Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Annette Roeters:

Annette Roeters: 'Toezichtkunde verwerft eigen plek'

Begin dit jaar ging de Academie voor Toezicht van start, als label voor opleiding, ontmoeting, ontwikkeling en onderzoek. Het initiatief helpt óók om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen. Vooral nu Toezichtkunde voet aan de grond krijgt, aldus stuurgroep-voorzitter van de academie Annette Roeters.

Hoe het kan dat de Academie voor Toezicht er niet al veel eerder was? Dat moet je vooral in de context plaatsen van een langzaam rijpend inzicht dat ‘toezicht’ een echt vak is, analyseert Roeters die in het dagelijks leven inspecteur-generaal is van het onderwijs. “Bij inspecties als de onze is men met name gespitst op wat er binnen een domein, in ons geval het onderwijs, gebeurt. De laatste decennia zien we pas in dat er ook een andere, gezamenlijke toezichtdimensie is. Met name Ferdinand Mertens, een van mijn voorgangers, heeft daar als hoogleraar Toezicht veel in betekend. Overigens is kennisontwikkeling een nieuw thema bij de Inspectieraad, maar opleidingen en trajecten op het gebied van toezichtontwikkeling waren er al.”

Conferentie Kennisagenda Rijksinspecties

Op 4 november a.s. vindt in het Utrechtse Muntgebouw de conferentie Kennisagenda Rijksinspecties plaats. Zo’n tweehonderd professionals uit het (rijks)toezicht komen hier op uitnodiging van de Inspectieraad samen. Kernvraag waarover zij zich buigen is of en hoe de rijksinspecties kunnen komen tot een gezamenlijke kennisagenda. Annette Roeters treedt op als dagvoorzitter.

Meer informatie op www.kennisagendarijksinspecties.nl

Inspectieraad ziet het belang

Die gerichtheid om gemeenschappelijke thema’s bij de kop te pakken en hierin samen progressie te boeken. Roeters beschouwt het als pure winst: “Want wat alle inspecties doen is informatie verzamelen, die beoordelen en eventueel interveniëren. Met dat gegeven kan je natuurlijk wel wat. Neem een thema als risicogericht toezicht; Hoe pak je dat aan? Wat zijn de principes? Hoe valideer je? Hoe kan je systematischer werken? Die vragen gelden voor alle rijksinspecties. We kregen daar als Inspectieraad meer oog voor en zijn ermee aan de slag gegaan”, schetst de inspecteur-generaal. Een ander concreet resultaat, naast de academie, is het begrippenkader dat het daglicht zag. “Dat helpt ons als inspecties om dezelfde taal te spreken.”

Toezichtkunde als aparte discipline

“Mooi is ook om te zien hoe Toezichtkunde een echte wetenschap begint te worden, met steeds meer hoogleraren en Master-studenten die zich ervoor interesseren. Tegelijk is de discipline nog heel jong, er is nog geen traditie. We staan aan het begin. Dat maakt ook dat we op het congres van de Inspectieraad begin november over de kennisagenda nog niet met een uitgekristalliseerd pakket komen van wat we allemaal willen doen. Eerder zullen we dan samen nadenken over wat de behoefte is.”
‘Toezichtkunde begint echt een wetenschap te worden.’

Wetenschappelijke ondersteuning

Samenwerking tussen rijksinspecties en wetenschappers was er natuurlijk wel, haast Roeters zich te zeggen. Zoals bij het meehelpen oplossen van problemen waar inspecties in de praktijk tegenaan lopen, het valideren van toezichtkaders of stelseltoezicht. Ook levert toezicht vaak cijfermateriaal op waarmee wetenschappers aan de slag kunnen.

Bij de eigen validatieprocessen krijgt haar inspectie eveneens ondersteuning uit de wetenschappelijke hoek. Maar juist op het gebied van Toezichtkunde kan er nog zoveel meer, stelt Roeters. “De potentie is erg groot. Zo is er binnen de academie ruimte voor academische werkplaatsen. Je kunt denken aan onderzoek naar allerlei aspecten die meespelen bij de vraag of een organisatie goed functioneert of niet: sociale aspecten, de invloed van krimp en groei of communicatie. Denk verder aan onderzoek naar effecten van toezicht. Gedragswetenschap is ook iets waar rijksinspecties veel aan kunnen hebben.”

Passende reactie

In Toezien op publieke belangen, het WRR-rapport dat vorig jaar verscheen, stelde de raad dat op diverse vlakken het rijkstoezicht wel wat robuuster mag, vanwege het grote maatschappelijke belang. Van een scherpere visie, een betere verantwoording en wetenschappelijke onderbouwing tot meer zelfreflectie en een betere borging van de onafhankelijke positie. Het initiatief voor de Academie voor Toezicht was er al voor het rapport verscheen, maar lijkt wel een passende reactie. Roeters: “Het WRR-rapport onderstreept hoe dan ook het belang ervan.” En voorziet de academie ook in de behoefte van inspecteurs en wetenschappers? “Soms moet je behoeftes ook prikkelen. Het enthousiasme van inspecteurs is er inmiddels zeker. En wetenschappers zeiden blij te zijn eindelijk één duidelijk adres te hebben om zich tot rijksinspecties te wenden.”

Academisch onderzoek geïnitieerd door inspecties

Verschillende rijksinspecties hebben al het initiatief genomen een leerstoel te bekostigen om het onderzoek op hun werkterrein te bevorderen. De volgende bijzonder hoogleraren zijn hiervoor aangesteld:

  • Antoon Opperhuizen, hoogleraar vanwege de NVWA bij de Universiteit Maastricht (Risicobeoordeling en Risicocommunicatie)

  • Paul Robben vanwege de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij de Erasmus Universiteit (Effectiviteit van het toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg)

  • Frans Janssens vanwege de Inspectie van het Onderwijs bij de Universiteit Twente (Onderwijstoezicht)

  • Anne Bert Dijkstra vanwege de Inspectie van het Onderwijs bij de Universiteit van Amsterdam (Toezicht & Socialisatie, scholen en onderwijsbestel)

  • Wim van de Grift vanwege de Inspectie van het Onderwijs bij de Universiteit Groningen (Onderwijseffectiviteit, ontwikkeling van leraren, (vak)didactiek)


Daarnaast is er het interdepartementale programma Handhaving en gedrag dat zich richt op de ontwikkeling en verspreiding van (gedrags)wetenschappelijke kennis over naleving, toezicht en handhaving.

Voor meer informatie: klik hier