Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
IVD: “Ons wapen is de openbaarheid”

IVD: “Ons wapen is de openbaarheid”

Dodelijke incidenten en harde kritiek vormden in 2016 een wake-up call voor Defensie. Als onderdeel van een aanpak om de interne veiligheid te vergroten, ging dit najaar een nieuwe toezichthouder van start: de Inspectie Veiligheid Defensie. Met als missie om bij Defensie de sociale en fysieke veiligheid te versterken en het lerend vermogen te vergroten. Inspecteur-generaal Veiligheid Wim Bargerbos: “Het is nu aan ons om te laten zien dat er écht iets kan veranderen.”

Wim Bargerbos

Al enkele jaren ligt Defensie onder vuur wegens onveiligheid. Tijdens een schietoefening in Ossendrecht komt in 2016 een commando om het leven. Op Mali leidt een ontplofte mortiergranaat tot de dood van twee uitgezonden militairen. Na zware kritiek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid treedt in datzelfde jaar minister Jeanine Hennis af, evenals de Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp. Begin 2018 verschijnt bovendien een rapport over de bedrijfsveiligheid bij Defensie, met als veelzeggende titel: ‘Het kan en moet beter’.
Defensie presenteert in maart 2018 een pakket maatregelen om de interne veiligheid te vergroten. Onderdeel daarvan is een nieuwe interne toezichthouder: de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD). Half oktober is deze organisatie officieel van start gegaan. Aan het hoofd staat inspecteur-generaal Veiligheid Wim Bargerbos, voorheen hoofddirecteur Beleid bij het Ministerie van Defensie.

Hoe kijkt u terug op die periode van kritiek en zelfonderzoek?

Wim Bargerbos: “De dodelijke ongevallen in 2016 en de politieke nasleep daarvan waren een harde wake-up call. Als defensietop zagen we in dat het anders moest. Dat we al die tijd niet kritisch genoeg naar onze eigen organisatie hadden gekeken. De conclusie was duidelijk: er was meer en beter intern toezicht nodig. Onze uitvoerende tak, de strijdkrachten, is geweldig groot. Het interne toezicht stond duidelijk niet in de juiste verhouding tot die omvang.”

Wat verandert daarin met de komst van de IVD?

“De bestaande controlemechanismen en toezichthouders blijven van belang. Zoals de Militaire Luchtvaartautoriteit, de Inspectie Militaire Gezondheidszorg, en het Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen. Maar hieraan is de IVD nu toegevoegd als een onafhankelijke, overkoepelende toezichthouder om de fysieke en sociale veiligheid binnen Defensie te versterken – óók in de buitenlandse missiegebieden. Ook gaan we ons inzetten voor meer coördinatie en samenwerking tussen de bestaande toezichthouders, om zo hun effectiviteit verder te vergroten.”
“We hebben geen interventiebevoegdheid. Maar dat wil niet zeggen dat we tandeloos zijn.”

Hoe gaat de IVD die fysieke en sociale veiligheid versterken?

“Door doelgericht te onderzoeken of het bestaande veiligheidssysteem binnen Defensie voldoende functioneert. Van klein materieel tot grote sociale issues. Dus het kan zowel gaan om een slechte dodehoekspiegel op een nieuw voertuig als om een mogelijk gevoel van onveiligheid bij het personeel. Alle mogelijke signalen kunnen voor ons aanleiding zijn om ergens in te duiken. Dat kan op drie verschillende manieren. Ten eerste doen we onderzoek naar specifieke thema’s, zoals hoe munitie opgeslagen is. Daarnaast brengen we ook hele ketens in kaart, bijvoorbeeld het vervoer van gevaarlijke stoffen. En tot slot zijn we verantwoordelijk voor het onderzoek naar ernstige ongevallen.”

Hoe onafhankelijk kunnen jullie dat onderzoek uitvoeren?

“Volledig onafhankelijk. Zowel van beide bewindslieden als van de militaire organisatie. De IVD is weliswaar geen rijksinspectie, maar we hebben wel een vergelijkbare positie. Minister Bijleveld heeft de regels voor rijksinspecties namelijk ook op ons van toepassing verklaard. Een belangrijk besluit, waar ik heel blij mee ben, want het garandeert onze onafhankelijkheid. We bepalen daardoor zelf wat we onderzoeken, hoe we dat uitvoeren, welke conclusies we trekken, welke aanbevelingen we doen en hoe we daarover rapporteren.”

Wat is in de praktijk jullie slagkracht en invloed als toezichthouder?

“We hebben geen interventiebevoegdheid. We kunnen dus niet zeggen: u moet nu hiermee stoppen. Boetes opleggen doen we evenmin. Als we tekortkomingen constateren, dan gaat het er niet om wie er gefaald heeft, maar wat er beter kan en hoe we dat kunnen bereiken. Maar dat wil niet zeggen dat we tandeloos zijn. Ons wapen is de openbaarheid. Alles wat we opleveren, wordt openbaar gemaakt. Rapporten gaan via de minister naar de Tweede Kamer, maar wel ongewijzigd. Ook zullen we alles op onze eigen website publiceren: www.ivd.nl.”

U heeft zelf uw team samengesteld. Hoe ziet dat team eruit en waarop heeft u die keuzes gebaseerd?

“Ons team telt 25 mensen. Mijn doel was om veel externe toezichtsexpertise in huis te halen. Dat klinkt logisch, maar voor Defensie is dat zeker niet vanzelfsprekend, omdat het zo’n naar binnen gekeerde organisatie is. We hebben mensen nodig die niet aanleunen tegen de militaire hiërarchie en die met objectieve afstandelijkheid kunnen werken. Deze collega’s komen van grote inspecties en vanuit de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ze vormen zo een sterk team met de mensen die uit Defensie zelf komen en die ook hun sporen hebben verdiend op veiligheidsgebied.”
“Het is heel begrijpelijk als er weerstand is of als mensen eerst de kat uit de boom willen kijken. Het is aan ons om de beloftes waar te maken.”

Is 25 mensen wel genoeg om toezicht te houden op zo’n grote organisatie in binnen- en buitenland?

“We zijn inderdaad niet groot, in vergelijking met andere inspecties. De belangrijkste opgave is dan ook om onderzoeksprioriteiten te stellen op basis van risicoanalyses. Daarnaast kunnen we bij voorvallenonderzoeken experts vanuit defensieonderdelen tijdelijk bij ons detacheren. En als het nodig is doen we een beroep op externe capaciteit en expertise. We moeten slim en vernieuwend zijn in hoe we ons onderzoek aanpakken.”

Is er een toezichthouder waaraan u zich spiegelt of die u inspireert?

“Wij kijken met grote belangstelling naar de Inspectie Justitie en Veiligheid, ook een jonge en grotendeels intern gerichte toezichthouder. Die heeft in korte tijd gezag opgebouwd. Daarvan valt voor ons veel te leren, onder meer hoe we ons als nieuwe partij kunnen vestigen en manifesteren binnen een grote organisatie. Een andere inspiratie is de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Die heeft een enorme ervaring, waarvan we heel goed gebruik kunnen maken. Hun protocollen en gebruikswijzen zijn voor ons prima uitgangspunten.”

Wat is uw reactie op kritische en sceptische geluiden binnen Defensie tegen een nieuwe toezichthouder?

“Het is heel begrijpelijk als er weerstand is of als mensen eerst de kat uit de boom willen kijken. Waarom zou deze ‘zoveelste’ maatregel wél effect hebben? En hoe kan zo’n kleine club opboksen tegen die enorme defensieorganisatie? Dat zijn legitieme vragen. Het is de komende jaren aan ons om de beloftes waar te maken en aan iedereen te laten zien dat er écht iets kan veranderen. Dat Defensie van een hardleerse een lerende organisatie kan worden.”

Wat hoopt u de komende jaren in elk geval te bereiken?

“Dat mede door onze rapporten de veiligheid binnen Defensie structureel groeit. Ook zou ik het mooi vinden als we binnen en buiten Defensie erkenning krijgen als een gezaghebbende, onafhankelijke inspectie. Op langere termijn komt hier nog de uitdaging bij om de aandacht voor veiligheid vast te houden bij alle betrokkenen. Veiligheid staat nu hoog op de agenda, en daardoor vinden we ongetwijfeld een gewillig gehoor bij de ambtelijke top. Maar als de politieke aandacht wegebt, zullen we die overtuigingskracht zélf moeten leveren.”