Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Hoe kunnen toezichthouders het gedrag van bedrijven beïnvloeden?

Hoe kunnen toezichthouders het gedrag van bedrijven beïnvloeden?

In de academische wereld was tot voor kort weinig aandacht voor het naleefgedrag van bedrijven. Het ministerie van Economische Zaken voerde er daarom onderzoek naar uit. Het resultaat: nieuwe inzichten in manieren om bedrijven tot gewenst gedrag aan te zetten.

Overheidsbeleid gaat uiteindelijk altijd over het beïnvloeden van gedrag. De overheid wil bijvoorbeeld dat we energie besparen, dat burgers en ondernemers belasting betalen en dat bedrijven meer mensen met een beperking aannemen. Om gedrag succesvol te beïnvloeden, gebruiken Nederlandse ministeries steeds vaker gedragswetenschappelijke inzichten. Om die reden heeft het ministerie van Economische Zaken (EZ) een speciaal Behavioural Insights Team (BIT EZ) opgericht. Het team heeft tot doel het gedrag van burgers en bedrijven te beïnvloeden met innovatief overheidsbeleid.

Bram van Dijk

Onderzoek naar theorie én praktijk

Bram van Dijk, beleidsmedewerker bij het ministerie van EZ, maakt deel uit van het BIT EZ. Hij vertelt over een groot onderzoek dat het ministerie eind 2015 startte. “Over het gedrag van bedrijven is nog relatief weinig bekend, terwijl dit juist een belangrijke doelgroep is voor het ministerie van Economische Zaken. We hadden handvatten nodig: als wij een nieuw project starten waarbij we bedrijven een bepaalde kant op willen sturen, aan welke knoppen kunnen we dan draaien?”
Het onderzoek richtte zich op twee vragen. Ten eerste: in hoeverre is de huidige literatuur over gedragsbeïnvloeding van individuen toepasbaar op het gedrag van bedrijven? Ten tweede: welke factoren beïnvloeden de beslissingen van bedrijven? “We zochten naar antwoorden door op grofweg twee manieren onderzoek te doen”, legt Van Dijk uit. “We onderzochten de academische kant én haalden praktijkervaringen van consultants op. Zij weten vaak heel goed te vertellen hoe bedrijven zich doorgaans gedragen – hoe maken ze keuzes, waardoor komen ze in actie?”
Hoogleraren van de universiteiten in Utrecht, Rotterdam en Tilburg voerden het academische onderzoek uit. Zij analyseerden de economische literatuur en bekeken gedragsstudies. Daarbij focusten ze op verschillen in gedrag tussen individuen en groepen, de principaal-agenttheorie – over de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer – en professionele besluitvorming.
De resultaten van het literatuuronderzoek werden aangevuld met de praktijkervaringen van consultants. De onderzoekers vertaalden alle inzichten naar hypotheses, die ze vervolgens toetsten in twee praktijkcasussen. In de eerste casus verkenden de onderzoekers de factoren die invloed hebben op de vraag of bedrijven vrijwillig deelnemen aan de Transparantiebenchmark. Via deze benchmark kunnen Nederlandse ondernemingen de kwaliteit van hun maatschappelijke verslaggeving scoren. De tweede casus leverde inzichten op in de overwegingen van werkgevers om zich in te zetten voor de Banenafspraak. Die afspraak gaat over de baankansen voor mensen met een arbeidsbeperking.

Bedrijven gedragen zich rationeler dan individuen

Het belangrijkste resultaat van het onderzoek is volgens Van Dijk dat bedrijven zich rationeler gedragen dan individuen, maar ook nog steeds gevoelig zijn voor dezelfde invloeden als individuen. “Binnen een bedrijf werken mensen van vlees en bloed, dát blijven degenen die beslissingen nemen. Er zijn allerlei zaken buiten het terrein van rationele kostenafwegingen die gedrag beïnvloeden. Er is bijvoorbeeld ruimte voor toevallige ontmoetingen, en machtsstrijd tussen afdelingen. Toch zijn de beslissingen van bedrijven meer money-driven dan bij individuen. Dit kan verklaren waarom hun beslissingen rationeler zijn.”
“Beslissingen van bedrijven zijn meer money-driven dan bij individuen. Dit kan verklaren waarom hun beslissingen rationeler zijn.”
Op basis van alle resultaten ontwikkelde het onderzoeksteam een leidraad met daarin mogelijke factoren die meespelen in keuzes van bedrijven. Van Dijk: “Het is een achtledige checklist die voorkomt dat we mogelijk beïnvloedende factoren links laten liggen. Bij EZ gebruiken we hem al in lopende projecten. Maar niet alleen het ministerie van EZ kan deze checklist gebruiken, ook voor andere ministeries en toezichthouders komt deze van pas.”
Met het kader wordt eerst in kaart gebracht wie de beslissers en beïnvloeders bij bedrijven zijn, wat de context is van de situatie en welke weerstand er mogelijk leeft. Daarna worden de kosten, de baten en het bedrijfsbelang tegen elkaar afgewogen in een matrix. Dat biedt inzicht in de doelgroep waarop een interventie gericht kan worden, en het meest geschikte instrument om gedragsverandering te realiseren. In een evaluatie meet men uiteindelijk het succes van de interventie.

Inspiratie voor toezicht

Van Dijk beschrijft een casus van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit die een aantal elementen van de checklist goed illustreert. “De NVWA had in het verleden veel moeite met shoarma-ondernemers die zich onvoldoende hielden aan hygiëneregels. Na diepere analyse bleek dat de ondernemers onder andere gevoelig zijn voor onderhandelen en de relatie tussen ondernemer en NVWA. Ook bleken ze geen lezers te zijn, maar heel visueel ingesteld. De NVWA heeft video’s gemaakt waarin getoond wordt welke risico’s er zijn maar ook hoe het goed kan gaan in de praktijk. Die video’s hebben een grote bijdrage geleverd aan een verbeterde naleving.”
Het voorbeeld van de NVWA benadrukt hoe belangrijk het is om de daadwerkelijke redenen voor gedrag zichtbaar te krijgen, zegt Van Dijk. “We gaan er al snel vanuit dat straffen of juist financiële steun gedrag beïnvloeden. Dankzij de leidraad bij het onderzoek hebben we veel beter inzicht in wat daadwerkelijk gedrag beïnvloedt.”
“Pas als we écht weten wat bedrijven beïnvloedt, kunnen we beleid zo invullen dat het publieke belangen optimaal waarborgt.”
Het analysekader biedt inspiratie voor manieren waarop toezichthouders bedrijven kunnen aanzetten tot gewenst gedrag. Van Dijk hoopt daarnaast dat universiteiten meer aandacht zullen besteden aan onderzoek naar het gedrag van bedrijven. “Pas als we écht weten wat bedrijven beïnvloedt, kunnen we beleid zo invullen dat het publieke belangen optimaal waarborgt.”

Over het Rapport gedragsbeïnvloeding bij bedrijven

In 2016 hebben Ernst & Young, Tilburg University, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Utrecht onderzoek uitgevoerd naar gedragsbeïnvloeding bij bedrijven. Aan de begeleidingscommissie namen vertegenwoordigers van het ministerie van Economische Zaken, RVO.nl, de ACM, de NVWA, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de Universiteit Leiden deel. Het doel was om inzicht te krijgen in de factoren die bij de beïnvloeding van het gedrag van bedrijven een rol spelen. Door de resultaten van literatuuronderzoek naar gedrag van individuen en groepen, de praktijkervaringen van gedrag binnen bedrijven en de praktijkcasussen te bundelen, kon een analysekader gemaakt worden. Dit kader biedt een leidraad die ministeries en toezichthouders kunnen gebruiken wanneer ze gedrag binnen bedrijven willen beïnvloeden.

Het onderzoek van het ministerie van EZ past in een jonge traditie van wetenschappelijk onderzoek naar gedragsbeïnvloeding van bedrijven. Zo is binnen het programma Handhaving en Gedrag een literatuurstudie uitgevoerd naar regelnaleving door bedrijven.