Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Onderzoek laat zien: het imago van boa’s is positiever dan gedacht

Onderzoek laat zien: het imago van boa’s is positiever dan gedacht

Veel buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) hebben het gevoel dat burgers hen zien als veredelde stadswachten. Maar hebben boa’s echt een imagoprobleem? Criminoloog Eric Bervoets vertelt over het onderzoek dat hij samen met collega Ben Rovers uitvoerde.

Eric Bervoets en Ben Rovers onderzochten in 2016 in vijf gemeenten (Almere, Den Haag, Katwijk, Utrecht en Smallingerland) hoe burgers over boa’s denken. Het onderzoek bestond uit een enquête onder ruim 1.600 burgers en veldwerkonderzoek. De belangrijkste conclusie is dat het imago minder slecht is dan veel boa’s vrezen. Wel blijken hoger­opgeleiden relatief vaak negatief te denken over de beroepsgroep.
Wat vindt het publiek van gemeentelijke handhavers? Onderzoek naar het imago van gemeentelijke handhavers in vijf gemeenten
Uitgave: Bureau Bervoets en BTVO

Waarom onderzoek naar het imago van boa’s?

“In 2014 publiceerde ik een boek over gemeentelijke handhavers, ‘Gemeentelijk blauw’. Tijdens het schrijven merkte ik dat veel boa’s denken te weten dat hun imago slecht is onder burgers, maar dat was nog nooit goed onderzocht. Alleen met onderbouwde informatie kun je gemeentelijk beleid aanpassen en iets aan een mogelijk imagoprobleem doen. Daarom heb ik BOA-ACP, de vakgroep voor boa’s van politievakbond ACP, gevraagd om samen een onderzoek op te zetten. Ik heb een selectie gemaakt van vijf gemeenten. Deze gemeenten wilden graag deelnemen en het onderzoek ook financieren.”

Wat zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten?

“De zwijgende meerderheid van de Nederlandse burgers blijkt helemaal niet zo slecht te denken over boa’s. Ze zijn positiever dan veel boa’s verwachten. Een andere opvallende conclusie is dat het vaak niet de ‘opgeschoten jeugd’ is die negatief is over boa’s. Het zijn juist vaak hoger­opgeleide burgers die hun werk niet serieus nemen. En zich bovendien misdragen tegenover boa’s.
Dat boa’s een imagoprobleem ervaren, komt door hun selectieve waar­neming; de incidenten en escalaties op straat onthoud je nu eenmaal beter dan wanneer je normaal behandeld wordt. De incidenten blijven hangen.
“Dat boa’s een imagoprobleem ervaren, komt door hun selectieve waarneming.”
Het beeld dat burgers hebben van boa’s is ook nogal eenzijdig. In ons onderzoek valt op dat veel mensen helemaal niet weten wat boa’s eigenlijk allemaal doen. Er zijn steeds meer boa’s op straat, maar gemeenten hebben burgers kennelijk niet geïnformeerd over hun inzet en taken­pakket. Daarnaast vinden veel burgers de boa’s onzichtbaar. Boa’s hebben nu eenmaal een handhavende taak; je krijgt met hen te maken wanneer je iets verkeerd doet. En dat, zo blijkt nu wel, is niet handig voor het draagvlak.”

Hoe kan het imago van boa’s eigenlijk verbeteren?

“Een aantal gemeenten is al bezig met voorlichtingscampagnes over het werk van boa’s. Ik raad andere gemeenten ook echt aan om hun burgers te informeren. Maar daarnaast zou ik ook beroepsgroepen zoals journalisten, criminologen en raadsleden willen bereiken met een campagne. Zij zijn naar mijn idee nogal eens geneigd om boa’s af te schilderen als een soort ‘sukkelige stadswachten’. Terwijl de werkelijkheid echt anders is. De opleiding wordt steeds moeilijker en het werk steeds interessanter. Het vak van gemeentelijke boa wint zelfs onder de jeugd aan populariteit.
“Correct optreden bevordert het imago.”
Boa’s hebben natuurlijk ook zelf invloed op hun imago. Het is heel belang­rijk dat zij correct optreden op straat. Een boa wordt wel de gastheer of gastvrouw van het publieke domein genoemd. Dat is een mooie term, maar intussen moeten de ambtenaren ook de regels handhaven. Daar­tussen moeten ze een evenwicht vinden. Dat is een aanbeveling aan de boa’s zelf, maar ook aan de opleidingen. Boa’s moeten getraind en getoetst worden om goed om te gaan met de situaties waarin ze belanden. Correct optreden bevordert het imago.”