Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
SodM: “Toezicht moet bijdragen aan succes van energietransitie”

SodM: “Toezicht moet bijdragen aan succes van energietransitie”

Onze toekomst ligt in duurzame energie, maar de nieuwe technieken om deze op te wekken staan veelal nog in de kinderschoenen. Aan Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) de taak om te zorgen dat nieuwe vormen van winning veilig zijn. Lastig, want in veel gevallen moet het SodM het wiel opnieuw uitvinden. Hoe ga je als toezichthouder om met zulke ingrijpende veranderingen?

Het zijn prachtige alternatieven voor olie en gas: aardwarmte, waterstof en windenergie. Maar ze brengen ook de nodige risico’s met zich mee. Bodemvervuiling door roestende aardwarmtebuizen, bijvoorbeeld. En hoe geschikt is ons aardgasnet voor de levering van waterstof? Veel is nog onduidelijk, maar het zijn wel kwesties waar het SodM als toezichthouder voor staat.

Francine Kiewiet de Jonge-Lulofs, directeur bestuurszaken SodM

In de openbaarheid

Daar komt bij dat het SodM met een erfenis zit: die van de aardbevingen door gaswinning in Groningen. Daar was de communicatie met de burger niet transparant genoeg. Sindsdien is die communicatie een belangrijk speerpunt voor het SodM. Ook bij het toezicht op nieuwe energie vormt het informeren van de burger de eerste uitdaging. Directeur bestuurszaken Francine Kiewiet de Jonge-Lulofs van het SodM: “Mensen willen terecht weten wat er aan de hand is. Wij zorgen daarom dat al onze onderzoeken en adviezen openbaar en toegankelijk zijn voor iedereen. Wij zijn toezichthouder voor alle Nederlanders.”
Dit heeft ook invloed op het werk van de inspecteurs van het SodM. “Ze nemen tijdens een inspectie van bijvoorbeeld een gas- of aardwarmteput sneller contact op met gemeenten om uit te leggen wat er aan de hand is. Zij begrijpen dat de omgeving zenuwachtig wordt van zo’n inspectie en dat de gemeente aan burgers wil uitleggen wat er gaande is. Onze inspecteurs zijn dan ook allang niet meer alleen technische adviseurs. Ze moeten ook transparant kunnen communiceren.” Daarnaast is het SodM doordrongen van zijn eigen beperkingen. “Dat hebben we van Groningen geleerd. Ondanks veel wetenschappelijk onderzoek is nog steeds niet alles bekend over de diepe ondergrond, daar waar aardbevingen ontstaan. Dan is het belangrijk dat je duidelijk bent over wat je wel en niet weet als toezichthouder. Dat geldt natuurlijk ook voor risico’s van nieuwe, duurzame vormen van energiewinning. Hierover moeten we zo transparant mogelijk zijn naar burgers en bedrijven.”

Oude en nieuwe technieken

Om die risico’s zo goed mogelijk in te schatten, verzamelt het SodM veel kennis over nieuwe vormen van energie. Waar mogelijk wordt kennis uit het buitenland gehaald. Verder zet het SodM onderzoek uit bij het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM). Het KEM voert dit onderzoek onafhankelijk van de mijnbouwindustrie uit. Met strenge onderzoekseisen en transparant handelen vermijdt zij eventuele belangenverstrengeling in dit onderzoek.
“Onze inspecteurs zijn allang niet meer alleen technische adviseurs. Ze moeten ook transparant kunnen communiceren."
Helaas is over veel van de nieuwe technieken simpelweg nog geen kennis beschikbaar. Al bestaande kennis over oude technieken komt dan vaak van pas. Het SodM hoopt dat gevestigde energiebedrijven, zoals Shell, hier een rol pakken. “Zij hebben voor olie- en gaswinning al veel ervaring met het boren in de diepe ondergrond. Voor de winning van aardwarmte moet je dezelfde diepe boringen maken”, vertelt Kiewiet de Jonge-Lulofs. “Wij zien erop toe dat op veilige plekken wordt geboord. Voor het boren zelf weten die organisaties het beste welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn om de risico’s te beheersen. En dat is hard nodig in deze sector.”
Ook de ervaringen met de ouderwetse gaswinning zijn deels toepasbaar op de relatief nieuwe en duurzame geothermie, oftewel de winning van aardwarmte. Voor beide vormen worden diepe putten geslagen en buizenstelsels aangelegd. “We weten nu dat zo’n put niet te dicht bij een woonwijk moet liggen. Recent zorgde het dichten van een lekkende gasput in Monster, Zuid-Holland, voor dit inzicht. Daarvoor moet een complete boortoren op de put geplaatst worden om het lek te dichten, met veel en langdurige herrie tot gevolg. Hetzelfde geldt voor geothermieputten die hersteld of verwijderd worden. Dan moet er ook een boortoren op. Wij adviseren nu om geothermieputten op gepaste afstand van huizen te plaatsen om hinder voor omwonenden te voorkomen.”

Ken de sector

De komst van duurzame energie drukt zwaar op de capaciteit van het SodM. “We zullen als toezichthouder altijd keuzes moeten maken, ook nu. Wij moeten ons dus beperken tot de grootste risico’s. Dat doen we door eerst met grondige analyses zicht te krijgen op die risico’s. Zo dwingen we onszelf om de belangrijkste zaken aan te pakken. Sinds 2017 maken we elk jaar een zogenaamde 'staat van de sector’. Daarbij zoeken we naar trends in een sector. Onze eerste was voor de geothermie, waarbij we de 23 aardwarmte-projecten die ons land rijk is, tegen het licht hielden. Hieruit kwam naar voren dat er nog veel misgaat in de geothermiesector en dat het veiligheidsniveau omhoog moet. Daar hebben we direct onze adviezen en toezicht op aangepast.”
“Met grondige analyses dwingen we onszelf om de grootste risico’s aan te pakken.”
Een ander duidelijk gevolg van deze ‘staat van de sector’ was een nieuwe focus op zogenaamd lifecyclemanagement. “Daarbij gaat het om een blik op de langere termijn voor het beheer. Kijk bijvoorbeeld naar de mijnen in Limburg. Daar heeft men na dertig jaar nog steeds last van de gevolgen van mijnbouw. Dan is de partij die de winning deed al uit beeld, en draait de staat op voor de kosten. Voor nieuwe vormen van energiewinning willen we dit voor zijn, zoals we dat nu al doen met toezicht op aardwarmteputten. Al vóór aanleg wordt nagedacht over het onderhoud, maar ook over een veilige verwijdering.”

Toenemend toezicht

Met de aankomende energietransitie breekt er dus een spannende tijd aan voor de toezichthouder. “Het aantal vergunningsaanvragen voor geothermie neemt toe. Ook onderzoeken bedrijven de mogelijkheden van waterstof en voor opslag van CO2 onder de zeebodem. De vraag naar toezicht op duurzame vormen van energie neemt dus flink toe. Al blijven wij ons ook nog lang bezighouden met de na-ijleffecten van oudere energie als olie en gas. Want er zullen steeds meer putten gesloten worden, en dat gebeurt met beton. Maar beton is niet voor de eeuwigheid en kan op den duur gaan lekken. Die putten zullen we dus in de gaten moeten houden.”
“Onze focus ligt op het waarschuwen voor de risico’s van nieuwe vormen van energie. Dit omdat we juist willen dat duurzame energie een succes wordt.”
Daar komt bij dat de maatschappelijke interesse in energiewinning groot is, zowel voor oude als nieuwe vormen. “Daar komt die communicatie met de burger dus weer om de hoek kijken. Dit is dan ook de basis van ons beleid. We blijven luisteren naar signalen uit de omgeving én zelf transparant communiceren. De focus ligt op het waarschuwen voor de risico’s. Bijvoorbeeld van geothermie. Dit omdat we juist willen dat duurzame vormen van energie een succes worden. We hopen te voorkomen dat geothermie door incidenten draagvlak verliest. Ons toezicht moet bijdragen aan het succes van de energietransitie.”