de kenmerken van de organisatie, zogenoemde configuratieve facturen, kunnen toezichthouders beter inschatten of extra toezicht nodig is, of dat een kort adviesgesprek volstaat. Denk aan factoren zoals bedrijfscultuur (is er aandacht voor veiligheid), de eigendomspositie (is het een familiebedrijf of een BV) of de aanwezigheid van een KAM-coördinator (kwaliteit, arbeidsomstandigheden en milieu) en een milieumanagementsysteem. Mijn aanname is dat die vaak beter het verhaal achter een incident of slechte naleving vertellen.”
“Juist de combinatie van milieutechnische aspecten en sociale factoren is belangrijk.”
“Soms kom je als toezichthouder bij een bedrijf dat volgens de geijkte checklist goed scoort, terwijl je ziet dat de staat van het onderhoud te wensen over laat en dat er mensen rondlopen die geen verstand van zaken hebben. In zo’n situatie kan het risicotaxatiemodel een betere onderbouwing bieden van wat er aan toezicht nodig is. Het is ten slotte de verantwoordelijkheid van omgevingsdiensten er zeker van te zijn dat ze in control zijn en te weten waar de risico’s zitten. Volgens mijn hypothese is die taak beter uit te voeren aan de hand van een karakterschets van een organisatie die ook gebaseerd is op sociale factoren.”

Levert zo’n model niet veel meer werkdruk op?

“Het risicotaxatiemodel is bedoeld als aanvulling op de bestaande methoden. We hebben daarom gezocht naar indicatoren die een beter beeld geven van de bedrijfsvoering maar óók makkelijk te verzamelen zijn.”

“Je kunt bijvoorbeeld eenvoudig vaststellen of een bedrijf een KAM-coördinator heeft, of hoe het er financieel voor staat. Het kost wat extra tijd om die gegevens te verzamelen, maar het resultaat levert uiteindelijk juist tijdsbesparing op. Want toezichthouders kunnen hun tijd beter besteden als het model aangeeft dat de zaken op orde zijn en het risico klein is. Het blijven overigens vooral kwalitatieve gegevens; het is niet zo dat je een aantal factoren in ons model stopt en er vervolgens een toezichtfrequentie uitrolt.”

Heeft het model zich al bewezen?

“Wat het model precies oplevert en of het een voorspellende waarde heeft, is overigens nog niet bewezen. Om de hypothesen te toetsen is de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een proef gestart bij twintig bedrijven in de kunststoffenbranche. Om dit model succesvol toe te passen is het bovendien een vereiste dat de omgevingsdienst haar systemen zo georganiseerd heeft dat een goede registratie van deze factoren mogelijk is. Ook moeten er goede afspraken zijn over welke informatie je verzamelt en wat je er verder mee doet en mág doen.”
“Het risicotaxatiemodel kan een betere onderbouwing bieden van wat er aan toezicht nodig is.”
“Wat mij betreft zou er binnen omgevingsdiensten meer interesse in de sociale factoren mogen zijn. Zeker in de aanloop naar de Omgevingswet die in 2018 van kracht wordt en een sterkere band tussen overheid en bedrijven stimuleert. Juist de combinatie van milieutechnische aspecten en sociale factoren is belangrijk.”