Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Apart toezicht op e-health: “Later hopelijk niet meer nodig”

Apart toezicht op e-health: “Later hopelijk niet meer nodig”

Van meetapparaatjes tot gezelschapsrobots: in de zorg vormen elektronische hulpmiddelen een snelgroeiende markt. Sinds 2017 houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) apart toezicht op de inzet van e-health door zorgverleners. “Nu is er voor dit thema nog speciaal toezicht nodig. Hopelijk verdwijnt op termijn dat onderscheid en kan een zorginspecteur het totale zorgaanbod beoordelen.”

Johan Krijgsman, coördinerend inspecteur e-health bij de IGJ.

Wat valt er allemaal onder e-health? “Een waaier aan technologische innovaties – dwars door de hele zorgsector heen”, vertelt Johan Krijgsman, coördinerend inspecteur e-health bij de IGJ. “Grofweg zijn er drie varianten. Allereerst zijn er de producten die patiënten zelfstandig gebruiken. Zoals een persoonlijke online gezondheidsomgeving. Of een apparaatje om thuis metingen te doen, bijvoorbeeld de stollingstijd van het bloed bij trombosepatiënten. Daarnaast zijn er systemen voor de zorgverlener, vaak als ondersteuning bij diagnoses en beslissingen. Een bekend voorbeeld is IBM Watson Health. Maar veruit de grootste categorie ligt op het grensvlak tussen patiënt en zorgverlener. Denk aan online behandelmethodes in de geestelijke gezondheidszorg en monitoring op afstand in de thuiszorg. En ja, ook de service- en gezelschapsrobots waarover je soms iets in de krant leest. Maar die technologie is nog heel experimenteel.”
Veel innovaties in e-health vallen onder de ‘toezichthoudende domotica’. Kort gezegd: technische snufjes die mensen thuis ondersteunen en monitoren. “Deze technologie neemt een hoge vlucht”, aldus Krijgsman. “Mede door de Wet maatschappelijke ondersteuning, waardoor ouderen steeds langer thuis blijven wonen.” Domotica omvat allerlei sensoren en waarschuwingssystemen, waardoor mantelzorgers of hulpverleners bij nood snel kunnen ingrijpen. “Maar ook mogelijkheden voor beeldbellen met de arts of verpleegkundige. En slimme apparaten die structuur bieden door de bewoner zo nu en dan ergens aan te herinneren.”

Een dag op visite bij een zorgverlener

Hoewel het om technische oplossingen gaat, ligt bij de IGJ niet de nadruk op de technische kant. “Een product moet natuurlijk veilig zijn. Een zorgrobot die met hete thee rondrijdt, moet die niet over iemand heen gooien of tegen dingen aanrijden. Voor die technische kwaliteit zijn volop normen, waaronder de Europese CE-markering en de Wet medische hulpmiddelen. Keuringsinstanties als DEKRA bewaken die markt en ook de IGJ heeft daar een rol in. Maar in ons toezicht op zorgverleners gaat het vooral om plannen, strategie en beleid."
“’s Ochtends bevragen we de raad van bestuur, ’s middags controleren we of dat verhaal in de praktijk klopt.”
Krijgsman gaat telkens – samen met een collega – een dag lang op visite bij een zorginstelling die zij zelf hebben uitgekozen. “Dat bezoek is genoeg om een aardig goed beeld te krijgen van hoe een organisatie met technologie omgaat. ’s Ochtends bevragen we de raad van bestuur en sleutelfunctionarissen. Hoe ondersteunt de ingezette ICT de zorgdoelstelling? Hoe zijn de rollen en verantwoordelijkheden belegd? De middag gebruiken we om te controleren of dat verhaal in de praktijk klopt. We gaan onder meer na hoe een ICT-oplossing is uitgekozen en getest, of het personeel voldoende getraind is en hoe het onderhoud is geregeld.”

Twee zien meer dan één

Tijdens de bezoekjes aan zorgverleners laat Krijgsman zich altijd vergezellen door een collega die expert is op dat specifieke gebied. Zoals geestelijke gezondheidszorg of medisch-specialistische zorg. “Zelf let ik vooral op hoe de ICT ingebed is, terwijl mijn collega meer oog heeft voor de zorgrisico’s, dus voor wat er op het niveau van de patiënt mis kan gaan. Bijkomend voordeel is dat ‘gewone’ zorginspecteurs zo steeds meer leren over e-health. Nu is er voor dit thema nog speciaal toezicht nodig. Dat is begrijpelijk, want het is allemaal nog erg nieuw. Maar hopelijk verdwijnt op termijn dat onderscheid, en kan een zorginspecteur het totale zorgaanbod beoordelen.”
Het aandachtspunt dat Krijgsman en zijn collega’s bij zorgorganisaties het vaakst constateren, is de ‘governance’. Oftewel: hoe het thema in de organisatie belegd en geregeld is. “In de besluitvorming en de rollen rondom e-health is vaak meer duidelijkheid nodig. Bij gebrek daaraan kunnen gemaakte keuzes in de praktijk slecht aansluiten bij wat zorgprofessionals en patiënten nodig hebben. Dan is alle energie voor niets geweest. Of de systemen sluiten niet goed op elkaar aan, waardoor men voortdurend gegevens moet overtikken van het ene systeem in het andere."
“We zijn zelf veel in het veld, dus we zien goed hoe de werkelijkheid zich verhoudt tot de rapporten.”
“Ook de risicoanalyse kan doorgaans meer aandacht gebruiken. Vóór aanschaf en invoering van een innovatie moet de organisatie alle mogelijke gevaren en risico’s in beeld brengen. En aantoonbare maatregelen nemen om die risico’s te beheersen. Ga je bijvoorbeeld patiënten op afstand monitoren, dan wil je dat er nagedacht is over het risico dat je van een patiënt ineens geen gegevens meer doorkrijgt. Voor organisaties die niet gewend zijn aan complexe digitale innovaties, zoals de thuiszorg, is die analyse nog niet zo vanzelfsprekend. We hopen daar verandering in te brengen.”

Inspirerende experimenten

Hoe zorgt de IGJ dat ze niet achter de feiten aanloopt in een markt met snelle ontwikkelingen? “Nederland kent onafhankelijke organisaties die jaarlijks helder in kaart brengen wat er op dit vlak gebeurt. Zoals de eHealth-monitor van onderzoeksinstituut Nivel en expertisecentrum Nictiz. We zijn zelf bovendien veel in het veld, dus we zien goed hoe de werkelijkheid zich verhoudt tot de rapporten.” Krijgsman ziet in elk deel van de zorgmarkt wel mooie en inspirerende experimenten. “Zoals de inzet van virtual reality in de geestelijke gezondheidszorg, onder meer om angsten te behandelen. Dat is een heel interessante ontwikkeling.”
Als grootste uitdaging voor de hele markt beschouwt Krijgsman de opdracht om een balans te vinden tussen innovatie en de juiste randvoorwaarden. “Dus het is een kwestie van wél blijven vernieuwen en experimenteren, maar tegelijk zorgvuldig te werk gaan om de veiligheid van de patiënt voorop te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat goede randvoorwaarden juist innovatie aanwakkeren. Want niets is zo vervelend als een mislukt experiment, zeker als je er niets van leert.”

Een nieuw toetsingskader

Het afzonderlijke toezicht op e-health is voor de IGJ een recent fenomeen. In 2017 ging zij langs bij tien zorgaanbieders om bevindingen te verzamelen. De conclusie was dat veel zorginstellingen wel een duidelijke visie hebben op e-health, maar het nog moeilijk vinden om die zorgvuldig in de praktijk te brengen. Ook bleek er meer aandacht nodig te zijn voor mogelijke risico’s van e-health voor patiënten. In september 2018 publiceerde de IGJ een eerste toetsingskader ‘Inzet van e-health door zorgaanbieders’. Dit vormt nu het uitgangspunt voor het toezicht.