Toezine

Wekelijkse verdieping voor professionals in toezicht, handhaving en inspectie

Bezig met laden...
Grasmat om container stelt paal en perk aan ongewenst gedrag

Grasmat om container stelt paal en perk aan ongewenst gedrag

Stinkende vuilniszakken naast de container, ze zijn een doorn in het oog van menig handhaver. In onder andere Rotterdam en Utrecht is er nu een oplossing voor gevonden: een fleurig bloemperkje om de container. Gedragsveranderaar Luuk Bos legt uit waarom dit idee werkt. En hoe je ook als handhaver gedragsbeïnvloeding kunt inzetten.

Het is een zinderende zomer. Een brave vader, nooit een verkeersboete gehad, loopt met zijn volle, zware en lekkende vuilniszak naar de afvalcontainer. Van een afstandje ziet hij het al: de stapels zakken naast de container. Wat zal hij doen? Neemt hij de zak weer mee naar huis of zet hij hem bij de andere zakken? Adviseur gedragsverandering Luuk Bos probeert de gedachtegang achter het uiteindelijke besluit en bijbehorende gedrag te achterhalen. Bos werkt bij D&B, een bureau dat onder andere gemeenten adviseert over en begeleidt bij gedragsverandering. Zo ook de gemeente Rotterdam, waar in de Tarwewijk veel mensen hun zakken naast de container plaatsten.

Speel in op het bewuste systeem

“Uit gedragsobservaties weten we dat de meeste mensen die zakken bij de container plaatsen dat op de automatische piloot doen", vertelt Bos. “Eigenlijk is dat heel begrijpelijk gedrag. Ons gedrag wordt bewust en onbewust gestuurd. Veruit de meeste beslissingen nemen we onbewust. Dit kost ons veel minder tijd en energie dan wanneer we ergens bewust over na moeten denken. Ons bewuste zetten we in voor belangrijke keuzes. Afval weggooien is vaak een gewoonte en doen we eigenlijk altijd op de automatische piloot.” Het kan dus maar zo zijn dat de brave vader in de hypothetische situatie aan het begin van dit artikel niet zou nadenken en de vuilniszak zo bij de rest zou zwiepen. Voor hem is het het makkelijkst om op de automatische piloot de norm te volgen die anderen voor hem ook aanhielden: het bijplaatsen van de zak bij de container.
“Een bloementuintje schrikt even op. Mensen worden uit de automatische piloot gehaald en ze gaan nadenken over hun handelingen.”

Hou de basis op orde

De strategie die Bos in Rotterdam toepaste om gedrag te veranderen was mensen verrassen om ze zo in de bewuste stand krijgen. “Dat kan bijvoorbeeld met een bloementuintje om de container. Daarnaast straalt zo’n tuintje een schone norm uit: je gooit geen afval naast de container in een mooi bloemperkje. In de Rotterdamse wijk gingen we nog een stapje verder. Daar hebben we in aanvulling op de perkjes ook stickers met uitleg op de container geplakt. Met duidelijke symbolen snappen buurtbewoners ook waar ze met grofvuil heen kunnen, ook dat wordt namelijk regelmatig naast de container geplaatst. Wie op de automatische piloot handelt, gaat niet uitgebreide teksten op een container lezen, maar opvallende plaatjes trekken wel de aandacht. Dus ook dat liet mensen even opletten én juist handelen.” Dat bleek wel uit de resultaten: na een maand werd in die wijk 90 procent minder vuilnis naast de container geplaatst. Een half jaar later was de daling ten opzichte van de oorspronkelijke situatie nog 70 procent. Het tuintje heeft dus een blijvend effect.

Uitleg op en rond de containers

Het kan niet bij perkjes en stickers op containers te blijven. Dat heeft zelfs vrij weinig effect zolang de basis niet op orde is. Dat laatste is een eerste voorwaarde, vóórdat gedragsinterventies of handhaving het verschil kunnen maken. Elke interventie werkt beter wanneer de basis op orde is. Dat betekent dat de containers regelmatig geleegd worden, maar ook dat de omgeving netjes is. Bos: “Uit onderzoek blijkt dat een nette buurt ervoor zorgt dat mensen het zelf ook niet rommelig maken. Staan er daarentegen bankjes met graffiti erop of paaltjes met afgebladderde verf in de buurt, dan zijn we eerder geneigd om ons niet aan de regels te houden.”

Maak gebruik van consistentie

Gemeenten kunnen inwoners nog meer aanmoedigen om hun omgeving schoon te houden. Hoe dat werkt? “Ga langs bij mensen en vraag of ze het belangrijk vinden om in een schone buurt te wonen. 90 procent antwoordt hier volmondig ja op”, vertelt Bos. “Vraag hen vervolgens of ze een sticker bij hun deurbel willen plakken waarop staat dat zij voor een schone buurt zijn. Wat er dan psychologisch gebeurt, is dat mensen consistent willen zijn. Ze hebben uitgesproken dat ze voor een schone buurt zijn, daar willen ze zich dan aan houden. Daarnaast zetten deze stickers ook weer de norm van een schone buurt neer. Door een sticker met hetzelfde symbool als de deursticker op de container te plakken, worden mensen nog eens extra herinnerd aan het voornemen dat ze eerder hebben uitgesproken.” Een proef met zulke stickers in Zeist, Eindhoven en Leeuwarden, leidde tot veel minder afval naast containers.
“Boetes kunnen effectief zijn, áls mensen ook het idee hebben dat ze gepakt kunnen worden.”

Benadruk de pakkans

Mooi natuurlijk, die gedragsinterventies, maar wat betekenen ze voor handhaving? Ze vullen elkaar aan, aldus Bos. “Er is altijd een kleine groep mensen die juist vanuit het bewuste systeem handelt en alsnog de regels overtreedt. Dat kan allerlei redenen hebben: misschien wonen ze in een gemeente waar ze per weggegooide zak moeten betalen. Of ze voelen weerstand tegen de gemeente door een voorval uit het verleden. Boetes kunnen effectief zijn voor deze groep. Tenminste, áls bewoners ook het idee hebben dat ze gepakt kunnen worden.”
Gedragsbeïnvloeding is ook een effectief middel voor handhavers zelf. Hiermee kunnen ze bijvoorbeeld zorgen dat mensen de pakkans hoger inschatten. Zo was Bos betrokken bij een proef in Den Haag waar handhaving een sticker plakte op zakken die naast de container waren geplaatst. Op de sticker stond: ‘Dit afval wordt onderzocht.’ Vervolgens waren de zakken einde dag op magische wijze verdwenen. Waarschijnlijk omdat mensen nu het idee hadden dat ze echt gepakt konden worden. Handhavers kunnen ook nog inspelen op het gevoel van verlies: “Mensen reageren sterk wanneer ze iets dreigen te verliezen. Als je dus duidelijk weet te maken dat een boete een specifiek geldbedrag is dat iemand kan verliezen, kan dit meer effect hebben dan simpelweg communiceren dat er boetes volgen.”
“Wie de grote onbewust handelende meerderheid weet te bereiken, kan structureel ongewenst gedrag veranderen.”

Begrijp het gedrag

Handhaving blijft belangrijk om de notoire overtreders te pakken. Maar wil je een structureel probleem aanpakken, dan kan dat het beste via gedragsverandering. Wie de grote onbewust handelende meerderheid weet te bereiken, kan structureel ongewenst gedrag veranderen. Maar die groep écht bereiken kan een hele uitdaging en een lang traject zijn. Daarom Bos' belangrijkste advies: “Wil je gedrag veranderen, dan moet je dat gedrag begrijpen. Waarom inwoners die zak uit de hand laten glijden náást in plaats van in de container; Waarom ze hun fiets op slot zetten buiten het rek; Of waarom ze hun snoeppapiertje op straat gooien. Met een goede gedragsanalyse leg je bloot aan welke knoppen je kunt draaien om het gedrag te veranderen. Dat kan bijvoorbeeld zijn door mensen van de automatische piloot te halen, zoals met de perkjes om de containers. Geef je mensen daarnaast duidelijk aan hoe het wél moet en maak je het makkelijk om dat goede gedrag te vertonen? Dan is veruit het grootste deel van de inwoners op je hand en kun je het handhaven bewaren voor die koppige minderheid.”