Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Hoe ziet toezicht er over tien jaar uit?

Hoe ziet toezicht er over tien jaar uit?

Column Rob Velders

De kennisconferentie rijksinspecties van 4 november bood flink wat ‘food for thought’. Eén van de workshops intrigeerde me in het bijzonder, namelijk die over de toekomst van het toezicht. Deelnemers kwamen met prachtige droombeelden: ‘Er is dan geen toezicht meer nodig’, ‘Er is nog maar één inspectie’, of: ‘We kunnen voorspellen waar overtredingen zich voordoen’. Mij leek het science fiction-gehalte aan de hoge kant. Wat deze denkoefening realistischer maakt is om eerst eens tien jaar terug te kijken. Hoe zag het toezicht er in 2004 uit?

We hadden toen nog de Inspectie Verkeer en Waterstaat, de VROM-Inspectie, de (gewone) Voedsel en Warenautoriteit, Algemene Inspectiedienst, Arbeidsinspectie en Inspectie Werk en Inkomen. Samen vormden ze het IG-beraad. Nog niet op het toneel waren: NVWA, de Erfgoedinspectie, de Inspecties Jeugdzorg, SZW en Leefomgeving en Transport. Verder waren er de Onafhankelijke Post en Telecomautoriteit (OPTA) en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). De Consumentenautoriteit moest nog opgericht worden en is inmiddels met de andere twee genoemde opgegaan in de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De teller van het aantal gemeenten stond op 483. Verder had je naast DCMR enkele andere regionale samenwerkingsverbanden die behoorlijk op de kaart stonden. Van Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) had nog niemand gehoord. De tweede Kaderstellende Visie op Toezicht met de basisprincipes selectief, slagvaardig en samenwerkend moest het licht nog zien. Van Charlie Aptroot hadden we nog nauwelijks gehoord.

Trek je deze lijn van toen naar nu door, dan lijkt het mij een voor de hand liggende stap dat we straks één inspectie per departement overhouden. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zal of met de IGZ, maar waarschijnlijk met ACM zijn gefuseerd. Inspectie Jeugdzorg is toegevoegd aan IGZ, net als de Erfgoedinspectie, Staatstoezicht op de Mijnen met het Agentschap Telecom, AFM met DNB (dat nu al steeds minder te doen heeft). Tegen die tijd hebben we allang begrepen dat het aantal van 29 RUD’s drastisch naar beneden moest. Wat overblijft is een stuk of zes omgevingsdiensten die minstens zo groot zijn als de rijksinspecties doordat ze er taken op gebied van jeugdzorg, arbo en voedsel bij krijgen. Ook zie ik internationaal vastgestelde basisprincipes voor goed toezicht. Horizontaal toezicht en convenanten zijn verleden tijd en toezichthouders maken ruim gebruik van apps, drones en Google Glass-toepassingen. En natuurlijk zal ook de roep om samenwerking tussen inspecties en andere toezichthouders nog steeds klinken.

Eén ding valt hierbij in het bijzonder op: de veranderingen lijken voornamelijk van organisatorische aard – fusies, hergroeperingen, clusteringen. Meestal komen die voort uit incidenten en (onmogelijke) verwachtingen van toezicht. Toch mag je je afvragen of hiermee het toezicht zelf ook beter wordt. Want wat leveren deze ontwikkelingen op als het gaat om de onduidelijkheid over de rol en het gewenste effect van toezicht in een snel veranderende maatschappij? Ik verwacht dat ik tegen die tijd mijn – inmiddels 800ste – wekelijkse nieuwsbrief nog steeds hiermee vul: met het toezicht van alledag. Wat we nodig hebben en blijven hebben, dat is een eenvoudige organisatie en een duidelijk verhaal. Daar moeten we ook de komende tien jaar dus aan werken.