Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Toezicht op WMO: “Kijk breder dan de wet voorschrijft”

Foto: Otto Snoek

Toezicht op WMO: “Kijk breder dan de wet voorschrijft”

Door de decentralisatie van de zorg hebben gemeenten sinds 2015 meerdere petten op. Binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn zij opdrachtgever, uitvoerder, handhaver én toezichthouder. Dat toezicht besteden veel gemeenten uit aan de GGD. In de regio Rotterdam-Rijnmond werken de toezichthouders volgens een eigen toezichtmodel. Hun uitgangspunt: doe méér dan de wet van je verlangt.

Muzaffer Yuksekyildiz en Claudia Weeber zijn samen met hun collega Jacqueline Kabel verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van de Wmo voor veertien gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond.

Toezicht houden op de Wmo, wat houdt dat precies in?

Yuksekyildiz: “Wij zien erop toe dat de Wmo-ondersteuning én de organisatie daarvan een hoge kwaliteit heeft. Die taak heeft allerlei facetten. We leggen huisbezoeken af bij cliënten, onderzoeken zorgaanbieders, interviewen medewerkers en analyseren de opgehaalde informatie. Is het zorgpersoneel bijvoorbeeld voldoende geschoold? Worden cliënten respectvol behandeld? Ook kunnen we onderzoeken of de gemeente de juiste voorwaarden schept voor de uitvoering van de Wmo. Bijvoorbeeld of de kaders van de gemeente aan zorgaanbieders voldoende duidelijkheid bieden voor het leveren van ondersteuning. ”
Weeber: “De gemeenten zijn samen onze formele opdrachtgever. We stellen aan het begin van het jaar een werkplan op en leggen dat voor aan de veertien wethouders. Tussentijds maken we een balans op van ons werk en we evalueren het ook in onze eindrapportage. De wet en het regionale toetsingskader zijn onze belangrijkste instrumenten. Het toetsingskader is een uitgewerkte versie van de eisen die de wet stelt. [Zie uitleg onder het verhaal, red.] Het is voor ons een leidraad, een onmisbaar kader om de kwaliteit te meten. Als we onderzoek doen naar de kwaliteit van ondersteuning, toetsen we onze bevindingen aan deze eisen.”
“Door aan de voorkant de kwaliteit van de ondersteuning te onderzoeken, kun je hopelijk calamiteiten voorkomen.”

Jullie werken met een eigen toezichtmodel. Waarom hebben jullie dat ontwikkeld en hoe werkt het?

Yuksekyildiz: “Met de decentralisaties kwam er veel op gemeenten af. Door de ambtenaren in de regio was voorwerk verricht, maar het moest allemaal nog concreter worden. Ons model is gebaseerd op het regionale toetsingskader, aangevuld met eigen inzichten. De wet stelt dat we in ieder geval reactief toezicht moeten uitvoeren. Dat is toezicht naar aanleiding van calamiteiten die zorgaanbieders verplicht zijn te melden bij de toezichthouder. Maar wij wilden verder gaan. Als je puur reactief toezicht houdt, heeft de calamiteit al plaatsgevonden. Door aan de voorkant de kwaliteit van de ondersteuning te onderzoeken, kun je die calamiteiten hopelijk voorkomen. Bovendien kan de ondersteuning ook onvoldoende zijn zónder zulke ernstige situaties.”
Weeber: “Ons model bevat daarom meer vormen van toezicht. We houden ook toezicht naar aanleiding van signalen vanuit gemeenten of andere partijen. Daarnaast doen we veel proactief onderzoek. We kiezen elk jaar thema’s, bijvoorbeeld aan de hand van mogelijke risicogroepen. Denk aan de ondersteuning van cliënten met psychosociale problematiek, zoals verslaving. We toetsen of zij de juiste ondersteuning krijgen en of er voldoende rekening wordt gehouden met hun problemen. Ook willen we graag bekend zijn bij regionale zorgaanbieders. We zijn nog relatief nieuw in het veld. Daarom zoeken we hen op om kennis te maken. Bijkomend voordeel is dat zij hierdoor eerder geneigd zijn calamiteiten aan ons te melden.”
“Het beeld kan ontstaan van de slager die zijn eigen vlees keurt. Maar wie onze rapporten leest, ziet meteen dat dit beeld niet klopt.”

Jullie houden toezicht op het werk van de gemeenten die tegelijk opdrachtgever zijn. Hoe waarborgen jullie de onafhankelijkheid?

Yuksekyildiz: “Inderdaad zou het beeld kunnen ontstaan van de slager die zijn eigen vlees keurt. Maar wie onze rapporten leest, ziet meteen dat dit beeld niet klopt. We zijn kritisch op alle partijen waarmee we te maken hebben en we behandelen ze allemaal gelijk. In onze rapporten adviseren we zorgaanbieders over verbetermaatregelen. Als we de ondersteuning door een gemeente onderzoeken, gaan we exact zo te werk. Transparantie is voor ons ontzettend belangrijk. Onze rapportages met beleidsadviezen maakten we al eerder openbaar. Vanaf januari doen we dat ook met onze onderzoeksrapporten.”
Weeber: “Doordat we onder de GGD vallen, kunnen we onafhankelijk toezicht houden op de gemeente. In ons toetsingskader staat dit ook beschreven. En mocht er ooit druk op ons worden uitgeoefend, dan staan wij zeker ons mannetje. We zijn onder meer aangenomen op onze senioriteit en hebben een sterke leidinggevende. Je mag van ons verwachten dat we onze rug rechthouden.”

Heeft jullie werkwijze ook knelpunten?

Weeber: “Onze handhavingsrol is beperkt. In onze rapporten leggen we verbetermaatregelen op, die we vervolgens in heronderzoeken toetsen. Als de maatregelen daarna niet doorgevoerd zijn, kunnen we een zorgaanbieder alleen nog op strenge toon toespreken. Daar eindigt onze bevoegdheid. Waar de rijksinspectie bijvoorbeeld boetes kan uitdelen of zelfs instellingen kan sluiten, moeten wij de handhaving en sancties aan de gemeente overlaten. En natuurlijk hopen we dat niet-uitgevoerde maatregelen ook echt consequenties krijgen voor de betreffende instellingen.”
Yuksekyildiz: “Vergeet niet: vrijwel alles waarmee wij binnen onze werkzaamheden te maken hebben, is tamelijk nieuw. De betrokken partijen moeten nog wennen aan elkaar. Lang niet iedereen in het veld weet bijvoorbeeld dat wij de toezichthoudende partij zijn. Wij verwachten de komende jaren een intensievere samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd en het Toezicht Sociaal Domein. We kunnen veel leren van elkaars manier van werken. Een bundeling van onze krachten maakt het toezicht ook voor zorgaanbieders en cliënten overzichtelijker. En dat is natuurlijk het belangrijkste.”

Wat zouden andere toezichthouders kunnen leren van jullie aanpak?

Weeber: “Aan onze werkwijze zijn pittige, onderlinge discussies voorafgegaan. Vooral over de definities van ons werk: wie zijn we en wat willen we bereiken? Ons doel is om sámen met zorgaanbieders en gemeenten een hoog zorgniveau te bieden aan cliënten. In die relatie bereik je vaak weinig met een opgeheven vingertje. We benadrukken graag het belang van samenwerking. En als het op de vriendelijke manier niet lukt, dan kun je altijd nog streng zijn.”
“Je bereikt vaak weinig met het opgeheven vingertje.”
Yuksekyildiz: “Mijn advies: kijk breder dan noodzakelijk is. Dat is voor ons echt een meerwaarde gebleken. Als we bijvoorbeeld zien dat ergens de werkomstandigheden voor medewerkers niet in orde zijn, dan melden we dat bij de Inspectie SZW. Ook bezochten we eens een pand waar de brandveiligheid niet op orde was. Zoiets rapporteren we uiteraard, maar we hebben er ook melding van gedaan bij de afdeling bouw- en woningtoezicht van de betreffende gemeente. Want die kunnen er direct iets mee doen. Als toezichthouders onderling kun je veel betekenen voor elkaar én voor elkaars cliënten. Beperk je blik dus niet tot je eigen taken. Die efficiënte samenwerking en korte lijntjes zijn bovendien precies waarvoor de decentralisaties bedoeld waren.”

Toetsen aan de wet: zó werkt Rotterdam-Rijnmond

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) stelt vijf basale kwaliteitseisen aan de zorgvoorziening:

  • Doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht;
  • Veilig;
  • Afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt;
  • In overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiend uit de professionele standaard;
  • Met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

Het Verwey-Jonker Instituut heeft die eisen samen met diverse GGD’en verder uitgewerkt in een toetsingskader. GGD’en die namens gemeenten het toezicht uitvoeren, kunnen dit kader gebruiken om de kwaliteit van de zorgvoorziening te meten.

De gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben het kader nog verder ontwikkeld en aangevuld. Zo zijn zij gekomen tot een regionaal toetsingskader: Naar een structureel kader voor toezicht en handhaving. De toezichthouders Wmo hebben dit verder geconcretiseerd in hun toezichtmodel. Dat gaat uit van vier vormen van toezicht: reactief, preventief, proactief en structureel.