Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Lokmiddelen inzetten: mag dat wel?

Lokmiddelen inzetten: mag dat wel?

Loktieners, lokfietsen en lokprostituees. Het is een greep uit de vele lokmiddelen die toezichthouders steeds vaker inzetten. En met succes: lokken blijkt een zeer effectieve manier om overtreders op het spoor te komen. Zo zorgde de welbekende lokfiets er in de afgelopen jaren voor dat honderden fietsendieven bestraft konden worden. Toch zit er ook een keerzijde aan deze alternatieve manier van opsporen. Want waar liggen de grenzen?

Een agente vermomt zich als oude vrouw en gaat de straat op met een handtas aan haar arm. Samen met een collega in burger, die haar nauwlettend in de gaten houdt. Een tasjesdief wordt op heterdaad betrapt.

Zedenrechercheurs maken een profiel aan op een chatsite. Ze doen zich voor als Lisa van dertien. ‘Lisa’ raakt aan de praat met een man van 44 en ze plannen een ontmoeting. Bij die ontmoeting blijkt Lisa niet te bestaan; de man wordt aangehouden.

Ongericht lokken

Bovenstaande casussen zijn voorbeelden van wat het Openbaar Ministerie ongerichte uitlokking noemt. De lokmiddelen worden niet ingezet om een specifiek persoon te kunnen aanhouden, maar naar aanleiding van een algemene verdenking. Er is bijvoorbeeld sprake van veelvuldig ontucht op een bepaalde website of van regelmatige tassendiefstal in een bepaald winkelcentrum en daartegen wil men in actie komen. Ondanks dat lokmiddelen zeer effectief blijken te zijn, klinkt in de media vaak twijfel over de inzet. Mag dat wel, mensen uitlokken tot criminele handelingen?

Lokken mag, uitlokken niet

Wetgeving over de inzet van lokmiddelen bestaat niet; wel heeft de Hoge Raad al uitspraken gedaan, waarvan het Lokfiets-arrest in 2008 het eerste en toonaangevende geval was. Allereerst blijkt daaruit dat er een opsporingsbelang moet zijn; toezichthouders mogen niet zonder reden lokmiddelen inzetten. Ook concludeert de Hoge Raad dat ‘de verdachte door het plaatsen van de lokfiets niet is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht' (HR 28 oktober 2008, NJ 2009, 224 m.nt. M.J. Borgers (Lokfiets-arrest), r.o. 2.4). Een lokmiddel mag kortom alleen ingezet worden als het niet uitlokt. Het mag er niet voor zorgen dat iemand een strafbaar feit pleegt dat diegene normaal gesproken nooit zou plegen. En het lokmiddel mag de situatie ter plaatse niet veranderen.
“Je wilt niet dat mensen regels gaan overtreden, je wilt juist opsporen wie dat al doen, om het overtredingsgedrag vervolgens te verminderen.”

Mystery shoppers en alcohol

De praktijk laat zien dat de richtlijnen van de Hoge Raad voldoende ruimte laten voor het inzetten van lokmiddelen. Zo werkt het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP met tieners om te onderzoeken of alcoholverstrekkers zich aan de Drank- en Horecawet houden. Wim van Dalen, manager van STAP, vertelt: “Gemeenten huren ons in met de vraag of we bepaalde locaties willen onderzoeken. Wij sturen vervolgens jongeren van zeventien naar de locaties met de opdracht om alcohol te kopen. Tenminste, dat moeten ze proberen.” Omdat zeventienjarigen volgens de wet in horecagelegenheden geen alcohol mogen vasthouden, gaat er altijd een meerderjarige mee. “Krijgt de zeventienjarige inderdaad alcohol, dan neemt de meerderjarige het aan. Dit heeft op dat moment nog geen gevolgen voor de verstrekker. Nadat we alle gewenste locaties hebben onderzocht, overhandigen we de resultaten aan de gemeente. Die bepaalt wat ze ermee doet.”
Van Dalen vertelt dat STAP strenge protocollen heeft voor de onderzoeken, en de tieners krijgen een korte opleiding. “De mystery shoppers mogen nooit aandringen; krijgen ze een ‘nee’, dan gaan ze gewoon weg. We zullen ze ook nooit extra optutten om ze ouder te laten lijken en ze krijgen geen neppe ID-kaart mee. Wij doen niet aan uitlokken, we voeren alleen onderzoek uit. Volgens mij is dat ook de enige manier om lokmiddelen in te zetten. Je wilt niet dat mensen regels gaan overtreden. Je wilt juist opsporen wie dat al doen, om het overtredingsgedrag vervolgens te verminderen.”

Grijs gebied

Het criterium ‘lokken mag, uitlokken niet’ lijkt in de praktijk voldoende richting en ruimte te geven. Toch kan het ook problemen opleveren. Of een lokmiddel een uitstraling heeft die uitlokt, valt redelijk aannemelijk te maken. Een volle portemonnee in een open tas wenkt nu eenmaal duidelijker dan een dichte tas aan een schouder. Maar of lokken uitlokken wordt, kun je ook bepalen op basis van de intentie van de verdachte. Steelt iemand een loktas en beweert de politie dat het hier niet om uitlokken ging, dan neemt ze aan dat de verdachte al (enigszins) van plan was om een tas te stelen. Volgens Geert Knigge, advocaat-generaal Hoge Raad, kunnen dit soort aannames de inzet van het lokmiddel niet rechtvaardigen. Immers: juist omdat de uitlokking ongericht is, kan de toezichthouder zich niet rechtvaardigen met voorkennis over de uitgelokte persoon. Dat het criterium op twee manieren geïnterpreteerd kan worden, maakt het moeilijk om te bepalen of een toezichthouder heeft gelokt of uitgelokt.
Het criterium ‘lokken mag, uitlokken niet’ lijkt in de praktijk voldoende richting en ruimte te geven. Toch kan het ook problemen opleveren.
Het inzetten van lokmiddelen gebeurt niet meer alleen op kleine schaal en evenmin slechts incidenteel. Zo lokte de politie deze zomer drugshandelaren op het dark web in de val. Door zich voor te doen als beheerders van Hansa Market, een populaire verkoper van harddrugs, kon ze beslagleggen op meer dan duizend bitcoins. Omgerekend gaat het om ongeveer twee miljoen euro. De baten van opsporen met lokmiddelen kunnen enorm zijn, en dus is helderheid over wat wel en niet mag van groot belang. Volgens Van Dalen ligt een mogelijke oplossing in strakke protocollen die landelijk voor allerlei verschillende situaties gelden. “Opereert iedereen hetzelfde, dan is duidelijk wat wel en wat niet mag bij het inzetten van lokmiddelen.”