Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
“Wie in een attractie stapt, accepteert een risico”

“Wie in een attractie stapt, accepteert een risico”

Van de megakermis in Tilburg tot een gezellige middag in Oegstgeest: in Nederland doen naar schatting zo’n duizend kermisattracties de ronde. Elk ervan brengt een veiligheidsrisico met zich mee. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje. Risico’s volledig uitsluiten kan niet, maar regelmatige keuringen én stevig toezicht maken ze wel zo klein mogelijk. In hoeverre valt de veiligheid van kermisattracties te garanderen?

De zweefmolen, de rups, de spider, de botsauto’s en natuurlijk het reuzenrad. De attracties op de kermis zijn bedoeld om de harten van kinderen én volwassenen sneller te laten kloppen. Sommige attracties zijn tamelijk onschuldig, andere ogen ronduit gevaarlijk. Maar dat laatste is, als het goed is, alleen maar schijn. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet erop toe dat kermisexploitanten alle veiligheidsregels naleven, zodat de attracties veilig zijn.

Het keuringsproces

“Voordat nieuwe toestellen gebruikt mogen worden op een kermis, ondergaan zij een keuring”, vertelt Rudy Nieuwenhuijs, senior inspecteur bij de NVWA. “Dat gebeurt door Aangewezen Keuringsinstellingen, kortweg AKI’s. Sommige attracties zijn zo oud dat ze geen eerste keuring hebben gehad. Toen bestond de huidige regelgeving nog niet. Zo zijn er in Nederland attracties van wel honderd jaar oud. NVWA-inspecteurs zien erop toe dat deze toestellen in ieder geval voldoen aan alle huidige eisen en dat ze goed onderhouden worden.”
“Er zijn in Nederland attracties van wel honderd jaar oud.”
In 2015 ontwikkelde de NVWA een digitaal registratiesysteem: RAS (Registratie Attractie- en Speeltoestellen). Hierin zijn alle attracties en bijhorende keuringsrapporten terug te vinden. Bij de eerste keuring brengt de keurmeester op iedere attractie een unieke code aan, een soort kenteken. Zo is hij altijd te herkennen. Alle AKI’s en de NVWA hebben toegang tot het systeem. En sinds kort ook gemeenten. Die kunnen het raadplegen voordat zij een kermisvergunning afgeven, om te controleren of alle attracties een geldig certificaat hebben. “Ze zijn niet verplicht gebruik te maken van RAS”, legt Nieuwenhuijs uit, “maar dat stimuleren we natuurlijk wel, onder meer via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.”

Strafmaatregelen van inspecteurs

Inspecteurs van de NVWA gaan steekproefsgewijs langs bij kermissen en controleren of attracties de juiste certificering hebben en of ze goed onderhouden zijn. Mocht dit niet zo zijn, dan kunnen de inspecteurs drie verschillende instrumenten inzetten.
“Bij acuut gevaar kan de inspecteur de attractie per direct sluiten.”
“Als een exploitant zich op wat voor manier dan ook niet aan de regels houdt, dan delen we een boete uit. Bijvoorbeeld als het onderhoud van een toestel onder de maat is. Bij acuut gevaar kan de inspecteur ook besluiten de attractie per direct te sluiten. Denk aan een veiligheidsbeugel die niet goed sluit. Een soort middenweg is dat we een beschikking opleggen. Bijvoorbeeld als het toestel wel het juiste certificaat heeft, maar er toch iets niet in orde is. De eigenaar krijgt dan een paar dagen om dit op te lossen, terwijl de attractie gewoon in gebruik blijft. Meestal gebeurt dat ook. Zo niet, dan is dat een strafbaar feit. De attractie gaat dan alsnog dicht en we schrijven een proces-verbaal uit.”

Sterk in je schoenen staan

Omdat er zoveel toestellen in omloop zijn, is het onmogelijk ze allemaal continu te controleren. Daarom gebeurt dat steekproefsgewijs. Voor een efficiënte inzet van mankracht en middelen maakt de NVWA onderscheid tussen toestellen met een hoge en lage risicofactor. “Attracties met een hoog risico controleren we vaker. Dit zijn bijvoorbeeld achtbanen of andere attracties waarbij mensen met hoge snelheid voortbewegen of rondgeslingerd worden. Het liefst controleren we alles, om het risico op ongelukken zo klein mogelijk te maken. Maar we kunnen nu eenmaal niet achter iedere kermisexploitant gaan staan om te zien of hij zich wel aan zijn verplichtingen houdt.”
“De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een individueel toestel ligt bij de exploitant.”
Bij zowel de NVWA als de AKI’s dreigt een tekort aan inspecteurs te ontstaan. Dat verbaast Nieuwenhuijs niet. “Het is geen eenvoudige functie. Als inspecteur moet je sterk in je schoenen staan. Je moet ter plekke – in je eentje – kunnen én durven beslissen een attractie te sluiten. En je hebt lang niet altijd te maken met meegaande exploitanten. Bovendien moet je veel technische kennis hebben om te weten wat de zwakke punten van een attractie zijn.”

Veiligheid zonder garanties

Met haar toeziend oog probeert de NVWA het risico op ongevallen bij kermisattracties zo klein mogelijk te maken. Maar veiligheidsgaranties geeft Nieuwenhuijs niet. “Door in een attractie te stappen, accepteer je een bepaald risico. Een ongeluk kan altijd gebeuren, ook wanneer een attractie goed onderhouden is en alle vereiste certificaten heeft. Wij kunnen niet méér veiligheid garanderen dan de aspecten waar wij op toezien. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een individueel toestel ligt bij de exploitant. En mocht er iets misgaan, dan hangt het van de precieze situatie af wie ervoor aansprakelijk is.”
Het uiteindelijke doel van wetgeving is dat er geen onveilige toestellen meer zijn. “Dat is natuurlijk het streven, maar het is ook een utopische gedachte. De praktijk leert dat wij nodig zijn. Risico uitsluiten kan niet. Maar ik vind het ook al een succes als we een overtreder aanpakken en daarmee voorkomen dat een onveilige attractie gaat draaien. Gelukkig krijgen we dat regelmatig voor elkaar.”

“Maak beter gebruik van RAS”

Het toezicht op kermisattracties door de NVWA is van belang en bovendien goed geregeld, vindt Jan Boots, directeur van de Nederlandse Kermisbond (NKB). Wel noemt hij een punt van aandacht: “Het gebruik van het registratiesysteem RAS door de AKI’s kan en moet nog beter. Na een periodieke keuring liggen de keuringsrapporten te lang op het bureau van de AKI voor zij in RAS worden opgenomen. Dat kan tot problemen leiden.”

Een AKI ontvangt de aanvraag voor een periodieke keuring van een attractie meestal enkele maanden van tevoren. Als het druk is, kan het gebeuren dat een keuring pas plaatsvindt vlak voor of óp de dag dat het certificaat verloopt. “Bij de start van een keuring krijgt een attractie in RAS automatisch het label ‘geen geldig certificaat’. Als de keurmeester het rapport heeft afgerond, wordt het nog gecheckt door iemand op kantoor voordat het in RAS wordt doorgevoerd. Maar daar zitten regelmatig enkele dagen tussen, soms zelfs een week. Al die tijd staat in RAS dat de attractie geen geldig certificaat heeft, terwijl dat dus helemaal niet zo hoeft te zijn. Wij zien daarom graag dat er minder tijd zit tussen keuring en akkoord en dat een AKI altijd bereikbaar is, om dit soort problemen snel te kunnen oplossen.”