Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Bedrijven zijn wel/niet te vertrouwen

In de geneesmiddelenreclame is zelfregulering een bekend verschijnsel
Foto: Flip Franssen/Hollandse Hoogte

Bedrijven zijn wel/niet te vertrouwen

Cynisme en naïviteit domineren de discussie over zelfregulering in het overheidstoezicht. Die tweestrijd staat effectief toezicht in de weg, stelt onderzoeker Martin de Bree van Rotterdam Erasmus Universiteit. Is er een weg uit de impasse?

In de discussie over zelfregulering gaat het in feite over de vraag of bedrijven en instellingen (verder te noemen ‘bedrijven’) te vertrouwen zijn. ‘Nee’, redeneert de een. Als je ziet hoeveel er misgaat bij bedrijven die beloven de regels na te leven en die zeggen de risico’s voor publieke belangen te beheersen, dan moet je wel concluderen dat bedrijven niet te vertrouwen zijn. Overheidstoezicht is in die redeneertrant keihard nodig om organisaties bij de les te houden. ‘Bedrijven zijn wel degelijk te vertrouwen’, betoogt de ander. Als je alles wat er in governance codes, management systeem standaarden en gedragscodes goed bekijkt, kom je bijna vanzelf tot de conclusie dat de overheid zich kan terugtrekken uit het toezicht en haar aandacht kan richten op zaken die écht van belang zijn voor de publieke zaak.

Wat opvalt is dat beide redeneerlijnen gebaseerd zijn op een veelgemaakte fout: de generalisatie. Natuurlijk is het niet zo dat geen enkel bedrijf te vertrouwen is. Evenmin is het zo dat alle bedrijven te vertrouwen zijn. Beide denkfouten zijn generaliserende overtuigingen en staan – als ze het dominante kader vormen – effectief toezicht in de weg.

Gevangen in kat-en-muis spel

Een cynische houding die in de eerste redeneerlijn overheerst, leidt er toe dat toezichthouders elk bedrijf benaderen vanuit de overtuiging dat er iets mis moet zijn. Met de – doorgaans gedetailleerde - wet in de hand is er bij een inspectie vervolgens altijd wel een bevestiging te vinden voor die overtuiging. Hierdoor stijgt de geldigheid van de overtuiging in de ogen van de toezichthouder en zal die zich nog sterker inzetten voor de kennelijk broodnodige strenge controles. In deze spiraal voelen de bedrijven zich behandeld als kleine kinderen en gaan zij zich soms als zodanig gedragen. Resultaat is een kat-en-muis spel waarin partijen elkaar proberen te slim af te zijn. De gevolgen zijn enerzijds hoge kosten voor alsmaar in intensiteit en agressiviteit toenemend toezicht. Anderzijds zullen bedrijven zich verschuilen achter formele statements en door middel van strategisch gedrag en (dreiging met) juridische procedures de overheidstoezichthouders op afstand proberen te houden.

Zelfregulering bestaat op papier

De tweede overtuiging ligt erg dicht aan tegen naïviteit. Lang niet alles van wat mensen beloven wordt daadwerkelijk waargemaakt. Ondanks hetgeen in governance codes en beleidsverklaringen wordt beloofd weten bestuurders en interne toezichthouders vaak niet welke regels gelden, laat staan of deze worden nageleefd. Ook kennen zij vaak nauwelijks de risico’s voor publieke belangen die zij veroorzaken, laat staan of deze worden beheerst. Zelfregulering bestaat alleen op papier. Het gevolg van deze benadering is dat er grote risico’s voor publieke belangen blijven bestaan die tot vermijdbare incidenten leiden.

Een weg uit de impasse

Als toezichthouders al te eenzijdig van één van deze twee overtuigingen uitgaan, ontstaan er problemen. Waar ligt dan de oplossing? Omdat het hier gaat om generalisaties ligt de oplossing logischerwijs in de nuance. De bewering dat zelfregulering de oplossing is voor alle problemen is net zo legitiem als de bewering dat een fiets in alle situaties het ultieme transportmiddel is. Zo is het ook bij toezicht. Niet alle bedrijven zijn in dezelfde mate in staat en bereid om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van het publieke belang. Het gaat er dus om dat toezichthouders zo goed mogelijk in staat zijn om – liefst vooraf – in te schatten in welke mate bedrijven risico’s op schade aan publieke belangen beheersen. In dat geval kunnen zij ingrijpen voordat de schade optreedt in plaats van achter de feiten aan te lopen.

Omvangrijk onderzoek naar Modern Toezicht

Binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam is de aftrap gegeven voor een uniek onderzoeksprogramma naar modern toezicht. Medewerkers van acht verschillende toezichthoudende instellingen zoals Autoriteit Financiële Markten en de Belastingdienst zijn gelijktijdig gestart met een promotieonderzoek. Dit staat onder leiding van dr. Muel Kaptein, hoogleraar Business Ethics and Integrity Management bij Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) en dr. Martin de Bree, onderzoeker bij RSM.

Klik hier voor meer informatie

Onderzoeksprogramma voor modernisering

Het vorig jaar gestarte onderzoeksprogramma Modern Toezicht aan de Erasmus Universiteit is erop gericht antwoorden te vinden op vragen die te maken hebben met het hier beschreven thema. De aandacht gaat vooral uit naar de processen die in de wereld van de onder toezicht staande al dan niet leiden tot beheersing van risico’s die mogelijk publieke belangen kunnen schaden, en hoe deze processen door publieke toezichthouders beïnvloed kunnen worden. Omdat deze vragen in uiteenlopende domeinen spelen bestaat de groep onderzoekers uit personen die werkzaam zijn bij publieke toezichthouders in onder andere onderwijs, de financiële sector, de zorg en de industrie.

Martin de Bree is onderzoeker aan de RSM Erasmus University, Business Society Management. E-mail: mbree@rsm.nl