Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Waarom de rotte-appelbenadering niet deugt

Waarom de rotte-appelbenadering niet deugt

Problemen in een organisatie zijn niet op te lossen door slechts de ‘rotte appel’ te ontslaan, zegt columniste Naomi Ellemers in haar laatste ToeZine-column. Beter zou het zijn om te analyseren hoe het probleem heeft kunnen ontstaan. En toezichthouders kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren.

Je hoort of leest het vaak genoeg in het nieuws: een bedrijf dat in opspraak is gekomen – er blijkt dat al tijden gesjoemeld werd met de regels – probeert het publiek gerust te stellen. Er wordt dan gezegd: ‘Geen zorgen. Het ging om één rotte appel. Die is nu ontslagen, dus alles komt in orde.’

Naomi Ellemers heeft met veel enthousiasme een jaar lang de column voor ToeZine verzorgd. Zij is daarbij vooral ingegaan op de laatste inzichten op het gebied van menselijk gedrag in relatie tot toezicht en handhaving. De redactie dankt Naomi hartelijk voor haar bijdrage en verwelkomt Jorren Scherpenisse. Hij is onderzoeker en leermanager bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en zal het komende jaar deze column verzorgen.

Meer dan een rotte appel

De juridische afdeling van het betreffende bedrijf vindt zo’n methode natuurlijk fijn: er is een duidelijke dader en die wordt bestraft. De rest van het bedrijf gaat vrijuit en niemand voelt de noodzaak om zich druk te maken over de ‘enge’ gedachte dat er misschien wel meer aan de hand is dan die ene rotte appel. Maar kom je zo wel verder? Want het probleem goed analyseren, dat gebeurt op deze manier niet. Vragen als ‘Hoe is die ‘rotte appel’ eigenlijk tot dit gedrag gekomen?’ worden nauwelijks gesteld. Net als: ‘Zouden er meer rotte appels kunnen zijn en hoe kom je daarachter?’ Een officiële oorzakenanalyse gaat zelfs vaker over de vraag wat er nu precies is misgegaan dan over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Terwijl dieper ingaan op het ‘hoe’ van het probleem de enige manier is om te voorkomen dat er keer op keer nieuwe rotte appels worden gevonden.

Rotte appel of rot werkklimaat?

Uit psychologisch onderzoek weten we dat er een aantal risicofactoren zijn die kansen op problemen vergroten. Een belangrijke risicofactor is een werksituatie waarin medewerkers worden geacht met elkaar in competitie te gaan om de beste prestatie of de hoogste omzet te halen. Impliciet wordt daarmee de boodschap gegeven dat alleen het eindresultaat telt. Het maakt niet uit hoe je daar komt. Aan zo’n klimaat kleven veel gevaren: minder tevreden werknemers, lage betrokkenheid bij het werk, meer fraude en onethisch gedrag. Bij afdelingen of bedrijven waar ieder voor zich werkt om maar de gestelde doelen te halen, zie je bijvoorbeeld vaker dat werknemers liegen, stelen, rapporten vervalsen, onjuiste meldingen doen of zich om laten kopen.
Dieper ingaan op het ‘hoe’ van het probleem is de enige manier om te voorkomen dat er keer op keer nieuwe rotte appels worden gevonden.
Het is in zo’n klimaat minder gemakkelijk om met elkaar in gesprek te gaan, kennis te delen of te overleggen over hoe je iets nu eigenlijk het beste kunt doen. Werknemers kunnen eenzaam en cynisch worden, bijvoorbeeld als ze het gevoel hebben dat de gestelde doelen niet realistisch zijn, als ze jaloers worden op anderen die meer succes lijken te hebben of niet begrijpen waar beoordelingsverschillen vandaan komen. Al deze gevoelens maken het moeilijker zicht te houden op het grotere geheel, richtlijnen over procedures serieus te nemen of stil te staan bij de bredere gevolgen van keuzes die worden gemaakt. Zelfs al zegt het bedrijf groot belang te hechten aan kwaliteit; de impliciete boodschap die medewerkers krijgen, is dat vooral kwantiteit telt.
Rotte appels kunnen een indicatie zijn van een rot werkklimaat, waarin structurele veranderingen nodig zijn.

Belangrijke rol voor toezichthouder

Vaak wordt het gevaar van zo’n competitief werkklimaat niet onderkend. In veel organisaties leeft de gedachte dat je mensen best kunt vertellen dat ze hun doelen moeten behalen, maar ook op de kwaliteit van hun werk moeten letten. Een toezichthouder kan analyseren wat er nu echt telt in het bedrijf. Worden prestatiedoelen weleens bijgesteld om de gewenste kwaliteit te behalen of gaat het altijd andersom? In het laatste geval heeft het geen zin om steeds rotte appels te verwijderen. Het is een indicatie van een rot werkklimaat, waar structurele veranderingen nodig zijn. Toezichthouders kunnen organisaties helpen door de juiste vragen te stellen en verder te kijken dan die ene rotte appel.

Wie is Naomi Ellemers?

Naomi Ellemers is organisatiepsychologe, lid van de Raad van Commissarissen van PwC en universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. In haar onderzoek houdt zij zich onder meer bezig met de vraag hoe het organisatieklimaat kan bijdragen aan meer diversiteit en ethisch gedrag op de werkvloer.