Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Groene handhavers als schoolvoorbeeld?

Foto: Koen Verheijden / Hollandse Hoogte

Groene handhavers als schoolvoorbeeld?

Milieuboa’s krijgen bovenop de basisopleiding een extra opleidingsprogramma voor de kiezen. Professionalisering is het doel. Werkt het? Onderzoeker Arnt Mein voerde een evaluatie uit en licht de belangrijkste conclusies toe.

Arnt Mein van het Verwey Jonker Instituut onderzocht samen met Ineke van den Berg van de Universiteit Utrecht (Centrum voor Onderwijs en Leren) hoe het opleidingsprogramma voor milieuboa’s na vier jaar functioneert. Zij deden dit in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Of het programma bijdraagt aan de beoogde professionalisering gold als de centrale vraagstelling.

Het programma functioneert redelijk goed…

“Het nieuwe opleidingsprogramma bestaat uit een eenmalige vervolgopleiding en een vierjarige cyclus van permanente her- en bijscholing. Wij constateren dat het curriculum over het algemeen goed aansluit op het functieprofiel van de milieuboa. Er is veel ruimte voor interactie en oefening en het oefenmateriaal sluit steeds beter aan op de beroepspraktijk. Zo vinden we het goed om te zien dat docenten videobeelden gebruiken om praktijksituaties te duiden.”
“Een milieuboa die weet wat zijn rechtspositie is pakt eerder en beter door.”

… maar kan nóg beter

“We zien aspecten waarop het programma beter kan: zo zou het onderwijs meer probleemgericht moeten worden ingericht. Door milieuproblemen die actueel zijn te verbinden aan theorie en praktijkoefeningen wordt de opleiding probleemgerichter. Daarbij zouden de opleiders zichzelf consequent de vraag moeten stellen: welke kennis en vaardigheden heeft de milieuboa nodig om zijn kerntaken uit te voeren? We hopen dat de onderwijsinstituten die de opleiding aanbieden, na overleg met de opleidingscommissie, meer samenhang en evenwicht gaan aanbrengen in wat ze aanbieden. Een vereiste is dan natuurlijk dat ze daar ook aan vasthouden gedurende de looptijd van de opleiding.”

Wat doet een milieuboa?

Milieuboa’s of ‘groene boa’s’ zijn belast met de opsporing van overtredingen van de milieuregelgeving. Zij vervullen een cruciale rol in de milieuhandhaving en vormen de schakel tussen het bestuur, het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. Milieuboa’s combineren toezichthoudende taken met opsporingsbevoegdheden. Soms zijn ze in dienst bij Rijksinspecties en decentrale overheden, soms bij particuliere werkgevers. Hun taken zijn dan ook zeer divers: van het achterhalen van chemische vervuiling in een industriegebied tot boswachterstaken in een natuurgebied.

De opleiding draagt bij aan professionalisering

“Met professionalisering bedoelen we de permanente ontwikkeling van benodigde vakkennis en juridische en sociale vaardigheden. Uit ons onderzoek blijkt dat die beoogde professionalisering inderdaad in gang is gezet: door de opleiding zijn de milieuboa’s beter in staat hun bevoegdheden uit te oefenen. Dat komt niet alleen omdat ze meer kennis hebben over wat ze wel en niet mogen doen. De boa’s hebben ook meer sociale vaardigheden ontwikkeld, waardoor ze zelfbewuster zijn en steviger in hun schoenen staan. We zien bijvoorbeeld dat ze beter weten wat hun rechtspositie is, waardoor ze eerder doorpakken in plaats van aarzelend optreden. Tegelijkertijd weten ze daarbij escalatie te voorkomen, omdat ze beter zijn getraind.”

Het rendement is nog onduidelijk

“Helaas is vooraf onvoldoende vastgesteld wat de beoogde professionalisering precies inhoudt: op welk moment heeft een milieuboa die professionaliteit bereikt? En hoe stel je dat vast? Daarnaast weten we ook nog niet wat het effect is op de strafrechtelijke handhaving en naleving van milieuregelgeving. Uit gesprekken met de boa’s zelf, docenten en de werkgevers blijkt wel dat zij beter functioneren. We kunnen dit alleen nog niet bevestigen met cijfers, bijvoorbeeld door een daling van het aantal klachten over boa’s, of een betere kwaliteit van proces-verbalen en minder afwijzingen daarvan. Wanneer het Openbaar Ministerie en de werkgevers zouden vaststellen wat die professionalisering inhoudt, kunnen zij het rendement van de opleidingsinspanningen voortaan beter meten.”