Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Eenvoud voorop in energiebesparing

Ook voor glastuinbouw is energiebesparing pure winst
Foto: Mischa Keijser / Hollandse Hoogte

Eenvoud voorop in energiebesparing

Bedrijven die onder de Wet milieubeheer vallen moeten energie besparen. Móeten? Jazeker. Dat die verplichting nauwelijks wordt nageleefd is een publiek geheim. Een aangepast Activiteitenbesluit moet daar verandering in brengen.

Eerst maar eens de feiten: volgens artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit moeten bedrijven verplicht energiebesparende maatregelen treffen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. De wet is al zo’n twintig jaar oud en ogenschijnlijk glashelder. En: het gaat om meer dan klein bier. Het besparingspotentieel zou jaarlijks zo’n 58 tot 94 PetaJoule bedragen. Ter illustratie: één PetaJoule staat voor de totale energiebehoefte van circa 17.000 huishoudens. Verantwoordelijk voor de naleving van de wet zijn de dertig omgevingsdiensten, in opdracht van gemeenten. Toch geven diezelfde gemeenten doorgaans weinig prioriteit aan de handhaving van dit thema.

Onduidelijk hoe het zit

Waarom de praktijk zoveel achterblijft bij wat de wet ronduit als verplichting oplegt? Dat is een vraag om voor te leggen aan Stef Strik, projectleider Prestatieafspraken Energiebesparing bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Strik stelt vast dat de huidige regelgeving om te beginnen te complex is. “Energiebesparing hangt van zoveel factoren af dat niet eenvoudig is vast te stellen welke maatregel zichzelf binnen vijf jaar terugverdient. Ook de in het besluit genoemde rentevoet van vijftien procent roept vragen op. Niemand weet hoe dat precies zit en toezichthouders laten zich daarom al snel overtuigen door bedrijven.”

Een miljoen huishoudens

Een andere reden voor de gebrekkige naleving van de wet is volgens Strik dat energiebesparing weinig tastbaar is. “Zaken als geluidsoverlast, stank of externe veiligheid zijn tastbaarder en makkelijk te meten. Die krijgen daarom meer aandacht van gemeenten. Bovendien, energielasten zijn voor veel bedrijven een vaste post op de begroting. Daarop bezuinigen komt nauwelijks bij ze op. Als ze de ruimte hebben om te investeren doen ze dat liever in productontwikkeling of personeel.”

En toch: als gemeenten structureel uitvoering zouden geven aan de bestaande milieuregelgeving levert dat een jaarlijkse energiebesparing op die overeenkomt met het verbruik van ongeveer een miljoen huishoudens. “Per bedrijf is het besparingspotentieel wellicht niet schokkend groot, maar alle bedrijven samen maken een groot verschil. Die kans willen we verzilveren”, aldus Strik.

Lijsten en een app

De hernieuwde aandacht voor verplichte energiebesparing vloeit voort uit het in september 2013 gesloten Energieakkoord. Dat gaf aanleiding tot de recente wijziging van het Activiteitenbesluit en de -regeling. De wijzigingen zijn vooral gericht op het verduidelijken van de verplichting. Ook het toezicht op energiebesparing moet eenvoudiger worden. Strik: “In samenwerking met de branches hebben we lijsten opgesteld met maatregelen waarvan is vastgesteld dat ze zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Dat scheelt veel discussie: dankzij deze lijsten is duidelijk met welke maatregelen bedrijven direct aan de regelgeving kunnen voldoen. Ook ontwikkelen we samen met Kenniscentrum InfoMil een app die voor een groot aantal maatregelen direct de energiebesparing uitrekent. Het is in feite een checklist die toezichthouders helpt bedrijven te overtuigen van de noodzaak van de investering.”

De inspraakperiode voor het Besluit en de Regeling loopt tot en met 29 september 2014. De lijsten moeten nog wettelijk verankerd worden, maar zouden per 1 juli 2015 bedrijven kunnen helpen maatregelen te nemen.

APK voor energiebesparing

Een ander middel om ondernemingen te stimuleren zich aan de wet te houden is de EPK: de Energie Prestatie Keuring. “Net als bij de auto is een bevoegde instantie – zoals een erkende energieadviseur – verantwoordelijk voor de uitvoering van de keuring. De ondernemer krijgt bij voldoende maatregelen een keurmerk en een rapport met optionele aanvullende maatregelen. Het behaalde certificaat kan de ondernemer opsturen naar de overheid als bewijs dat hij aan de regelgeving voldoet. Er zal in dat geval geen toezichthouder meer langskomen.” De EPK wordt in tien pilots gedurende een jaar uitgevoerd.

Investeringsfonds voor ondernemers

Om ondernemers tegemoet te komen in de investeringskosten van energiebesparende maatregelen, hebben brancheverenigingen een fonds opgericht. Met het geld dat de energiebesparing oplevert kan de ondernemer de lening terugbetalen. Dit fonds is onafhankelijk van de overheid.

De tijd is rijp

Met de voorgestelde wijzigingen en ontwikkelde middelen hopen het ministerie van I&M en de VNG gemeenten te overtuigen meer aandacht te besteden aan de verplichte energiebesparing door bedrijven. “Tot nu toe levert dat veel enthousiasme op”, besluit Strik. “De tijd is er rijp voor.” Hij hoopt dan ook dat de recente vereenvoudiging van de regels, aangevuld met overzichten van gevalideerde maatregelen en handige tools kan leiden tot betere naleving.