Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
"Omgevingswet verandert werk omgevingsdiensten"

"Omgevingswet verandert werk omgevingsdiensten"

Met de komst van de Omgevingswet wordt de handhavingspraktijk meer resultaatgericht. Expert in omgevingsrecht Harm Borgers vertelt over de gevolgen voor de taken van de omgevingsdiensten.

De Omgevingswet treedt in 2019 in werking. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met de nieuwe Omgevingswet wil het kabinet de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieubescherming en natuurbeheer beter op elkaar afstemmen. Ook krijgen gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. “Het resultaat staat straks voorop en niet het middel om er te komen”, zegt Borgers. “En dat is precies de verandering die omgevingsdiensten ook moeten doormaken.”
Toezichthouders worden steeds meer specialist in naleving in plaats van controleur van regeltjes.

Waarom moeten omgevingsdiensten veranderen met de komst van de Omgevingswet?

“Binnen de Omgevingswet heeft het bestuur van een gemeente de primaire opdracht om een omgevingsvisie op te stellen met daarin het gewenste resultaat. Die moet de gemeente vervolgens vertalen naar een omgevingsplan. Op basis daarvan worden instrumenten voor toezicht en handhaving vastgesteld die de omgevingsdiensten gaan inzetten. De handhaving verandert daarmee van taak- naar resultaatgericht. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor de werkzaamheden van de omgevingsdiensten.”

Wat gaat er concreet veranderen aan de taken van omgevingsdiensten?

“Binnen de omgevingsdienst zal alle kennis en kunde voor het uitdragen van de omgevingsvisie samenkomen. Dat betekent dat omgevingsdiensten in feite gaan helpen bij het ontwikkelen van instrumenten die de uitvoering van de omgevingsvisie ondersteunen. De diensten krijgen dus veel meer taken dan alleen het verlenen van vergunningen en het toezicht daarop. Advies over regelnaleving wordt een kerntaak. Omgevingsdiensten zullen daarom veranderen van organisaties die zich richten op vergunningen, toezicht en handhaving, naar organisaties die bijdragen aan de doelen van het bestuur.”

Wordt de positie van de omgevingsdiensten ook anders?

“Het plan en de visie worden straks vanuit de Omgevingswet door het bestuur van de gemeente opgesteld. De regels die toezichthouders vervolgens hanteren, hangen natuurlijk samen met de achterliggende beleidsvisie. Dat betekent dat de taken van de omgevingsdienst niet langer beleidsneutraal zijn, maar beleidsondersteunend. Of beleidssensitief is misschien een beter woord. Omgevingsdiensten staan voor de uitdaging om daarop in te spelen. Alleen dan kun je het bestuur ook adviseren over de manier waarop je het gekozen beleid in de uitvoering kunt realiseren.”
De taken van de omgevingsdienst zijn niet langer beleidsneutraal, maar beleidsondersteunend.

Gaan omgevingsdiensten zich meer bezighouden met advies en minder met handhaving?

“Nou, de uitvoering blijft zeker belangrijk. Maar omgevingsdiensten moeten wel meer gaan nadenken over het resultaat van hun taken en activiteiten. Het gaat niet om de regels; die zijn alleen een middel om je doel te bereiken. Je moet beginnen bij het resultaat dat je wilt behalen – en die doelstelling vervolgens vertalen naar regels en instrumenten. Toezichthouders worden op die manier steeds meer specialist in naleving in plaats van controleur van regeltjes. En dat is best een omslag.”

Wie is Harm Borgers?
Harm Borgers is docent bij de opleidingen voor rechters en medewerkers van rechtbanken in het milieu- en omgevingsrecht. Hij is directeur van AT Osborne Legal, een adviesbureau gespecialiseerd in onder meer omgevingsrecht. Eerder werkte hij onder andere bij het ministerie van VROM, DCMR Milieudienst Rijnmond en de provincie Gelderland. Borgers studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij in 2012 promoveerde op een proefschrift over milieurecht.

Zijn omgevingsdiensten wel goed toegerust voor de veranderingen in hun taakveld?

“Op dit moment vind ik dat de capaciteit van omgevingsdiensten juist veel te weinig wordt benut. De kennis is wel aanwezig bij de mensen, die kan alleen nog op meer manieren worden ingezet. Maar om echt bij te dragen aan de omgevingsvisie zijn soms wel andere vaardigheden nodig. Een advies geven over een vergunning is nu eenmaal wat anders dan een advies over de totstandkoming van een omgevingsvisie. Daarbij moet je je bewust zijn van het achterliggende krachtenveld. Ook moeten medewerkers leren vanuit het resultaat te denken. Ze moeten niet alleen puur technisch een vergunning behandelen, maar ook weten hoe de naleving in elkaar zit, hoe je naleving vergroot en hoe je kunt voorkomen dat je moet handhaven.”

Ziet de toekomst van de omgevingsdiensten er positief uit?

“Er staat ons nog wel een spannende tijd te wachten, want de gemeente moet wel willen dat de omgevingsdienst serieus meedenkt. De besturen van omgevingsdiensten en de ambtenaren van gemeenten moeten samen een leertraject ingaan om te zien hoe de visie van het bestuur zich vertaalt in instrumenten voor toezicht. Ik hoop dat gemeenten de omgevingsdiensten daarbij betrekken. Die kunnen tenslotte vanuit hun positie kennis en kunde toevoegen. En daarmee toezicht, handhaving en naleving verbeteren. Op een slimmere manier en tegen minder kosten.”