Ga naar de inhoud

Hoog tijd om steviger samen te werken

Alle toezichthouders hebben iets essentieels gemeen: hun vak. Dus lijkt onderling kennis delen vanzelfsprekend. Toch gebeurt dat in Nederland nog te weinig, ziet VIDE-voorzitter én ToeZine-columnist Hanzo van Beusekom. Eeuwig zonde, vindt hij. Maar er is verandering op komst.

Hanzo van Beusekom
Hanzo van Beusekom, voorzitter van Vide én ToeZine-columnist

Iedereen heeft het wel eens. Een inzicht, een gedachte, een kanteling in je wereldbeeld zodat je anders naar het bestaande gaat kijken. Soms gaat het plotseling, vaker geleidelijk. Maar één ding is zeker: de wereld is daarna niet meer hetzelfde.

Ik zie nog scherp voor me waar ik was toen ik een voor mij cruciaal inzicht op toezicht ontwikkelde. Het was in het centrum van Boston op de prachtige campus van JF Kennedy School van Harvard University. Ik had een week lang les gehad van verschillende professoren uit het vakgebied publiek beleid en toezicht. Dit alles onder leiding van de autoriteit op het gebied van toezicht: professor Malcolm Sparrow. Links van mij zat de hoofdinspecteur van het politiekorps van Philadelphia. Een Amerikaan die smakelijk kon vertellen over zijn avonturen in de binnenstad. Rechts van mij zat een Canadese die verantwoordelijk was voor het toezicht op verschillende kerncentrales. Niet echt een gemakkelijke taak. De rest van de klas bestond uit mensen van over de hele wereld die toezicht hielden op verschillende vakgebieden: van gokken tot milieu en van vliegtuigen tot grenzen.

Onderdeel van een gemeenschap

Het bijzondere van deze week was dat we elkaar heel goed begrepen. Dwars door alle cultuurverschillen, taalbarrières en vakgebieden heen. Samen leerden we toezichtconcepten, maakten we cases en verzonnen we nieuwe oplossingen voor oude toezichtproblemen. Blijkbaar waren we niet alleen experts en leidinggevenden in ons eigen technische vakgebied, maar is ook toezicht zelf een vak. Die week in Boston voelde ik me voor het eerst van mijn leven onderdeel van een gemeenschap van toezichtprofessionals. Vaklui, die samen leren hoe ze beter kunnen worden in hun werk: toezicht houden!

Meltdown voorkomen

Zoals wel vaker met belangrijke inzichten: op papier zien ze er eenvoudig uit. Toezicht is een vak. Nou en? Toch was het effect ervan voor mij – en vele anderen die dit inzicht met mij deelden – de afgelopen jaren van groot belang. Als je ervan overtuigd bent dat toezicht een vak is, dan heeft het ook zin om je daarin te verdiepen. Om kennis uit te wisselen en om stap voor stap beter te worden. Dan besef je dat de tactieken van een politiecommissaris bijvoorbeeld ook nuttig kunnen zijn in het werk van een financieel toezichthouder.

En hoewel een kerncentrale niet lijkt op een financiële markt, zie je opeens wel vergelijkbare patronen zodra je je daarin gaat verdiepen. Zo kunnen bij beide catastrofale kettingreacties ontstaan. En bestaan er zowel bij kerncentrales als financiële markten verschillende vormen van buffers en ‘circuit breakers’ die ervoor zorgen dat er bij oververhitting geen ongelukken gebeuren. Ook wil je bij beide een ‘meltdown’ voorkomen. Het inzicht dat toezicht een vak is, gaat dus ook samen met het besef dat je kunt leren van toezichthouders in heel andere werkvelden.

Volop initiatieven

Het inzicht dat toezicht een vak is, is ontstaan bij verschillende groepen mensen. En zij ontwikkelden de afgelopen twintig jaar initiatieven om een gemeenschap van toezichthouders tot bloei te laten komen. Zo brengt beroepsvereniging VIDE allerlei soorten toezichthouders bij elkaar. De Inspectieraad (IR) speelt met een tiental aangesloten inspecties een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vak, onder andere met het Toezichtfestival (meld je aan voor de komende editie). en het Netwerk Publiek Toezicht. Het markttoezichthoudersberaad (MTB) organiseert themabijeenkomsten voor medewerkers dwars door de werkterreinen heen. Er is een wetenschappelijk Tijdschrift voor Toezicht, en we hebben natuurlijk dit mooie digitale tijdschrift ToeZine en talloze nieuwsbrieven.

En toch… blijft er nog veel te wensen over.

Op je eigen eiland?

Logischerwijs richten al die initiatieven zich vooral op hun eigen achterban. Het MTB op de markttoezichthouders en de IR op de inspecteurs. VIDE mikt breder, maar trekt toch ook vooral een groep ‘insiders’ aan. Het gevolg: in Nederland komen de toezichthouder op de financiële markten en de toezichthouder op kerncentrales elkaar niet tegen. De Nederlandse verdeling in subclubjes is historisch zo gegroeid. Zeg nou zelf: er zit niet echt een logica achter. Want wat is precies het conceptuele verschil tussen een markttoezichthouder en een inspectie? In Australië en Nieuw-Zeeland hebben ze de ANZSOG Community of Practice. Daar maken ze helemaal geen onderscheid tussen verschillende soorten toezichthouders. Wellicht is het een erfenis van toen onze samenleving nog verzuild was: allemaal een eigen plekje waar je je het meest thuis voelt.

Intensiever samenwerken

De eilandjes in het Nederlandse toezichtsveld zijn niet zonder gevolgen. Wij toezichthouders doen dingen dubbel en leren minder van elkaar dan mogelijk is. En dat gaan we de komende jaren extra hard voelen, want het is alle hens aan dek om ons toezichtvakmanschap op niveau te houden. Zo moeten heel veel toezichthouders leren hoe ze met bestaande en nieuwe technologie toezichthouden op sterk digitaliserende sectoren. En moeten door de vergrijzing en groei duizenden nieuwe toezichthouders per jaar in rap tempo de kneepjes van het vak leren.

Hoog tijd dus om steviger samen te werken. En dat is precies wat VIDE, het MTB en de IR gaan doen. Samen stellen we nu een kalender met activiteiten op die goed op elkaar aansluiten. Daarnaast gaan we het Toezichtfestival breder ondersteunen, zodat het stap voor stap kan uitgroeien tot hét nationale toezichtevenement. En wie weet volgen er daarna nog meer plannen richting dat mooie doel: bouwen aan een brede gemeenschap voor iedereen die het vak toezicht een warm hart toedraagt!