Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Wie is de inspecteur? En wat houdt hem bezig?

Illustratie: ontwerpstudio 2 MAAL EE

Wie is de inspecteur? En wat houdt hem bezig?

Inspecteurs groeien in hun vak als ze in gesprek gaan over de dilemma’s die ze in hun werk tegenkomen. Dat concludeert antropologe Manja Bomhoff na haar onderzoek ‘Inspecteurs over hun vak’. “Juist hun drang om bij te dragen aan het grotere maatschappelijke doel houdt inspecteurs gemotiveerd.”

Inspecteurs – wie zijn dat nou eigenlijk? Wat doen ze, hoe denken ze, hoe gedragen ze zich? Wanneer is iemand een goede inspecteur? En hoe kunnen zij het vak nog verder professionaliseren? Om antwoord te krijgen op deze vragen zette de Inspectieraad in 2017 een antropologe aan het werk. Manja Bomhoff sprak uitvoerig met elf inspecteurs van vijf inspecties.

Manja Bomhoff is gepromoveerd antropoloog en werkte jarenlang als onderzoeker bij wetenschappelijk onderzoeksinstituut NIVEL. In 2016 richtte Bomhoff het Inzichtenlab op. Dat werkt samen met opdrachtgevers, partners en geïnteresseerden aan meer dienstbare, creatieve en productieve manieren om van informatie naar inzichten te komen. Eerder deed Bomhoff onderzoek naar handhavingsbeslissingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en naar een risicomodel voor het toezicht op de kinderopvang voor de GGD’en.

Foto: Kim Out

Dé inspecteur bestaat niet

Het lijkt misschien een open deur, maar toch: Bomhoff constateerde tijdens het onderzoek dat het werk van inspecteurs enorm varieert. Dit komt door verschillen in het veld, de stakeholders, de wetgeving en de handelingsruimte. “Zo sprak ik een inspecteur die wettelijk veel vrijheid kreeg om te experimenteren en innovatief advies te geven aan de ondertoezichtstaanden. Anderen hebben die ruimte helemaal niet. Het is onmogelijk om alle inspecteurs en inspecties over één kam te scheren.”

Onderverdeling in vier portretten

Om de invloed van de context op het werk van een inspecteur te laten zien, schetste de antropologe vier portretten. Als eerste die van ‘keurmeester’, wiens inspectie kritisch wordt gevolgd, terwijl stakeholders geen eenduidig begrip hebben van kwaliteit. Dan die van ‘onderzoeker’, voor wie het meer gaat om inzicht in de werking van processen dan om wet- en regelgeving. Als derde de ‘strateeg’ die veel ruimte heeft om te experimenteren. En tot slot de ‘expert’, die in een complex veld werkt waar inhoudelijke kennis een sleutelrol speelt.

Wel of niet adviseren?

Hoe verschillend ook: eenduidig zijn de inspecteurs over de dilemma’s die zij in hun dagelijks werk tegenkomen. Eén daarvan is het al dan niet adviseren van hun ondertoezichtstaanden. Sommige inspecteurs proberen hen te helpen om de kwaliteit te verbeteren of risico’s te vermijden. Bij veel andere inspecties wordt het geven van zulk advies ontmoedigd of zelfs expliciet verboden.
Een paar inspecteurs geven aan op verschillende manieren toch goede voorbeelden of adviezen te geven. Ze vinden het zó belangrijk om mee te werken aan verbeteringen bij de ondertoezichtstaanden, dat ze nadenken over creatieve manieren waarop ze kunnen adviseren. Ze delen bijvoorbeeld best practices in het veld. Of, zoals een geïnterviewde in het onderzoek zegt: “We mogen formeel geen advies geven, maar je kunt wel aangeven waar er bijvoorbeeld ruimte is in de wetgeving.”

Wat voor een inspecteur ben jij?

Keurmeester, onderzoeker, strateeg of expert? Lees het onderzoek ‘Inspecteurs over hun vak’.

Straffen of belonen?

Een andere spagaat die de geïnterviewde inspecteurs ervaren, is rond het geven van complimenten. Eén van de inspecteurs zegt in het rapport: “Als je iemand alleen om de oren slaat, gaat ‘ie daar echt niet van leren. Je moet aangeven: dit gaat goed, dit kun je beter doen.” Toch wordt het benoemen van wat er goed gaat bij sommige inspecties ontmoedigd. Toezichthouders willen namelijk niet medeverantwoordelijk zijn voor de uiteindelijke kwaliteit van de ondertoezichtstaanden door advies of complimenten uit te delen.

Meer kennis en ervaring delen

“Het zijn ingewikkelde vraagstukken”, constateert Bomhoff. Ze ziet dat de inspecteurs die zij sprak zoeken naar een balans tussen de opgelegde kaders en hun eigen opvattingen. “Dit noemen we ‘professionele ruimte’. Het is belangrijk dat de professionals en de verschillende inspecties hierover meer kennis en ervaring delen. Ik merkte tijdens het onderzoek dat de inspecteurs heel goed nadenken over hoe ze hun werk het beste kunnen doen. Maar ze kunnen nóg verder in hun vak groeien als ze de gelegenheid krijgen in gesprek te gaan over de dilemma’s die ze tegenkomen. Zo ontdekken ze bijvoorbeeld welke verschillende opvattingen er leven en kunnen ze hun meningen aan elkaar scherpen.”

Betrokkenheid behouden

Dialoog met elkaar en de buitenwereld voorkomt bovendien dat inspecteurs hun betrokkenheid kwijtraken, zegt Bomhoff. Die betrokkenheid is volgens de antropologe met name gericht op het veld waarop toezicht gehouden wordt. Bovendien vertaalt de betrokkenheid zich in hoge eisen die inspecteurs stellen aan het werk, aan zichzelf en aan hun collega’s. “Ik constateerde een gedeelde wens om een maatschappelijke bijdrage te leveren via het werk. Juist die drang om bij te dragen aan het grotere maatschappelijke doel houdt inspecteurs gemotiveerd.”

Reactie Inspectieraad

“We vonden het belangrijk om onze eigen mensen beter te leren kennen. Bovendien is het goed als toezichthouders via dit onderzoek ontdekken hoe collega’s tegen hun vak aankijken en waar de verschillen en overeenkomsten in zitten. Minstens even waardevol is de presentatie aan andere ambtenaren, aan het publiek en aan ondertoezichtstaanden, die dankzij dit onderzoek meer inzicht kunnen krijgen in de afwegingen die inspecteurs maken.”

Teusjan Vlot, Algemeen secretaris/Hoofd Bureau Inspectieraad