Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Gemeenten bestrijden uitkeringsfraude met preventie en repressie

Gemeenten bestrijden uitkeringsfraude met preventie en repressie

Gemeenten pakken uitkeringsfraude niet allemaal op dezelfde manier aan. De aanpak is onder meer afhankelijk van de prioriteiten en de grootte van de gemeente in kwestie. Maar over één ding is iedereen het eens: preventieve en repressieve maatregelen moeten elkaar aanvullen. Twee betrokkenen vertellen hoe dat werkt.

Marga van Velsen

Over de omvang van fraude met uitkeringen zijn geen betrouwbare cijfers bekend. Maar duidelijk is wel dat geen enkele gemeente fraude tolereert. Marga van Velsen is Unithoofd Intake & Handhaving bij de gemeenschappelijke regeling IJsselgemeenten. Hieronder vallen de afdelingen Sociale Zaken van drie gemeenten: Capelle aan de IJssel, Krimpen aan de IJssel en Zuidplas. “Fraude is onacceptabel. Uitkeringen zijn bedoeld voor mensen die er recht op hebben. Het is hun vangnet. Om uitkeringen betaalbaar te houden, moet je ervoor zorgen dat ze ook echt alleen naar die mensen gaan.”

Ad van Mierlo

Ad van Mierlo is directeur van het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving (KHN). Het KHN ondersteunt gemeenten bij de aanpak van uitkeringsfraude. “Soms is dat proactief, maar meestal vraaggericht. Het hangt voor een deel van de omvang van de gemeente af hoe zij fraude bestrijden. Kleine gemeenten hebben vaak intensief contact met de burgers. Grote gemeenten hebben juist de beschikking over meer data en kunnen een betere risicoanalyse uitvoeren.”

Vier elementen in aanpak

IJsselgemeenten is zeer actief bezig met het voorkomen en bestrijden van fraude met uitkeringen. De aanpak bestaat uit vier elementen. Van Velsen: “Twee daarvan richten zich op preventie: ‘vroegtijdig informeren’ en ‘optimaliseren’ van onze dienstverlening. De andere twee elementen zijn repressief: ‘controleren op maat’ en ‘sanctioneren’.”
Een belangrijk onderdeel van de preventieve aanpak is dus het informeren van (potentiële) klanten. “We brengen hen goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Daardoor is fraude uit onwetendheid bijna niet mogelijk”, vertelt Van Velsen. Ook het KHN benadrukt het belang van goede informatie. Van Mierlo: “Je communicatie en dienstverlening moeten perfect op orde zijn. Je moet eerst heel goed laten weten aan je klanten wat wel en niet mag. Pas daarna kun je gaan controleren.”
“Je moet eerst heel goed laten weten wat wel en niet mag. Pas daarna kun je gaan controleren.”
Ook over de aanpak van fraudegevallen is IJsselgemeenten open. Van Velsen: “We publiceren de resultaten heel bewust, zoals het aantal fraudegevallen en het bedrag dat ermee gemoeid is. Zo laten we zien dat als je fraudeert, de kans heel groot is dat je door de mand valt.”

Goede dienstverlening

Naast voorlichting maakt goede dienstverlening ook deel uit van de preventieve aanpak van IJsselgemeenten. Van Velsen: “We voorkomen ingewikkelde bureaucratische handelingen, waardoor mensen sneller de fout in gaan. Sinds vorig jaar kan een inwoner zijn aanvraag ook digitaal doen. Elke aanvraag wordt vervolgens beoordeeld door intakespecialisten. Wanneer zij het risico op fraude hoog inschatten, zijn zij aanwezig bij het gesprek van de casemanager met de klant. In ieder geval spreken we elke klant altijd voordat hij een uitkering ontvangt.”

Risicosignalen

Analyseren van de risico’s past bij het derde element van de aanpak van IJsselgemeenten: het controleren op maat. “We doen aan risico- en signaalsturing”, vertelt Van Velsen. “Zo controleren we extra goed wanneer iemand voorheen in een ‘gevoelig beroep’ werkte, met een hoog risico op fraude. In de horeca bijvoorbeeld staat niet altijd iedereen op de loonlijst.” Daarnaast ontvangt IJsselgemeenten informatie van het Inlichtingenbureau. Dit bureau koppelt digitale uitkeringsbestanden van gemeenten aan bestanden van instanties als de Belastingdienst. “Van hen krijgen we maandelijks signalen, bijvoorbeeld over voertuigbezit en inkomen. Die informatie verwerken we zo snel mogelijk. Daarvoor hebben we gelukkig de benodigde capaciteit. Dat is erg fijn en geldt zeker niet voor elke gemeente.”
“We laten zien dat als je fraudeert, de kans heel groot is dat je door de mand valt.”
Daarnaast hebben de vijf units van de afdeling Sociale Zaken van IJsselgemeenten onderling veel contact. “Het team van Handhaving is regelmatig te vinden op de werkvloer van het Werkplein, of de unit Inkomen. Op die manier zijn ze in staat snel alle relevante informatie met elkaar te delen en aan de bel te trekken wanneer ze iets niet helemaal vertrouwen.”

Sancties

Na het vaststellen van fraude volgt tot slot het vierde element van de aanpak van IJsselgemeenten: het sanctioneren. Fraudeurs krijgen een terugvordering en soms ook een boete. Van Velsen: “Of een fraudeur een boete krijgt, hangt af van de mate van verwijtbaarheid. De boete is ook gerelateerd aan het fraudebedrag.” De bestrijding van fraude met bijstandsuitkeringen door IJsselgemeenten heeft in 2015 een besparing van bijna 3 miljoen euro opgeleverd. In 2015 is 242 keer uitkeringsfraude vastgesteld. Hierdoor zijn 147 uitkeringen beëindigd.
Van Mierlo is tegen het standaard uitdelen van hoge boetes: “Dan krijgen mensen direct een grote schuld. Dat maakt het lastig voor hen om terug te keren naar het arbeidsproces. Gelukkig krijgen gemeenten steeds meer ruimte voor maatwerk, om binnen een bandbreedte zelf te experimenteren met wat werkt.”

Fraudewet

In 2013 is de Fraudewet ingevoerd. Die gaf gemeenten, UWV en de Sociale Verzekeringsbank meer mogelijkheden om uitkeringsfraude op te sporen en aan te pakken. Zij mogen sindsdien bepaalde bestanden aan elkaar koppelen, sneller op huisbezoek en sociale media uitpluizen. Elke gemeente mag zelf beslissen hoe ze fraude aanpakt. Op 1 januari 2017 is de Fraudewet aangepast: gemeenten mogen de hoogte van de boete voortaan afstemmen op de ernst van de overtreding, de mate waarin deze verwijtbaar is en de omstandigheden van de betrokkene.