Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...

'Toezichthouders moeten civiel aansprakelijk kunnen zijn'

De NVWA erkende deze zomer haar aansprakelijkheid voor een ongeval met een speeltoestel in een indoor-speelhal. Welke ontwikkelingen zijn er op het gebied van de civielrechtelijke aansprakelijkheid van toezichthouders? Hoogleraar Ivo Giesen publiceerde hierover al in 2005 een boek en vertelt wat er sindsdien is veranderd.

In 2005 publiceerde u het boek ‘Toezicht en aansprakelijkheid’. Daarin richtte u de blik op de ‘aansprakelijkheid van toezichthouders bij gebrekkig toezicht’. Wat was de achtergrond van die keuze?
”De aanleiding voor mijn onderzoek was dat toezichthouders steeds meer in the picture kwamen en er tegelijkertijd vragen rezen rondom hun aansprakelijkheid. Voor mijn onderzoek keek ik naar toezichthouders in brede zin. Daaronder vielen ook bijvoorbeeld tbs-instellingen die verantwoordelijkheid zijn voor gedetineerden als zij tijdelijk de instelling mogen verlaten. In mijn boek zette ik de argumenten vóór en tegen de civielrechtelijke aansprakelijkheid van toezichthouders op een rij.”
Wat is civielrechtelijke aansprakelijkheid?

In het geval van civielrechtelijke aansprakelijkheid gaat het om het betalen van een schadevergoeding aan slachtoffers.

De NVWA en het speeltoestel

Eind december 2015 viel een vierjarige peuter van een speeltoestel in de indoor-speelhal Happy Days in Grootebroek. Een paar dagen later overleed hij. Deze zomer erkende de NVWA haar aansprakelijkheid.
Bekijk hier de verklaring van de NVWA.
Wat waren toen uw belangrijkste conclusies als het gaat om civiele aansprakelijkheid van toezichthouders?
”Dat er genoeg argumenten zijn om toezichthouders gewoon aansprakelijk te kunnen stellen als zij fouten maken in de uitoefening van hun taak. Er zijn geen redenen om toezichthouders anders te behandelen dan andere mensen en bedrijven. Die kunnen ook op allerlei manieren aansprakelijk gesteld worden voor hun acties. Er wordt wel eens gezegd dat toezichthouders hun werk dan niet meer goed zouden kunnen doen. Terwijl je evengoed kunt stellen dat het toezichthouders juist dwingt hun werk extra goed uit te voeren.”
Is uw mening hierover sindsdien veranderd?
”Nee.”
De civielrechtelijke aansprakelijkheid van toezichthouders staat nog in de kinderschoenen, schreef u in 2005. Hoe kijkt u daar nu naar?
”Dit is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. Zo heeft de Hoge Raad in 2006 uitspraak gedaan in een zaak over pensioenfonds Vie d’Or. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) is toen aansprakelijk gesteld voor de geleden schade, omdat ze had verzuimd tijdig een bewindvoerder te benoemen. In mijn ogen is dat écht een sleutelmoment. En een goede uitspraak, vind ik, omdat die toezichthouders langs min of meer dezelfde meetlat legt als we doen met alle andere partijen in ons land. Sinds het arrest is er een toename van zaken waarbij toezichthouders aansprakelijk zijn gesteld, ook in de financiële hoek. Hoewel dat laatste weer is ingedamd door een – na stevige lobby – in 2012 aangenomen wetsvoorstel dat de aansprakelijkheid beperkt van de financiële toezichthouders DNB en Autoriteit Financiële Markten (AFM). Met als argument de mogelijk hoge financiële consequenties. In mijn ogen een onnodige wetswijziging: als toezichthouders gewoon hun werk goed doen, is er geen reden voor zo’n beperking.”
“Er zijn geen redenen om toezichthouders anders te behandelen dan andere mensen en bedrijven”
U voorspelde in 2005 dat slachtoffers steeds meer naar toezichthouders zullen kijken als de directe schadeveroorzaker geen diepe zakken heeft. Is die verwachting uitgekomen?
”Ik denk dat het recente voorbeeld van de NVWA dit goed illustreert. Bij de indoor-speelhal was waarschijnlijk voor de slachtoffers niet veel te halen. Daarom heeft men gekeken welke partijen nog meer betrokken waren en kwam men uit bij de toezichthouder. We noemen dit ‘secundaire aansprakelijkheid’. Dat houdt in dat slachtoffers breder kijken dan de primaire schadeveroorzakers. In de VS zie je dit al veel meer. Zo ken ik een zaak waarbij een winkelcentrum aansprakelijk werd gesteld nadat daar ’s avonds een vrouw werd verkracht. Het winkelcentrum had volgens de aanklager moeten zorgen voor betere beveiliging. Ook in Nederland zullen dit soort zaken de komende jaren toenemen, waarbij ook toezichthouders betrokken kunnen raken.”
Wat vindt u ervan dat de NVWA in deze zaak geschikt heeft?
”De NVWA heeft naar mijn mening de koninklijke weg bewandeld door te schikken en niet te procederen. Wanneer de NVWA een speeltoestel afkeurt en daarna geen verdere stappen onderneemt, is dat gewoon een fout. Zou een bedrijf dat richting een particulier doen, dan is het bedrijf aansprakelijk. Dat geldt voor de NVWA in dit geval dus ook. Gelijke monniken, gelijke kappen. Bovendien: iedereen maakt fouten, het gaat erom hoe je ze uiteindelijk herstelt. De NVWA heeft dat in deze casus goed gedaan.”
“Ik denk dat er meer sprake zal zijn van secundaire aansprakelijkheid waarbij partijen ook bij toezichthouders uitkomen”
Uw onderzoek is nu dertien jaar oud. Verwacht u de komende dertien jaar grote veranderingen op het gebied van de civielrechtelijke aansprakelijkheid van toezichthouders?
”Het mooie van het recht is dat je met enige stelligheid kunt zeggen dat er de komende jaren niet veel zal gebeuren. Grote veranderingen zijn in het recht zeldzaam. De Hoge Raad heeft rondom Vie d’Or een uitspraak gedaan en ik vermoed niet dat partijen daarover zullen doorprocederen. Wel zullen toezichthouders steeds vaker zaken gaan schikken. Hoogstens zal dat leiden tot rechtszaken als partijen er onderling niet uitkomen. Verder denk ik dus dat er meer sprake zal zijn van secundaire aansprakelijkheid waarbij partijen ook bij toezichthouders uitkomen.”

Ivo Giesen is hoogleraar Privaatrecht aan het departement Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht.
Benieuwd naar het boek ‘Toezicht en aansprakelijkheid’ uit 2005?
Lees het op zijn website.

Hoe kunnen toezichthouders zich hier het beste op voorbereiden?
”Ze moeten zo zorgvuldig mogelijk handelen, goede protocollen maken en die ook naleven. Verder is het belangrijk om gemaakte keuzes goed te motiveren en vooral niet te krampachtig te gaan werken. Ook is het verstandig financiële reserves op te bouwen of zich zo goed mogelijk goed te verzekeren, voor als er toch een keer iets misgaat. Want dat kan natuurlijk altijd gebeuren - toezicht houden blijft mensenwerk.”