Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Onderzoek laat zien: melders van misstanden doen dit vaak uit eigenbelang

Onderzoek laat zien: melders van misstanden doen dit vaak uit eigenbelang

Klokkenluiders geven misstanden door vanuit hun eigen organisatie. Maar overtredingen kunnen ook aan het licht komen door meldingen van klanten, concurrenten of leveranciers. Kim Loyens vertelt over het onderzoek dat zij met Judith van Erp deed naar de beweegredenen van deze zogenoemde externe melders.

Concurrenten, leveranciers en samenwerkingspartners zijn vaak op de hoogte van misstanden in de organisaties waarmee zij zaken doen. Hun meldingen kunnen de handhaving ten goede komen. Judith van Erp en Kim Loyens van de Universiteit Utrecht onderzochten in 2016 het meldgedrag van misstanden door externe omstanders. Bij drie inspecties – de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Voedsel- en Warenautoriteit – onderzochten zij dossiers waarbij sprake was van een externe melding. De onderzoekers gingen in gesprek met zowel de melder als de betrokken inspecteur om zo de meldprocedure en de beweegredenen van de melder te verkennen. Belangrijke conclusies uit het onderzoek, dat onderdeel is van een serie studies van het interdepartementale samenwerkingsverband Handhaving en Gedrag, zijn dat veel melders dit vooral doen uit eigenbelang en niet altijd tevreden zijn over de terugkoppeling van hun melding.

HOREN, ZIEN EN SPREKEN
Een onderzoek naar meldgedrag van misstanden bij externe omstanders
Uitgave: Uitgeverij Boom

Waarom onderzoek naar meldingen door derden?

“Iedereen kent het fenomeen klokkenluiden wel: een insider stelt misstanden binnen een bedrijf aan de kaak – vaak met gevaar voor de eigen positie. Naar hoe deze klokkenluiders zich gedragen en wat hun beweegredenen zijn, is al veel onderzoek gedaan. Maar ook outsiders, mensen met een professionele relatie tot een organisatie, doen regelmatig melding van misstanden. Over hun beweegredenen weten we nog heel weinig, terwijl hun informatie heel waardevol kan blijken. Het gaat immers vaak om leveranciers of concurrenten die vanuit hun professie kennis en inzicht hebben in wat er gebeurt in andere organisaties. Vanuit onze kennis over klokkenluiders zijn we daarom ook naar deze groep gaan kijken.”

Kim Loyens

Wat zijn de belangrijkste onderzoeksresultaten?

“Outsiders blijken een andere motivatie te hebben om misstanden te melden dan insiders. Bij klokkenluiders zien we dat meldingen vaak vanuit altruïstische motieven worden gedaan: klokkenluiders handelen vaak zonder dat ze er zelf voordeel van hebben. De melders die wij spraken – in het Engels ook wel ‘bellringers’ genoemd – handelden echter voornamelijk uit eigenbelang. Het kan bijvoorbeeld zijn dat zij bepaalde investeringen hebben gedaan om aan de regels te voldoen en hun concurrent niet, waardoor de melder financieel nadeel heeft ondervonden. Zulke meldingen gaan vaak gepaard met uitspraken over eerlijkheid; men vindt het belangrijk dat het spel eerlijk gespeeld wordt. Overigens zagen we ook dat wanneer dierenwelzijn of de algemene veiligheid in het gedrang komen, bijvoorbeeld rondom personenvervoer of het transport van gevaarlijke stoffen, wel meer vanuit algemeen belang werd gemeld.
“Men vindt het belangrijk dat het spel eerlijk gespeeld wordt.”
We hebben de melders daarnaast gevraagd naar hun ervaring met het meldpunt bij de toezichthouder en met de afhandeling van hun melding. Hieruit blijkt dat de meeste melders tevreden zijn over het melden zelf. Waar het soms wel misgaat, is de terugkoppeling. Mensen die we spraken gaven aan dat ze, naast een standaard ontvangstbevestiging, nooit meer horen wat er nu precies met hun melding is gebeurd. Melders die wel een terugkoppeling krijgen – of zelf zien dat hun melding resultaat had – zijn meer tevreden en geven ook sneller aan dat ze nóg een keer een melding zouden doen als dat nodig mocht zijn.
Judith van Erp over Horen, zien en spreken
Vanuit de toezichthouders hoorden we vaak dat het veel capaciteit kost om alle meldingen van een terugkoppeling te voorzien. Bovendien is het, vanwege beroepsgeheim of een langer durend onderzoek, niet altijd mogelijk. Één van onze aanbevelingen is dan ook om in zo’n geval in meer algemene zin te communiceren over wat er met meldingen is gebeurd. Bijvoorbeeld via de media, op de website of in het jaarverslag. Je spreekt dan mensen niet individueel aan, maar laat een hele groep tegelijk weten dat melden zin heeft.”
“Meldingen van outsiders zijn heel bruikbaar voor het toezichtveld.”

Wat kunnen toezichthouders met de onderzoeksresultaten?

“Wij denken dat de meldingen van outsiders heel bruikbaar zijn voor het toezichtveld. We merken echter dat sommige toezichthouders nog wat terughoudend zijn om melden te stimuleren. Vaak willen ze vermijden dat hun handhavingsactiviteiten te veel gestuurd worden door incidenten. Want dat kan afleiden van proactief handhavingsbeleid dat overtredingen juist probeert te voorkomen. Wij hopen toezichthouders met dit onderzoek handvatten te bieden voor hoe zij externe meldingen kunnen stimuleren, maar ook voor hoe zij hier optimaal en proactief gebruik van kunnen maken.”