Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
3 boa

Foto: Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

3 boa's, 3 mythes

Op straat en in de media lijkt het beroep van boa met misverstanden omgeven. Hoe het écht zit? Drie boa’s weerleggen in ‘Waar of Niet’ de hardnekkigste mythes.

1. BOA’S LOPEN AGENTEN VOOR DE VOETEN

“We hebben onze eigen taken en bevoegdheden.”

Dennie Wauben, boa Openbare Ruimte gemeente Kerkrade

Dennie Wauben, boa Openbare Ruimte gemeente Kerkrade: “Het verschil tussen een boa en een politieagent is vooral het soort strafbare feiten dat we mogen opsporen. Het is bepaald niet zo dat een boa minder mag dan een agent; een agent mag strafrechtelijk vervolgen terwijl een boa een bestuursrechtelijke bevoegdheid heeft. Dat betekent dat je bijvoorbeeld een horeca-ondernemer kan verplichten mee te werken aan een controle, terwijl een agent dat niet kan. We vullen elkaar dus juist aan.”

Adil Öcal, teamleider Toezicht & Handhaving, gemeente Heemskerk: “Een politieagent weet weinig over veel, een boa weet veel over weinig. Een boa is dus een specialist, toegerust met bevoegdheden binnen een specifiek domein. Het is mijn ervaring dat misverstanden of agressie vaak ontstaan doordat de overtreder niet wil accepteren dat iemand die geen ‘politie’ op zijn uniform heeft staan toch bepaalde bevoegdheden heeft.”

Mariska Roose, leerplichtambtenaar bij het regionaal bureau leerlingzaken Zeeuws-Vlaanderen: “In ons werk gaat het steeds minder om handhaven en meer om het zoeken naar passende hulpverlening. Dat geldt voor boa’s op straat, maar ook voor leerplichtambtenaren. Ik werk daarvoor nauw samen met onder meer scholen, het Openbaar Ministerie, de Raad van de Kinderbescherming en andere hulporganisaties. Een echt specialisme dus, dat niet te vergelijken is met het meer solistische politiewerk op straat.”

2. BOA’S STRALEN TE WEINIG GEZAG UIT

“Als gemeenten boa's vooral voor parkeerhandhaving inzetten, dan spreken ze maar een klein deel van onze kwaliteiten aan.”

Adil Öcal, teamleider Toezicht & Handhaving, gemeente Heemskerk

Dennie: “Dat is een beeld dat volgens mij alles te maken heeft met het verleden. Halverwege de jaren ’90 werden mensen met een Melkert-baan aangesteld als boa. Die ontwikkeling hing samen met de roep om meer blauw op straat. De Melkert-boa kreeg dus een uniform en werd de straat op gestuurd. En dat beeld van de ongeschoolde handhaver straalt – onterecht – nog steeds af op de huidige boa’s.”

Mariska: “Voor ouders en leerlingen is het vaak duidelijk wat mijn taken en bevoegdheden zijn, omdat ik ze dat vooraf duidelijk uitleg. Ik merk wel dat met name zware verzuimers niet zo onder de indruk zijn van die bevoegdheden. Dat heeft te maken met het feit dat jongeren zich niet goed kunnen voorstellen welke gevolgen een proces verbaal kan hebben. Dat komt vaak pas als er een strafonderzoek naar de thuissituatie wordt gestart. En er uiteindelijk verplichte hulpverlening wordt ingezet via een ondertoezichtstelling of een maatregel hulp en steun van de jeugdreclassering.”

Adil: “Het is voor een boa, als bestuurlijke handhaver, de kunst voortdurend te kunnen schakelen tussen opsporen en handhaven en de daarbij behorende bevoegdheden in te zetten. We hebben een heel palet aan bevoegdheden, maar het is ook aan boa's zelf om daar invulling aan te geven. Sommige boa’s vinden het lastig burgers aan te spreken en blijven liever in hun comfortzone zitten. Doe je dat, dan werk je mee aan het beeld dat boa’s niet kordaat te werk gaan. Dat gaat ten koste van je gezag.”

3. BOA’S ZIJN ONGESCHOOLDE PARKEERWACHTEN

“Ouders zijn vaak blij met ons bezoek.”

Mariska Roose, leerplichtambtenaar bij het regionaal bureau leerlingzaken Zeeuws-Vlaanderen

Adil: “Of we alleen maar bonnetjes schrijven? Nee, wij hebben verder geleerd. Zo reageer ik vaak als mensen me op straat die vraag stellen. Maar we moeten wel de kans krijgen van gemeenten om onze bredere bevoegdheden uit te oefenen. Als een gemeente met name inzet op parkeerhandhaving, dan spreken ze maar een klein deel van onze kwaliteiten aan. En daarmee versterken ze het imago van de ongeschoolde parkeerwacht.”

Dennie: “Ook dit vooroordeel heeft te maken met de tijd waarin je bij wijze van spreken zonder vaardigheden toch boa kon worden. Gelukkig is die tijd voorbij; elke boa heeft een opleiding gevolgd en een her- en bijscholingsplicht. Boa ben je dus niet zomaar. In grote steden is er vaak echter sprake van takendifferentiatie, waardoor je daar boa’s hebt die zich uitsluitend met parkeren bezighouden. Daardoor komen we maar lastig van dit vooroordeel af.”

Mariska: “Als leerplichtambtenaar heb ik geen last van een slecht imago, al is het voor velen onduidelijk dat ik een buitengewoon opsporingsambtenaar ben. Wij hebben geen uniform en zijn onderdeel van een heel hulpverleningstraject dat leerlingen en ouders doorlopen. Ze zijn daardoor minder verbaasd als wij op de stoep staan in vergelijking met een ambtenaar die parkeerboetes uitdeelt. Sterker: ouders zijn vaak blij met ons bezoek omdat ze zelf niet meer weten wat ze met hun onhandelbare pubers aan moeten.”