Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Samen met burgers overlast voorkomen

Samen met burgers overlast voorkomen

Een afgesloten gasput in Monster was gaan lekken. Dus heropende de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) de put, om hem goed te kunnen afsluiten. Een lastige operatie, en het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) keek dan ook nauwlettend mee. Toen omwonenden klaagden over schade en stankoverlast, werd het project stilgelegd. Sámen met die omwonenden zochten de NAM, gemeente Westland en SodM naar een oplossing.

Van het ene op het andere moment veranderde het uitzicht van de inwoners van Monster drastisch. Het grasveld werd een asfaltplateau waarop een boortoren kwam te staan om een oude gasput die was gaan lekken schoon te maken en dicht te maken. Alsof er opeens een fabriek in de voortuin stond. Op papier klopte alles. De NAM had overlegd met omwonenden en toezichthouder SodM had de plannen secuur langs de wettelijke normen gelegd. Maar in de praktijk leverde de operatie toch te veel trillingen, lawaai en stankoverlast voor de omwonenden op. Dus zochten de gemeente, de NAM en SodM samen naar een oplossing.
“De put moest dus hoe dan ook dicht. Maar doorgaan op dezelfde voet was geen optie.”

Twee botsende doelen

“Omwonenden kregen gezondheidsklachten als hoofdpijn, prikkende ogen en luchtwegen, en hadden last van de stank”, vertelt Mark Taal, senior inspecteur bij SodM. “Bovendien veroorzaakte de boorinstallatie trillingen die schade veroorzaakten aan woningen. Een oplossing bleek niet eenvoudig, dus besloot de NAM de boorinstallatie stil te leggen. Maar ook dat was een probleem. Volgens een in de mijnbouwwet opgenomen zorgplicht, moeten gasputten worden teruggebracht naar hun oorspronkelijke staat. Oftewel: de put moest hoe dan ook dicht. Maar doorgaan op dezelfde voet was geen optie.”
De put volledig en duurzaam afsluiten is het wéttelijke doel, maar een ander doel is om schade voor mens en milieu te voorkomen. Zowel voor operator NAM als toezichthouder SodM. “In eerste instantie lag onze focus vooral op het veilig sluiten van de put door de NAM”, vertelt Debby van der Pluijm, coördinerend adviseur bestuurszaken bij SodM. “Toen de dynamiek eromheen ontstond, zijn we ook meer naar de andere kant gaan kijken. Beide doelen bereiken bleek lastig. We hadden wettelijke normen voor de plannen, maar niet voor de praktische uitvoering ervan. ‘Schade voor burgers en milieu voorkomen’ is een norm, maar we konden het nog niet meetbaar maken. We gingen langs bij omwonenden en zagen met onze eigen ogen de schade, maar konden op dat moment als toezichthouder nog niet veel betekenen. Ons toezicht gaf nog te weinig sturing aan de NAM om de overlast voor omwonenden te verminderen.”

De overlast beheersen

Ondertussen regende het klachten en ook de politieke druk nam toe. Op verzoek van de toezichthouder stelde de NAM daarom een meet- en regelprotocol (MRP) op. Een protocol waar zij zich vervolgens zelf aan diende te houden. “In het MRP staan eisen en normen op het gebied van geluid, trillingen en uitstoot”, legt Mark Taal uit. “Voor ons was dit de invulling van de wettelijke zorgplicht. We legden dit uit aan de omwonenden, waarna we de NAM toestemming gaven om de installatie weer op te starten.”
De boodschap aan de NAM was: sluit de put en doe wat mogelijk is om de overlast te beperken. En geef de bewoners inzicht in de werkzaamheden. De normen in het MRP stonden niet direct vast. “Dagelijks rapporteerde de NAM aan ons of ze aan de normen voldeden. Ontstond er ondanks het MRP toch nog overlast, dan pasten we de normen direct naar beneden aan. Dat ging in nauw overleg met bewoners. Zij konden met hun klachten terecht bij de gemeente die dan actief zocht naar oplossingen. Daarnaast stonden er beveiligers bij het terrein waar bewoners langs konden lopen als ze last hadden van de installatie. En tot slot konden ze ook bij ons als toezichthouder terecht. Telefonisch, of als we langskwamen voor een inspectie.”
“De boodschap aan de NAM was: sluit de put en doe wat mogelijk is om de overlast te beperken.”
Dankzij het MRP namen de klachten af. Ook de gemeente gaf een flinke impuls aan het verminderen van de overlast. Van der Pluijm legt uit: “De gemeente verstrekte binnen een week de vergunning om een elektriciteitskabel aan te leggen. Zo kon de NAM de dieselgeneratoren die zoveel overlast veroorzaakten vervangen voor elektrische aandrijving. Zo namen we de stankoverlast voor een groot deel weg.”

Meer dan een appgroep

Voor zowel de NAM, SODM als omwonenden bood het MRP houvast. SodM hield de werkzaamheden gericht in de gaten en trad waar nodig samen met de gemeente op. Zo kon de NAM overlast voor de bewoners zoveel mogelijk voorkomen, terwijl ze deze zeer uitdagende klus klaarden. “Omgevingscommunicatie is meer dan een appgroep aanmaken”, vindt Van der Pluijm. “Voor ons is de les geweest dat we ook in de technische voorbereiding al de impact op omwonenden meenemen. Een project midden in een groot weiland is iets heel anders dan in iemands voortuin. Met een protocol dwing je ook de operator om al in een vroeg stadium na te denken over de impact op omwonenden.”
“Met een protocol dwing je ook de operator om al in een vroeg stadium na te denken over de impact op omwonenden.”
“Als toezichthouder staan wij niet dag in, dag uit op het terrein”, vult Taal aan. “Door in nauw contact te staan met de burgers - via sociale media, WhatsApp en fysieke aanwezigheid - zijn wij eerder op de hoogte van wat er precies speelt en kunnen we de ondertoezichtstaande partij beter sturen. In Monster merkten we dat met name fysiek aanwezig zijn veel mensen goed doet. Ze kunnen even hun verhaal kwijt en zien dat er een partij is die voor hun belangen opkomt. Daardoor kweek je meer begrip en breng je het project makkelijker tot een goed einde.”