Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Onderzoek naar toezicht op politie en Openbaar Ministerie legt lacune bloot

Onderzoek naar toezicht op politie en Openbaar Ministerie legt lacune bloot

Het toezicht op politie en het Openbaar Ministerie (OM) rammelt, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC). In hun onderzoeksrapport concluderen de onderzoekers dat rechters zelden vormfouten van de politie en het OM bestraffen. Een slechte zaak, zeggen experts, want dit maakt het soms moeilijk om rechtshandhaving te rechtvaardigen.

Doel van het onderzoek van het WODC was om inzicht te krijgen in welke vormen van toezicht op het overheidsoptreden waarbij straffen worden geëist er nu al bestaan en welke mogelijke lacunes hierin kunnen worden geconstateerd. In hun rapport analyseren de onderzoekers onder meer het toezicht door het ministerie van Veiligheid en Justitie op het uitoefenen van de taken van het OM en politie, het toezicht van het Openbaar Ministerie op de politie, het interne toezicht binnen OM en politie, het toezicht door de Inspectie Veiligheid en Justitie en het toezicht van de rechter op vormfouten.
In Nederland ontbreekt het aan een extern en onafhankelijk toezichtsorgaan dat toezicht houdt op politie en justitie.

Extern toezichtsorgaan ontbreekt

Na hun inventarisatie concluderen de onderzoekers dat het in Nederland ontbreekt aan een extern en onafhankelijk toezichtsorgaan dat toezicht houdt op politie en justitie. Reden daarvoor zou de verzelfstandiging en centrale sturing van de politie zijn. Waar in België de politie vaak nog lokaal georiënteerd is, met de plaatselijke burgemeester als ‘voogd’, is de politie in Nederland een nationale organisatie. Het gevolg? Er worden intern wel sancties uitgedeeld bij fouten, bijvoorbeeld door de korpsleiding, maar dit is vaak niet zichtbaar voor de buitenwereld. Terwijl juist openbaarheid en transparantie belangrijke voorwaarden zijn voor effectief toezicht en voor geloofwaardigheid.

Sancties bij vormfouten

De partij die binnen het huidige toezichtveld het meest in aanmerking zou komen om misstanden binnen de politie aan de kaak te stellen, is volgens de onderzoekers de rechter. De rechter kan namelijk bij een vormfout – een situatie waarbij de formele regels al dan niet opzettelijk niet zijn nageleefd door politie of justitie - als een van de weinige toezichthoudende instanties ook echt ingrijpende sancties opleggen die ook zichtbaar zijn voor de buitenwereld. Dit blijkt echter zelden te gebeuren. Bij een vormfout kan de rechter in het ergste geval een zaak nietig verklaren. Maar, zo geven de rechters aan, het is slecht uit te leggen dat wetsovertreders vrijkomen door een fout van de politie of het OM. Sinds een uitspraak van de Hoge Raad in 2013 worden vormfouten daarom vrijwel altijd ‘met de mantel der liefde bedekt’, concluderen de onderzoekers. Ook bezuinigingen – vooral een gebrek aan tijd – spelen een rol.
Één van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers is om te veranderen hoe rechters omgaan met vormfouten.

Leren van fouten

Eén van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers is veranderen hoe rechters omgaan met vormfouten. Door deze fouten niet te bestraffen, is er voor de betrokkenen nu geen prikkel om van hun fouten te leren. Dit belang moet volgens de onderzoekers niet worden onderschat. Bovendien kan dit uiteindelijk de legitimiteit van de rechtshandhaving negatief beïnvloeden. De onderzoekers roepen rechters daarom op om vormfouten opnieuw zwaarder te bestraffen, of er op zijn minst meer aandacht aan te besteden.

Onderzoek in opdracht van ministerie van Justitie

Het onderzoek van het WODC werd uitgevoerd om een inventaris op te stellen van toezicht op strafvorderlijk overheidsoptreden. Naast uitgebreide deskresearch ondervroegen de onderzoekers ongeveer veertig experts uit België en Nederland. De experts waren een lid van de Hoge Raad, raadsheren van gerechtshoven, rechters, een officier van justitie, advocaten, politiefunctionarissen, hoogleraren en politiewetenschappers.