Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Wildgroei strafbevoegdheden vraagt tegenkracht

Wildgroei strafbevoegdheden vraagt tegenkracht

Huisbezoeken om woonfraude op te sporen, bedrijfsbezoeken bij verstoringen van de openbare orde. Er zijn steeds meer ambtenaren met een strafbevoegdheid. Volgens hoogleraar Staats- en Bestuursrecht Tom Barkhuysen is het hoog tijd voor een rechterlijke toets.

In Nederland is een wildgroei ontstaan van ambtenaren die mogen handhaven en zelfs straffen. Van bestuurlijke boetes en preventieve fouilleeracties tot het gebruik van alcoholsloten. Dat vraagt om een betere bescherming van burgers, zo concludeert een onderzoeksrapport dat de Raad voor de Rechtspraak in het najaar van 2014 publiceerde. Tom Barkhuysen, advocaat bij Stibbe en hoogleraar aan de Universiteit Leiden, licht toe waarom het van belang is dat rechters ingrijpende bestuursrechtelijke maatregelen intensiever en vooraf gaan toetsen.

ADEQUATE RECHTSBESCHERMING BIJ GRONDRECHTENBEPERKEND OVERHEIDSINGRIJPEN
Studie naar aanleiding van de agenda voor de rechtspraak
Uitgave: Kluwer

Bestuursorganen krijgen steeds meer handhavende en toezichthoudende bevoegdheden. Wat is het probleem?

“Wij signaleren dat in het bestuursrecht steeds meer ingrijpende toezichthoudende en handhavende bevoegdheden zijn opgenomen. Ook zijn die bevoegdheden op nieuwe terreinen geïntroduceerd. Het is niet voor niets dat de beroepsgroep van toezichthouders en handhavers flink groeit. Waar het dan om gaat, is: als bestuursrechtelijke bevoegdheden worden toegepast, onder welke randvoorwaarden kan dat dan? Kan dat bijvoorbeeld zonder rechterlijke bemoeienis? En hoe streng moet de rechter bestuursrechtelijke besluiten beoordelen?

Het rapport beargumenteert dat bij de inzet van zeer zware handhavingsmiddelen, zoals uithuisplaatsing in het kader van het huisverbod, vooraf toestemming van de rechter nodig zou zijn. En dat de rechters in procedures over het bestuurlijk optreden intensiever kijken naar wat er precies is gebeurd. In ons onderzoek is namelijk gebleken dat maatregelen in het strafrecht die vergelijkbaar zijn met de nieuwe bestuurlijke bevoegdheden met meer waarborgen zijn omkleed. Er is nu sprake van een scheve verhouding tussen straf- en bestuursrecht, omdat binnen het bestuursrechtelijke kader beperkt – en altijd pas achteraf – wordt getoetst. Er is een meer coherent systeem rond handhaving en toezicht nodig.”

De bestuursrechter moet nadrukkelijker een rol krijgen om overheidsoptreden te toetsen dat een inbreuk vormt op de grondrechten

“Als het gaat om de zwaarste maatregelen van bestuursorganen, dan is rechterlijke toetsing achteraf niet voldoende. Maar de preventieve toetsing die wij voorstaan zou pas mogelijk zijn na een wetswijziging. De kwestie hoe de rechter besluiten van toezichthouders en handhavers achteraf toetst, is iets dat in jurisprudentie aan bod zal komen. Het is belangrijk dat rechters zich bewust zijn van de grondrechten die op het spel kunnen staan bij de uitvoering van handhaving en toezicht – en dat een intensievere toets nodig is naarmate het bestuursrechtelijke optreden ingrijpender is.

We zien inmiddels dat ons verhaal landt binnen de rechterlijke macht. Rechters zijn bijvoorbeeld kritischer geworden bij de toetsing van boetes die in regelingen zijn vastgelegd. Zoals bij de Sanctiewet Sociale Zekerheid, waar nogal wat burgers die een fout hadden gemaakt werden geconfronteerd met hoge boetes vanwege verdenkingen van misbruik en fraude.”

Welke lessen biedt het onderzoek voor de dagelijkse praktijk van toezicht en handhaving?

“Het is ten eerste belangrijk dat toezichthouders, handhavers en inspecteurs zich afvragen: treed ik zorgvuldig op, en op een manier die achteraf toetsbaar is door de rechter? Bestuursrechtelijke bevoegdheden brengen de verplichting mee dat handhavend optreden goed toetsbaar is. Dat betekent bijvoorbeeld: een goed verslag maken van een bedrijfsbezoek, en het doel ervan duidelijk uitleggen.

Een tweede punt: om te voorkomen dat betrokken partijen naar een rechter stappen om bezwaar te maken tegen een bestuurlijk besluit, is het nodig om alert te zijn op de evenredigheid van de toegepaste bevoegdheid. Dat je een bevoegdheid hebt, wil niet zeggen dat je die ook móet gebruiken. Of dat je een máximale boete moet uitdelen. In elke casus is het de vraag: wil ik mijn bevoegdheid inzetten en zo ja, reageer ik proportioneel? Zeker nu rechters kritischer worden op de toepassing van bestuurlijke bevoegdheden, is het goed dat toezichthouders en handhavers hierop alert zijn. Want je wilt toch voorkomen dat je naderhand door de rechter wordt teruggefloten?”