Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
“Ik snap de vrees voor een gemeentepolitie niet”

Fotografie: Inge van Mill

“Ik snap de vrees voor een gemeentepolitie niet”

Hij gaf vijf jaar lang leiding aan de 350 boa’s in de hoofdstad. Afgelopen december vertrok Rienk Hoff als directeur Handhaving & Toezicht van de gemeente Amsterdam. Een mooi moment om de balans op te maken. “Het is belangrijk om te investeren in de veiligheid en weerbaarheid van onze handhavers.”

Rienk Hoff (65) startte na zijn studie criminologie in 1980 bij Binnenlandse Zaken bij de directie Recherchezaken. Vanaf 1982 bekleedde hij verschillende directeursfuncties binnen de gemeente Amsterdam. In 2013 werd Hoff directeur Handhaving & Toezicht binnen de gemeente. Eind 2018 nam hij afscheid. De komende twee jaar werkt Hoff voor 1Overheid.

Wat is volgens u de kracht van de gemeentelijke handhaving en hoe is deze aanvullend aan de politie?
“Voor de leefbaarheid en openbare orde is het belangrijk om winkeliers, scholen, instanties en eventuele problemen op straatniveau te kennen. Ik heb daarom altijd enorm geloofd in het concept van ‘community policing’ – politie die dicht in de buurt aanwezig is. Dit idee is echter mede door de totstandkoming van de Nationale Politie onder druk komen te staan. Het bestrijden van de georganiseerde misdaad, terrorisme en cybercrime gaat ten koste van de aanwezigheid in de buurt. De 350 boa’s in Amsterdam zijn sinds 2014 dat gat steeds meer gaan opvullen en kunnen in hechte samenwerking met de politie wél op straat zijn. Zij zijn steeds meer 24/7 de oren en ogen op straat en in de buurten.”
“Een mooi voorbeeld is onze inzet tijdens de avond en nacht op het Rembrandtplein. Vroeger stonden daar elk weekend ME-busjes om de orde te handhaven. Er zijn nu hosts en handhavers aanwezig; de politie levert back-up in geval van nood. Bovendien maakten we een app met bewoners, zodat ze bij overlast direct contact kunnen opnemen. Deze gezamenlijke inzet is succesvol. Ook in het Wallen-gebied is in de avond en de nacht handhaving actief in goede samenspraak met de politie.”
Toch is er ook kritiek. De stichting Maatschappij & Veiligheid meent dat de handhaving in de openbare ruimte dreigt te versnipperen als de politie niet meer als enige mag bekeuren voor overlast op straat en stelt dat handhaving aan de politie overgelaten moet worden.
“Ik vind dat je reinste onzin! Burgers met klachten op het gebied van overlast en leefbaarheid trekken als eerste aan de bel bij het gemeentebestuur. Mogen gemeentes dan alsjeblieft ook zelf investeren in handhaving, zonder dat ze afhankelijk zijn van landelijke prioritering door de politie? Ik snap de vrees voor versnippering op zich wel, maar die los je niet op om voor handhaving alleen maar naar de politie te wijzen. Die heeft daar namelijk de mankracht niet voor. Gemeentelijke handhavers zijn dan een goede oplossing.”
“Wel is het belangrijk om te zorgen voor goede, landelijke uniforme randvoorwaarden voor de inzet van deze boa’s. Denk aan kwaliteitseisen voor opleidingen. Wij investeren in Amsterdam naast de huidige wettelijke verplichte opleiding veel in bijvoorbeeld sociale vaardigheden en benaderingstactieken. Ook stellen wij mensen aan met een mbo-3 opleiding, terwijl politiesurveillanten een mbo-2 achtergrond hebben. Daarnaast is een goede onderlinge informatie-uitwisseling tussen handhaving en de politie enorm belangrijk. Daar moeten verplichte standaards voor worden opgesteld, zodat niet elke gemeente met een eigen informatiesysteem werkt. Dan kan er ook meer en tijdiger informatie van de boa’s bij de politie terechtkomen, zoals tekenen van radicalisering, waar boa’s soms eerder zicht op hebben.”
Daar valt kennelijk nog veel te verbeteren. De Radboud Universiteit Nijmegen concludeerde eerder dat afspraken tussen boa’s en politie niet altijd duidelijk zijn.
“Ik denk daarom dat een betere onderlinge samenwerking veel problemen kan oplossen. Dat gebeurt al op veel plekken en zeker in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Tuig je de samenwerking slim op en benut je de aanwezigheid van handhaving op straat, dan kalft het concept ‘community policing’ niet verder af.”
In de recente notitie ‘Boa en Politie, niet naast elkaar maar met elkaar’ waarschuwt de politie dat toezichthouders geen nieuwe lokale politielaag moeten vormen.
“Ik vind dit soort structuurdiscussies getuigen van een gebrek aan visie. Zelfs als de politie er extra geld bijkrijgt, is er nog steeds te weinig instroom van nieuwe agenten door de overspannen arbeidsmarkt en te hoge uitstroom door de vergrijzing. Ondertussen is er in Amsterdam steeds meer vraag naar toezicht en handhaving. Ik snap die vrees voor een gemeentepolitie dan ook absoluut niet. Overal in Europa zie je een onderverdeling tussen nationale en lokale politie. In Spanje, Italië, Frankrijk met z’n police municipale. Vorig jaar kregen we in Amsterdam een Zweedse delegatie op bezoek. Dat is één van de weinige landen met alleen een nationale politie. Mede door het ontbreken van een community politie die ook in de wijken komt, kampt dat land met fikse problemen. Er zijn ruim twintig no-go-area’s. Als Zweden bij ons in Amsterdam komen kijken hoe ze dat het beste kunnen oplossen, zal dat toch niet voor niets zijn?”
“Als Zweden bij ons in Amsterdam komen kijken hoe ze dat het beste kunnen oplossen, zal dat toch niet voor niets zijn?”
Vlak voor uw vertrek deed u een oproep om boa’s te bewapenen met wapenstok en pepperspray. Waarom is dat nodig?
“Uit eigen onderzoek blijkt dat de agressie richting toezichthouders enorm is. Van elke tien boa’s krijgen er acht tot negen te maken met geweld. Dat is hoger dan bij de politie! Ik heb als werkgever wel eens wakker gelegen van het idee dat een toezichthouder neergestoken zou kunnen worden. Ik vind het daarom belangrijk om te investeren in de veiligheid en weerbaarheid van onze mensen. Dat doe je onder andere door ze te trainen in het omgaan met situaties die kunnen escaleren. Of door boa’s inzicht te geven in het effect van hun gedrag op een ander. Krijgen toezichthouders dan alsnog te maken met agressie, dan moeten zij zich vanuit weerbaarheid volgens de richtlijnen met een wapenstok of pepperspray kunnen verdedigen. Ik ondersteun dan ook het standpunt van de VNG, die heeft bepaald dat de lokale driehoek moet beslissen of en wanneer boa’s kunnen worden toegerust met een wettelijk verdedigingsmiddel. De wet staat dat gewoon toe en binnen het openbaar vervoer en in andere gemeentes gebeurt het ook al.”
Wat ziet u als uw belangrijkste wapenfeit?
“Dat Handhaving & Toezicht in Amsterdam is uitgegroeid tot een onmisbare organisatie. We zijn 24/7 zichtbaar aanwezig in de stad. Daarnaast is de kwaliteit van de handhaving in de publieke ruimte enorm gestegen en is de samenwerking met de politie verbeterd. Ook hebben we binnen de gemeente een begin gemaakt met het maken van één handhavingsorganisatie in Amsterdam, waar ook stadsbeheer en afvalinzameling onderdeel van is. Tot een jaar geleden had elk stadsdeel nog eigen boa’s, die autonoom opereerden.”
“Van elke tien boa’s krijgen er acht tot negen te maken met geweld. Dat is hoger dan bij de politie!”
Wat gaat u na uw vertrek doen?
“Ik ben blij dat de gemeente mij de kans biedt om nog twee jaar, tot mijn pensioen, aan de slag te gaan voor het initiatief 1Overheid. De rode draad door mijn werkzame leven was: als elk overheidsonderdeel alleen voor zichzelf werkt zonder over de schutting te kijken, wordt het een kansloze missie. 1Overheid komt voort uit een burgerinitiatief en richt zich onder meer op het bestrijden van fraude. Daarvoor is samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties en waar mogelijk derden van belang. Samen met twee collega’s ga ik daar mijn tanden inzetten.”