Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
“Voorkom <em>overpsychologisering</em> bij gedragsinzichten”

“Voorkom overpsychologisering bij gedragsinzichten”

Overheden en toezichthouders proberen zo effectief mogelijk beleid te ontwikkelen. Daarvoor gebruiken ze in toenemende mate gedragswetenschappelijke inzichten en beïnvloedingstechnieken als ‘nudging’ om menselijk gedrag te sturen. Hoe pakken zij dat aan? En hoe ontwikkelt de ‘gedragsoverheid’ zich? Joram Feitsma van de Universiteit Utrecht maakte hier vier jaar lang een studie van. Met als resultaat zijn promotieonderzoek Inside The Behavioural State.

“Gedragsinzichten laten zien dat mensen lang niet altijd rationeel handelen. Overheden van vandaag spelen daarop in, zowel op kleine als grotere schaal”, vertelt Joram Feitsma. “Zoals bij het omdraaien van de default voor orgaandonatie. Of bij overheidscampagnes rondom veilig verkeer (de ‘BOB’) en vuurwerk (‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’). Of bijvoorbeeld via kleurrijke voetstappen richting een prullenbak die mensen stimuleren hun afval in de bak te gooien.” Overheden gebruiken steeds vaker gedragsinzichten om effectief beleid te maken of om te handhaven. Sommigen van hen hebben zelfs een gespecialiseerd gedragsteam in dienst.”
Dit roept de vraag op waar die gedragsoverheid begint en eindigt. En hoe haar toekomst eruitziet.”

De gedragsoverheid nu: beginnend, wijdverspreid en licht gefragmenteerd

Hoewel populair zijn gedragsinzichten – en vooral de inzet van nudging en veldexperimenten – nog relatief nieuw. Het veld is nog in ontwikkeling. De bestaande kennis wordt al wél volop in de breedte ingezet, maar nog lang niet altijd met de gewenste diepgang. “In Inside The Behavioural State (Binnenin De Gedragsoverheid) onderzoek ik de huidige toepassing van gedragsinzichten bij de overheid”, aldus Feitsma. “Het kennisgebruik in het veld blijkt op dit moment enigszins gefragmenteerd. Iedere organisatie gebruikt een klein deel van de rijkdom aan gedragswetenschappelijke theorieën en methoden. Dit roept de vraag op waar die gedragsoverheid begint en eindigt. En hoe haar toekomst eruitziet.”

De gedragsoverheid straks: hypocriet, voltooid, of losgekoppeld?

Die toekomst brengt Feitsma in zijn onderzoek in beeld aan de hand van drie mogelijke toekomstscenario’s: ‘hypocrisie’, ‘daad bij het woord’ en ‘het wilde westen’. “Bij het ‘hypocrisie’-scenario is er een situatie waarin de gedragsoverheid vooral een ideaal verkondigt waarin haar interventies gebaseerd zijn op grondig wetenschappelijk onderzoek en rigoureuze experimentele methoden. Terwijl achter de schermen de gedragsexperts afwijken van dat ideaal en meer quick and dirty te werk gaan: interveniëren om snel resultaat te kunnen boeken, zonder diepgaande wetenschappelijke onderbouwing.”

Joram Feitsma (1990) studeerde Bestuurs- en Organisatiewetenschap en Wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht. Momenteel werkt hij als promovendus bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), waar hij onderzoek doet naar de benutting van gedragskennis in beleid. Inside The Behavioural State is het eindresultaat van zijn onderzoek.

Hoewel ‘hypocrisie’ misschien negatief klinkt, heeft het een productieve functie. “Door het één te zeggen en het ander te doen, kunnen overheden strategisch omgaan met tegenstrijdige eisen vanuit de omgeving”, vertelt Feitsma. “Van hen wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze rigoureus te werk gaan en tegelijkertijd tijdige en relevante resultaten opleveren."
"In het ‘daad bij het woord’-scenario lukt het gedragsexperts wél om beleid, wetenschap en interventies volledig samen te brengen. Evidence-based gedragsbeleid wordt dan echt een feit. In ‘het wilde westen’-scenario ten slotte raakt de inzet van gedragskennis vergaand gefragmenteerd. Gedragsexperts gaan dan ieder hun eigen weg en maken op eigen opportunistische wijze gebruik van gedragskennis. Ze proberen niet meer een gezamenlijk verhaal naar de buitenwereld uit te dragen dat de nadruk legt op het gebruik van bepaalde methoden (experimenten) en inzichten (uit de gedragseconomie en sociale psychologie). De essentie van ‘met kennis van gedrag beleid maken’ raakt vertroebeld.”
Het ‘hypocrisie’-scenario lijkt volgens Feitsma het meest op de huidige situatie. En dat acht hij voorlopig ook het meest waarschijnlijke toekomstscenario. “‘Daad bij het woord’ is wellicht voor menigeen het droomscenario, omdat beleid en wetenschap daarin volledig samenkomen en elkaar versterken, maar dit is minder waarschijnlijk. Jarenlang bestuurskundig onderzoek laat zien dat het beleidsproces erg moeilijk te ‘rationaliseren’ is, laat staan dat het ooit volledig op louter instrumentele wetenschappelijke analyse gebaseerd zou kunnen zijn.”
“Ik pleit voor een ‘getemd’ scenario, waarin gedragsinzichten breder en diepgaander worden ingezet zonder dat gedragsexperts zich blindstaren op hun unieke toegevoegde waarden.”

Gedragsinzichten breder en diepgaander inzetten

Elk van deze scenario’s gaat gepaard met unieke meerwaarden en risico’s. “De kracht van het ‘daad bij het woord’-scenario is dat gedragsinzichten volledig, diepgaand en puur worden toegepast. Het risico hiervan is dat er te veel nadruk op individueel gedrag en cognitief psychologisch perspectief komt bij het oplossen van sociale vraagstukken. Bij ‘het wilde westen’ is het juist andersom: daar is volop ruimte voor alternatieve inzichten en methoden. Maar mogelijk weer zóveel ruimte dat veel standaard gedragskennis onbenut blijft. Ik denk dat hier bewuster rekening mee kan worden gehouden bij het doorontwikkelen van de gedragsoverheid. Daarom pleit ik voor een getemde ontwikkeling, waarin gedragsinzichten breder en diepgaander worden ingezet zonder dat we ons blindstaren op de unieke meerwaarden van deze inzichten, zoals nudges en veldexperimenten. Gelukkig gebeurt dat deels nu al. Door oog te blijven houden voor ‘zachtere’ evaluatiemethoden, zoals interviews en praktijkervaring, en andere kennisdisciplines als sociologie en antropologie, kunnen we het gevaar van ‘overpsychologisering’ vermijden. Psychologie zou een verrijking moeten vormen ten opzichte van bestaande kennisperspectieven binnen de overheid, niet een vervanging daarvan.”