Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Afvalvrije economie vraagt om aandacht en beter toezicht

Afvalvrije economie vraagt om aandacht en beter toezicht

In een circulaire economie wordt alles wat aan het einde van z’n levensduur is uiteindelijk weer opnieuw gebruikt. In zo’n economie bestaat afval niet. Maar ondanks tal van initiatieven, goed(bedoeld) beleid, regels en certificatie is deze situatie nog lang geen werkelijkheid. Dat blijkt uit het boek ‘Het goede handhaven’, over de rol van toezicht in de circulaire economie.

Oud ijzer, afgedankte computers, koelkasten en wasmachines, oude verpakkingen, textiel en papier, pallets, glas, bouwafval, chemische stoffen, accu’s en autobanden. Het is de schimmige kant van de consumptiemaatschappij: reststromen. De wereld van vage bedrijfjes op terreinen met stapels autowrakken waar het ruikt naar olie en roestig metaal. Maar ook van de gemeentelijke inzamelpunten waar inwoners met volgepakte auto’s aansluiten in een lange rij om van hun overtollige spullen af te komen. En van containers op de hoek van de parkeerplaats van de supermarkt waar we ons glas, papier, plastic en textiel gescheiden kunnen achterlaten.

Wereld te winnen

Wat er met al dat afval gebeurt, weten we niet zo goed. Een deel wordt gerecycled, zo nemen we aan, maar een deel waarschijnlijk ook niet. Wat er dan wél mee gebeurt, onttrekt zich grotendeels aan onze waarneming. Maar dat dit allemaal niet helemaal schoon en zuiver zal zijn, verbaast waarschijnlijk niemand. In die zin zijn de 18 praktijkcases die auteurs Koos Meijer en Herman Jansen in hun boek ‘Het goede handhaven’ beschrijven dan ook niet verrassend. Want zoveel wordt daaruit wel duidelijk: er is nog een wereld te winnen voor de circulaire economie een feit is. Waar dat aan ligt, maken de auteurs duidelijk aan de hand van een groot aantal voorbeelden die zij optekenden uit de mond van diverse spelers in de afvalbranche.
“Het belangrijkste is dat de gemeenten er meer aandacht aan gaan besteden. Die zijn immers verantwoordelijk voor de handhaving.”
Ook voor de auteurs zelf ging daarbij een wereld open, zegt Herman Jansen, zelf al jaren actief als auteur en uitgever op het snijvlak van duurzaamheid en handhaving. “Eerlijk gezegd ben ik wel geschrokken. Helemaal een verrassing was het niet wat we constateerden, maar ik had wel gedacht dat de situatie beter zou zijn. Er zijn heel veel oorzaken en dus zijn er ook veel oplossingsrichtingen. Vergelijk het met een dashboard met heel veel knoppen waaraan je kunt draaien. Wat mij betreft is de belangrijkste knop de gemeentelijke overheid die er meer aandacht aan gaat besteden. Gemeenten zijn immers verantwoordelijk voor de handhaving.”

Werk aan de winkel

Te weinig toezicht, te weinig kennis bij gemeenten, te weinig aandacht van wethouders, te weinig belangstelling van raadsleden, te weinig voorlichting: Jansen kan zo een rij factoren opnoemen die op het bordje van de overheid liggen. De tien aanbevelingen die de auteurs aan het eind van het boek doen raken al die aspecten. Een greep hieruit: maak gemeentebestuurders en -raden en provinciebestuurders bewust van het belang van de circulaire economie en daarmee het toezicht op verwerking van afgedankte producten, zodat het een hogere prioriteit krijgt. Informeer burgers, wethouders, provinciebestuurders, inzamelaars en verwerkers over wat wel en niet mag met afgedankte producten. Stel een bovenregionale, landelijke aanpak in om het toezicht effectiever te maken. En: verbeter de kennis van toezichthouders op het gebied van de risico’s en de regelgeving. Werk aan de winkel dus, vooral voor de overheid.

All-actors-principe

“Maar daarmee ben je er nog niet”, erkent Jansen. “Je hebt te maken met het ‘all-actors-principe’: wil je dit goed krijgen, dan moet in elke keten elke schakel z’n verantwoordelijkheid nemen. Maar daarin gaat nog veel mis. Een voorbeeld van een keten waarin het betrekkelijk goed gaat, is die van de auto’s. 85% van de demontagebedrijven is aangesloten bij de branchevereniging. Die bedrijven kunnen heel veel recyclen, tot wel 98%. Maar 15% van de demontagebedrijven is dus niet bij een branchevereniging aangesloten. Niet dat die het allemaal slecht doen, maar er is maar weinig controle op. Ze houden zich minder aan de regels, hebben daardoor lagere kosten en kunnen dus meer voor een wrak bieden. En omdat het handel is, geldt voor veel verkopers gewoon de beste prijs. Alleen door deze bedrijven scherp in de gaten te houden, kun je er als overheid wat aan doen. Maar dat moet dan wel gebeuren.”
“Je hebt te maken met het ‘all-actors-principe’: wil je dit goed krijgen, dan moet iedereen in de keten z’n verantwoordelijkheid nemen.”

Meten met twee maten

Twee jaar geleden is de WEEELABEX-certificatie geïntroduceerd, een erkenning voor bedrijven die zich wél aan de regels (zeggen te) houden. Maar ook hier zijn veel gemeentebestuurders er onbekend mee en ontberen veel toezichthouders bij omgevingsdiensten de kennis over de ingewikkelde regels van WEEELABEX. Veel gemeenten meten ook met twee maten, blijkt uit het boek. Zo laten ze toe dat kringloopwinkels met onderdelen van kapotte wasmachines weer één werkende maken. Maar bewerken en zelfs inzamelen mógen deze kringloopwinkels helemaal niet zonder vergunning. Vanwege het duurzame karakter treden maar weinig gemeenten hiertegen op. Ze werken zelfs vaak samen met deze winkels. Tegelijkertijd moeten diezelfde gemeenten wel optreden tegen verwerkers van oude wasmachines die niet over de juiste papieren beschikken. En dat laatste blijkt dan weer te veel met de fluwelen handschoen te gebeuren. De toezichthouder legt dan wel een boete of dwangsom op, maar veel gemeenten, verantwoordelijk voor de inning, zien daar in de praktijk vanaf als de ondernemer alsnog z’n leven betert. “Volgens vaste jurisprudentie”, verzuchten de auteurs, “is het bestuurders niet toegestaan zich actief met mogelijke strafmaatregelen te bemoeien. Toch gebeurt het.”

Communicatievraagstuk

Onbekendheid, onwetendheid en misverstanden: het lijken de grootste oorzaken voor het voortduren van het afvalprobleem. Is het daarmee niet vooral ook een communicatievraagstuk? “Absoluut”, zegt Jansen. “Er moet zóveel meer uitgelegd worden, gepubliceerd en voorgelicht, op alle niveaus. De Vereniging Producentenverantwoordelijkheid Nederland, betrokken bij de totstandkoming van dit boek, constateerde hetzelfde. Die heeft alvast het goede voorbeeld gegeven door alle gemeenten ons boek toe te sturen, maar er is veel meer nodig om dit veranderd te krijgen. Waaronder aandacht van de media. Nee, die circulaire economie laat nog wel even op zich wachten.”