Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Waar huist lokaal de fraude?

Foto: Inge van Mill

Waar huist lokaal
de fraude?

Gemeenten zien door extra taken in het sociale domein steeds meer geld door hun vingers gaan. Maar komt dat ook goed terecht? Het RCF Kenniscentrum Handhaving vindt dat bestrijding van fraude een hogere plaats op de lokale agenda verdient. Roland van der Pluym licht dat graag toe.

HANDHAVEN, DAT MOESTEN SOCIALE DIENSTEN TOCH ALLANG?

“Inderdaad waren gemeenten altijd al verantwoordelijk voor de reguliere bijstand. Maar met de nieuwe Participatiewet komt daar een nieuwe groep bijstandsgerechtigden bij, namelijk mensen die nu nog voor de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Wajong in aanmerking komen. Dat vraagt extra aandacht voor oneigenlijk gebruik van en eventueel fraude met sociale uitkeringen. Handhaving hóórt bij het recht- en doelmatig besteden van middelen en wordt als deel van de uitvoeringsketen nu nóg belangrijker. Iedereen binnen de gemeente, niet alleen de handhavers, moet daarom alert zijn op fraude.”

WANT DAT GEBEURT NU NOG TE WEINIG?

“Ja, het is een onderwerp dat nog onvoldoende tussen de oren zit. Vooral de mensen aan de voorkant, bij het gemeenteloket, moeten leren hun toezichts- en handhavingsbril op te zetten. Dat is nu nog geen natuurlijk onderdeel van de werkprocessen. Dat komt overigens niet door ‘niet willen’, maar door ‘niet weten’ of ‘niet herkennen’. Ook bestuurlijk staat handhaving in het sociale domein nog niet hoog op de agenda. Raad en college hebben er vaak geen oog voor. Zeker kleine gemeenten hebben moeite met het vinden van de juiste aanpak.”

JE SPREEKT VAN ‘NIET WETEN’.
IS HET ZO COMPLEX?

“Het probleem bij bijstandsfraude is dat het misgaat wanneer je als burger iets niet doet, terwijl dat wel zou moeten. Je hebt meldingsplicht, maar door de hoeveelheid wetten en regelingen zie je snel zaken over het hoofd. Bijvoorbeeld wanneer je gaat samenwonen, of wanneer je een klein baantje ernaast hebt. Fraude ontstaat vaak door onbekendheid met de mogelijkheden en de complexe regelgeving.”
“Neem de familie Van Vliet. Moeder Karin is alleenstaand met twee kinderen. Ze heeft een bijstandsuitkering, want door een ongeluk is ze mindervalide. Daardoor zijn aanpassingen nodig in huis. Af en toe valt ze voor een vriendin in als telefoniste. Dochter Marieke is veertien en heeft ADHD. Zoon Freek is licht verstandelijk gehandicapt en gaat naar het speciaal onderwijs. Alleen al in dit voorbeeld heeft het gezin straks met vier wetten te maken: de Participatiewet en de Fraudewet die straks in elkaar opgaan, de Wmo en de Jeugdwet. Het is niet moeilijk voor te stellen dat een gezin niet alle ins en outs van deze regelingen kent.”

IN DIT GEVAL LIJKT VOORKOMEN BETER DAN GENEZEN.
HOE BELANGRIJK IS PREVENTIE?

“Preventie van fraude is voor zowel burger als overheid veel effectiever én hanteerbaarder dan handhaving achteraf. Bij vroegtijdige signalering voorkomen we dat bij oneigenlijk gebruik van een regeling de schade te hoog oploopt, waardoor het inzetten van dure instrumenten als sanctionering en terugvordering niet nodig is. Boetes kunnen bovendien leiden tot onbegrip en zelfs tot een financiële knock out van de burger. Helpen en handhaven behoren tot hetzelfde proces en zijn dan ook allebei onderdeel van de dienstverlening.”

RCF Kenniscentrum Handhaving, wat doet
het precies?

Het RCF is een initiatief van het ministerie van SZW om gemeenten te ondersteunen bij effectievere handhaving in het sociale domein.
De negen huidige regionale RCF’s vormen samen met het Landelijk Kenniscentrum (LKC) een landelijk dekkend kennisnetwerk.

Meer informatie is te vinden op de website van het kenniscentrum.

CONCREET: WAT MOETEN GEMEENTEN DOEN?

“Het is belangrijk dat ambtenaren leren alert te zijn, dat je de signalen van fraude herkent en er voelsprieten voor ontwikkelt. Er zijn legio momenten om te checken of gegevens nog kloppen. Voor burgers is het belangrijk dat ze goed en uitgebreid voorgelicht worden. Dit kan door ze bijvoorbeeld periodiek te benaderen en uit te nodigen voor informatiebijeenkomsten. Maar je komt er ook dan niet onderuit om klanten met een verhoogd risico vaker te controleren.”

WAT ADVISEERT U LOKALE HANDHAVINGSPROFESSIONALS?

“Zij kunnen een taak hebben voorin het proces, bijvoorbeeld bij de intake van een nieuwe cliënt. Als er gerede twijfel is aan iemands eerlijkheid, kan een handhaver bij het gesprek aanwezig zijn. Dat betekent ook dat specialisten handhaving zich niet meer als apart clubje moeten profileren, maar meer over de grenzen heen moeten kijken. Alleen zo kunnen zij goed hun kennis ter beschikking stellen. In feite moet je jezelf als handhaver steeds proberen overbodig te maken.”