Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Nieuw toezichtkader Onderwijsinspectie: handhaven én stimuleren

Nieuw toezichtkader Onderwijsinspectie: handhaven én stimuleren

Wat gaat er goed op scholen, wat kan er beter en wat moet er beter? Die vragen vormen de rode draad in het vernieuwde toezichtkader van de Onderwijsinspectie dat in augustus 2017 wordt ingevoerd. Wat staat het onderwijsveld te wachten?

Arnold Jonk

Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. “Op die verantwoordelijkheid gaan we scholen en onderwijsinstellingen nóg meer aanspreken”, zegt Arnold Jonk, hoofdinspecteur van de Onderwijsinspectie.
“Sterker nog: we willen ze stimuleren om de eigen ambities als maatstaf te nemen voor goed onderwijs, zodat ze intrinsiek gemotiveerd raken om de regels na te leven. In dialoog met onze inspecteurs vormen de ambities van de schoolbesturen straks het uitgangspunt voor een beoordeling.” Die ambities waren al een leidraad voor de beoordeling van de Onderwijsinspectie, maar komen nu – vanuit de stimulerende rol van de toezichthouder – centraler te staan.

Professionele dialogen

“Uiteraard moet de basiskwaliteit gewaarborgd zijn”, benadrukt Jonk. “Daar blijven we op toezien. Maar we willen ook nadrukkelijker invulling geven aan onze taak om scholen te stimuleren zelf verbeteringen door te voeren. Wij geven scholen terug in hoeverre ze hun ambities waarmaken en publiceren dat ook in een openbaar rapport.”

Handhaven en stimuleren

“Voor de vernieuwing van het toezicht zijn drie aanleidingen”, vertelt Jonk. “Ten eerste hebben we een aantal jaar vrij strikt risicogericht toezicht uitgevoerd, waarbij we ons concentreerden op wat er mis gaat. We vonden zelf dat de meer stimulerende kant van ons toezicht onvoldoende uit de verf kwam. Veel scholen vonden dat ook.”
“Toezicht moet je blijven vernieuwen.”
Ten tweede kwamen er geluiden uit de Tweede Kamer dat het handhaven en stimuleren in het optreden van de Onderwijsinspectie te veel door elkaar heen waren gaan lopen. En vooral: dat de nadruk op handhaving te veel ten koste ging van de stimulerende rol van de inspectie. Ten derde gaf het regeerakkoord aan dat de inspectie meer aandacht moest hebben voor goede en excellente scholen.
“Deze drie ontwikkelingen komen nu samen in het nieuwe toezichtkader van de Onderwijsinspectie”, aldus Jonk. “De nieuwe aanpak van ons toezicht sluit aan op de grote autonomie die scholen hebben én op de publieke verantwoording die daarbij hoort.”

Pilots en evaluaties

Aan de vernieuwing van het toezichtkader van de Onderwijsinspectie gingen ruim twee jaar van uitgebreide gesprekken met het veld en pilotonderzoeken vooraf. Jonk: “De onderzoeken zijn in de schooljaren 2014-2015 en 2015-2016 uitgevoerd. De ervaringen uit de pilots hebben we samen met het onderwijsveld geëvalueerd. Uit de evaluatie kwam naar voren dat tachtig procent van de schoolleiders, directeuren en bestuurders de vernieuwing een verbetering vindt ten opzichte van de bestaande inspectiemethode.”

Vermelden wat goed gaat

Een van de verbeteringen volgens het veld is dat schoolbesturen nauwer betrokken zijn bij de inspecties. Ze waarderen ook het feit dat de inspectierapporten expliciet gaan vermelden wat er goed gaat. “Dat laatste is een bewuste keuze”, vertelt Jonk. “Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld van hoog niveau en dat mag best wat vaker expliciet gezegd worden. Ook dat werkt stimulerend om beter te worden.”
“Onze ambitie ligt bij stimulerend en gedifferentieerd toezicht.”

Stimuleren en differentiëren

Uit de pilots komt ook naar voren dat scholen zich dankzij de nieuwe inspectiemethode beter gehoord voelen. “Besturen zijn blij met de intensievere dialoog en het feit dat in de rapportages meer aandacht is voor de specifieke kwaliteit van hun scholen. Ze voelen daarbij meer ruimte om kwalitatief goed onderwijs vorm te geven aan de hand van eigen waarden en ideeën. En dat sluit goed aan bij onze ambitie van stimulerend en gedifferentieerd toezicht.”

De volgende slag maken

De Onderwijsinspectie besteedt de periode tot augustus 2017 aan het trainen van inspecteurs en het finetunen van wat werkt en wat niet. Arnold Jonk kijkt ook al verder vooruit: “Toezicht moet je blijven vernieuwen. Oefen je te lang één type toezicht uit, dan gaat het veld zich daarnaar richten. We zitten nu nog volop in de implementatie van ons nieuwe toezichtkader. Maar ik voorzie dat we over twee of drie jaar alweer de volgende slag gaan maken. Stilstand is achteruitgang.”

De kern van het vernieuwde toezichtkader


Waarborg: basiskwaliteit
Onveranderd is dat de inspectie de basiskwaliteit van onderwijs in Nederland wil waarborgen.


Stimuleren tot beter
De inspectie wil actief bijdragen aan een verbetercultuur binnen besturen en scholen, zodat de betrokkenen de onderwijskwaliteit naar een hoger plan tillen.


Eenduidig toezicht en op maat
In het toezicht sluit de inspectie zoveel mogelijk aan op de eigen ambities van bestuur en school. Het schoolplan vervult daarin een spilfunctie.


Aansluiten bij de verantwoordelijkheid van het bestuur
Het school- of instellingsbestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de continuïteit van het onderwijs. Daarom komen besturen en scholen of opleidingen in het vernieuwde toezicht samen in beeld.