Ze hield de beschikbaarheid van vitale verbindingen in de gaten, monitorde non-stop op verstorende communicatie en zorgde ervoor dat ruim veertig regeringsleiders ongestoord konden tweeten en communiceren. Mede dankzij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) verliep de telecommunicatie tijdens de NAVO-top in Den Haag veilig en storingsvrij. Plaatsvervangend directeur Infrastructuur Kier-co Gerritsen vertelt hoe de inspectie meewerkte aan een van de belangrijkste veiligheidsoperaties uit de Nederlandse geschiedenis.

“Dit is heel groot”, was de eerste reactie van Gerritsen toen de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) hem benaderde voor de NAVO-top. “Als inspectie zijn we altijd aanwezig bij grote evenementen met veel communicatieverkeer. Denk aan de Formule 1, de Nationale Herdenking op de Dam, de jaarlijkse Sinterklaasintocht en veiligheidsevenementen, zoals internationale conferenties.”
Maar deze NAVO-top was zeker geen business as usual. “Een internationaal diplomatiek evenement met 150 staatshoofden, regeringsleiders en ministers uit ruim 40 landen, plus nog zo’n 9000 gasten en journalisten. Allemaal met eigen apparatuur en communicatiebehoeften. Bovendien wordt er veel gevoelige informatie gedeeld. Dat legt een grote druk op de digitale infrastructuur. En dus op onze rol.”
Wat doet de RDI?
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de veiligheid en betrouwbaarheid van digitale netwerken in Nederland. Daarvoor controleert ze of bedrijven en overheden zich aan de regels houden rondom internet, telecom en datadiensten. Dit helpt om storingen, cyberaanvallen en misbruik van gegevens te voorkomen. Zo zorgt de inspectie ervoor dat we in Nederland veilig kunnen communiceren via digitale netwerken.
Luistervinken vóór zijn
“Bij grote evenementen houden we het zogenoemde frequentiespectrum in de gaten”, legt Gerritsen uit. Iedereen die in Nederland een evenement organiseert en veilig en ongestoord wil uitzenden, vraagt bij de RDI een vergunning aan. Vervolgens kijkt de inspectie of er ruimte is en of frequenties waarop ze uitzenden elkaar niet storen. Dat toewijzen gebeurt op basis van first come, first serve. Veel partijen, zoals Defensie en politie, hebben al frequentieruimte. In het uiterste geval wijst de inspectie de aanvraag af.
“Tijdens het event monitoren we of alle telecommunicatie veilig en volgens planning verloopt. Ook testen we van tevoren alle radioapparatuur, waaronder die voor tv- en radio-uitzendingen. En we checken of apparaten zoals portofoons op de juiste frequentie zijn afgesteld.”

Deze NAVO-top vroeg om meer dan de standaardaanpak. “De top was groots, maar wij zijn klein begonnen”, vertelt Gerritsen. “Driekwart jaar van tevoren zaten we met een klein groepje bij elkaar en stelden we onszelf de vraag: waar zijn we precies van? Dat hielp om onze taken in kaart te brengen.”
“Risico’s zijn overal, zeker in tijden van geopolitieke spanningen.”
Vanaf dat moment bouwde de inspectie haar inzet op. Zo sloot ze aan bij verschillende werkgroepen rondom verbindingen, cybersecurity en frequentiegebruik. “Daar zaten we niet alleen als toezichthouder aan tafel, maar vooral als inhoudelijk expert. Een van de grootste risico’s van de top was dat er mensen meeluisterden en dat vitale verbindingen verstoord konden worden. Zeker in deze tijd van geopolitieke spanningen kun je ervan uitgaan dat er overal luistervinken zijn. Dus moet je alles uitpluizen: wie zit waar, met welk apparaat, welke verbindingen zijn nodig, waar zitten de kwetsbaarheden en bedreigingen? Ook stemden we af met het NAVO-hoofdkwartier in Brussel om de elektronische veiligheid te waarborgen.”
Stoorzenders
De intensieve samenwerking met andere partijen maakte dit evenement extra bijzonder. “We overlegden met het ministerie van Buitenlandse Zaken die de algemene organisatie in handen had, de Kustwacht, de Luchtverkeersleiding en politie en Defensie, waaronder hun afdeling elektronische oorlogsvoering. Speciale teams kunnen drones uitschakelen met apparatuur die het signaal tussen de drone en de bestuurder verstoort. Wij checken of zo’n middel geen andere apparatuur stoort, bijvoorbeeld die van vitale verbindingen van ziekenhuizen en infrastructuren zoals Prorail. Die afstemming moet tot in detail kloppen.”
“We waren met dertig man aanwezig op alle locaties, in Den Haag en daarbuiten.”
Dat gold ook voor de bevoegdheden: wie mag waar handhaven of ingrijpen bij een storing of calamiteit? “Voor het eerst waren enkele medewerkers van de RDI onderdeel van het lokale crisisteam in Den Haag. In tabletop-oefeningen liepen we zoveel mogelijk scenario’s door. Wat als een buitenlandse delegatie stoorsignalen veroorzaakt door hun apparatuur? Of als er tijdens een speech van een regeringsleider een onbekend signaal opduikt? Je moet dan goed afspreken wie welke acties onderneemt.”
Te land, ter zee en in de lucht
Zodra de eerste regeringsvliegtuigen het Nederlandse luchtruim binnenvlogen, stonden medewerkers van de RDI paraat. “De locatie van de top was opgedeeld in veiligheidsringen. Die begonnen ver buiten Den Haag, ook op zee en in de lucht. In elke ring waren medewerkers van RDI aanwezig. Bij de luchtverkeersleiding op Schiphol, op straat in meetwagens, op het centrale politiebureau in Den Haag, op tientallen extra meetposten, en in de plenaire zaal van het World Forum. Die medewerkers hadden voortdurend contact met ons kantoor in Amersfoort, waar we alle informatie verzamelden.” In totaal waren zo’n dertig mensen betrokken. “Voor ons erg veel. De Formule 1 doen we bijvoorbeeld met nog geen tien personen.”
Van hotel tot haven
Teams van de politie controleerden samen met collega’s van de RDI alle ruimtes op ongewenste signalen: van hotelkamers van regeringsleiders tot de plenaire zaal in het World Forum. “Een zaal kun je na zo’n controle verzegelen, maar hotelkamers kun je niet steeds opnieuw checken. Dan moet je goed afspreken wanneer je wat controleert.” Tijdens de top volgde de RDI het programma van minuut tot minuut, ook de activiteiten eromheen. Zo was er een los activiteitenprogramma voor partners van regeringsleiders, waarin ze met koningin Máxima de havens van Rotterdam bezochten. “Ook daar waren we aanwezig.”
“Toen Trump vertrok, konden we opgelucht ademhalen.”
En terwijl alle ogen gericht waren op Den Haag, zorgde RDI ervoor dat alarmnummer 112 beschikbaar bleef. Ook checkte de inspectie voortdurend op cyberverstoringen. De top verliep uiteindelijk rustig. “Opvallend was een storing op het netwerk van een telecomoperator. Gelukkig had dit geen ernstige gevolgen, maar zoiets houdt je wel wakker. Dankzij extra netwerken die we op verschillende plaatsen hadden ingericht, konden we nog nauwkeuriger dan normaal lokale storingen en signalen detecteren.” Al met al was het flink aanpoten. “Toen de laatste vliegtuigen van president Trump het luchtruim verlieten, haalden we opgelucht adem. Alles was goed gegaan.”
Lessons learned
Trots, dat woord viel na afloop vaak. “Trots dat we deze monsterklus hebben geklaard, zonder grote verstoringen.” Ook groeide het onderlinge respect voor elkaars expertise binnen de RDI. “Radiofrequenties monitoren klinkt misschien saai, maar bij zo’n evenement is dat allerminst het geval.” Geleerde lessen zijn er ook. “We zijn ons nog bewuster geworden van het belang van goede monitoring en brede samenwerking, en kijken daarom kritischer naar hoe we dat doen. Zo willen we risicogebieden, zoals de haven van Rotterdam, in de toekomst nog preciezer in beeld brengen.” We waren onderdeel van iets uitzonderlijks, besluit Gerritsen. “Daar zullen we nog lang over napraten.”