Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Kabinet voert ‘doenvermogentoets’ in bij nieuwe beleidsvorming

Kabinet voert ‘doenvermogentoets’ in bij nieuwe beleidsvorming

Oog voor de mentale belasting van burgers bij de ontwikkeling van wetgeving en beleid. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zou de overheid dat meer moeten hebben. Want, zo bewijst hun onderzoek ‘Weten is nog geen doen’: dat mensen regels en procedures kennen, wil niet zeggen dat ze ook echt het bijbehorende, gewenste gedrag vertonen. In een brief aan de Tweede Kamer reageert het kabinet op het onderzoeksrapport.

Het is vooral in crisissituaties dat de overheid verwacht dat burgers in actie komen en de juiste keuzes maken. Bijvoorbeeld bij ernstige ziekte, overlijden, scheiding, faillissement of hoge schulden. Uit het onderzoek van de WRR blijkt echter dat burgers daar heel vaak niet toe in staat zijn. Onder andere keuzedruk en stress maken het – ook voor hoogopgeleiden – moeilijk om alert en goed georganiseerd te zijn. Vaak met (onbewust) ongewenst gedrag als gevolg. In een reactie op het WRR-rapport laat het kabinet weten “meer dan nu het geval is inzichten in gedragskennis ter hand te nemen, zodat problemen van mensen kunnen worden opgelost en de effectiviteit en legitimiteit van het overheidshandelen wordt versterkt.”

Vroegtijdig en persoonlijk contact

Een van de aanbevelingen van de WRR die het kabinet ter harte neemt, betreft het vroegtijdig en persoonlijk contact zoeken met burgers wanneer er sprake is van een overtreding. Dit maakt het mogelijk een beter onderscheid te maken tussen burgers die zich niet wíllen houden aan bestaande regels en burgers die dat niet kúnnen. Bovendien is sturen in een vroeg stadium nog mogelijk, wanneer de burger het mentaal nog aankan om keuzes te maken en in actie te komen. Door experimenten uit te voeren, doet het kabinet daar ervaring mee op. Zo is er het programma Passend Contact met de Overheid. En de Belastingdienst experimenteert met direct, actief contact met burgers bij relevante fiscale gebeurtenissen.
Waar de WRR aanraadt een nieuw kenniscentrum voor gedragsverandering op te richten, kiest het kabinet ervoor gedragskennis bij de departementen te versterken. Daarin ziet de regering een belangrijke een rol weggelegd voor Behavioural Insights Netwerk Nederland (BIN NL).
Burgers moeten de wet niet alleen ‘kennen’ maar ook ‘kunnen’.

Zicht op mentale belasting

Burgers moeten de wet niet alleen ‘kennen’ maar ook ‘kunnen’. De WRR beveelt daarom aan om bij voorgenomen beleid en regelgeving eerst te checken of het wel ‘te doen’ is voor burgers; met testpanels, simulaties of experimenten. Het kabinet wil inderdaad een zogenoemde ‘doenvermogentoets’ invoeren bij nieuwe beleidsvorming. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving wordt aangevuld met informatie over doenvermogen. Uitvoerders moeten in dat kader voortaan uitleggen hoe de uitvoering aansluit op het doenvermogen van de desbetreffende doelgroep. De doenvermogentoets wordt ook opgenomen in de reeds bestaande Uitvoerings- en Handhavingstoets.
Het kabinet schenkt speciale aandacht aan drie life events die uitzonderlijk veel vragen van het doenvermogen. Allereerst schuldenproblematiek. In het regeerakkoord zijn allerlei maatregelen genoemd om te voorkomen dat mensen in de (problematische) schulden terechtkomen. Partijen als DUO, CJIB en UWV werken samen om manieren te vinden om hun klanten beter te ondersteunen. Zo onderzoeken ze bijvoorbeeld welke belemmeringen bestaan bij het uitwisselen van klantendata.
Ten tweede schenkt het kabinet speciale aandacht aan burgers die te maken hebben met scheiding. Een speciaal platform opgericht onder leiding van oud-minister André Rouvoet, met als uitgangspunt ‘scheiden zonder schade’, voert gesprekken met organisaties over de vraag hoe overheden, bedrijven en maatschappelijke instellingen bij scheidingen de schade aan kinderen kunnen beperken. Het platform wil met onder andere voorlichting, bewustwording en maatschappelijk debat het verschil maken.
Het kabinet schenkt speciale aandacht aan drie life events die uitzonderlijk veel vragen van het doenvermogen: schuldenproblematiek, scheidingen en het verkrijgen van toeslagen.
Ten derde beseft het kabinet dat bij het verkrijgen van toeslagen de zelfredzaamheid van burgers een grote rol speelt. De burger moet zelf inschatten of hij een bepaalde toeslag nodig heeft, of hij daarvoor in aanmerking komt en of hij die vervolgens ook echt aanvraagt en continueert. Het kabinet werkt samen met verschillende overheidsdiensten om hierin een helpende hand te bieden. De Belastingdienst benadert bijvoorbeeld toeslaghouders die waarschijnlijk te maken krijgen met inkomensstijging en – dus – een mogelijke terugvordering van hun toeslag.

Keuzevrijheid

Opvallend is de reactie van het kabinet op de aanbeveling van de WRR om heel terughoudend te zijn met het bieden van grote keuzevrijheden. Het kabinet ziet de meerwaarde van keuzevrijheid juist in, en wil per casus bekijken hoeveel vrijheid goed is. Bij de vernieuwing van het pensioenstelsel wordt bijvoorbeeld onderzocht of en hoe het mogelijk is om een deel van het pensioenvermogen in een keer op te nemen.
Toch pleit het kabinet voor maatregelen om keuzes te sturen. Een voorbeeld: in het leenbeleid voor studenten geeft DUO niet langer ‘maximaal lenen’ als optie; studenten moeten zelf een bedrag invullen. Dit leidt tot een lager gemiddeld leenbedrag per maand. Ook wil het kabinet mensen anders benaderen wanneer zij een keuze moeten maken, bijvoorbeeld met digitale beslisbomen als de ‘checklist met pensioen gaan’.

Doenvermogen van de overheid

“Het kabinet wil in haar beleid en in de uitvoering van bestaand beleid steeds uitgaan van een realistisch burgerperspectief”, zo sluiten de minister voor Rechtsbescherming en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun brief af. “Deze aanpak moet een tweede natuur worden.” Alleen een kabinetsreactie zorgt niet dat alle goede voornemens ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Ook de overheid zelf heeft daarvoor doenvermogen nodig. Door al doende ervaringen op te doen en te leren van wat werkt en wat niet, denkt het kabinet stappen in de goede richting te zetten.