Ga naar de inhoud

“Je kunt niet alles oplossen met extra toezicht”

Na elf jaar neemt Jan van den Bos aanstaande donderdag tijdens het Toezichtfestival afscheid als voorzitter van de Inspectieraad. Alida Oppers, inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs, nam op 1 juni het voorzitterschap van hem over. Hoe kijkt hij terug op zijn tijd bij de Inspectieraad en de ontwikkelingen in het toezicht?

Stokje overdragen

Eerst een duik in de tijd: Hoe zag het toezicht eruit in 2011, bij je aantreden als voorzitter van de inspectieraad?

“We zaten net in de bezuinigingsgolf van Rutte I. De tijdgeest was: laat het maar aan het bedrijfsleven over. Toezicht werd vooral gezien als een bureaucratische last die kon worden verminderd door alle rijksinspecties te fuseren tot één rijksinspectie.”

“In dat landschap is de Inspectieraad opgericht. Vanuit de gedachte dat we zouden werken als één rijksinspectie. Later wisten we dat om te buigen naar “als waren we” een rijksinspectie. In die beginperiode vooral bogen we ons over vragen als: hoe kunnen we slimmer en efficiënter optreden? Wat kan en moet je samen met anderen doen? Waar moet je zijn als toezichthouder? Hoe verhoud je je tot het maatschappelijk-politieke veld? Hoe zorgen we voor voorspelbaarheid?”

Een totaal andere realiteit dan waar we nu in leven…

“Zeg dat wel. Ging er in die jaren geld af en werden inspecties samengevoegd, nu komen er nieuwe toezichthouders en krijgen inspecties geld erbij. NVWA 100 miljoen, de Nederlandse Arbeidsinspectie 50 miljoen. En dat is goed nieuws, maar er is tijd nodig om dat geld zijn werk te laten doen. Nieuwe mensen werven en opleiden, bijvoorbeeld. Politiek en samenleving denken al gauw: hier heb je een zak geld, en nu hup aan de slag. Maar zo snel gaat dat niet.”

Zwaar vuurwerk
Jan van den Bos was voorzitter van de Inspectieraad, IG van Inspectie Leefomgeving en Transport. Eerder was hij IG van Inspectie SZW, DG Arbeidsmarktbeleid en Bijstand, directeur Financieel-Economische Zaken bij het ministerie van SZW. Ook werkte hij bij het ministerie van Financiën en bij Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

“Dat er nieuwe toezichthouders bij komen, zoals een Inspectie belastingen, toeslagen en douane, vind ik verstandig. De aanleiding is niet fraai, de fouten hadden niet gemaakt mogen worden. Maar nu ze gemaakt zijn, is toezicht nodig. Al was het maar om het vertrouwen bij burgers weer te laten groeien. Feit blijft dat je niet alles kunt oplossen met extra toezicht. Daarvoor is reflectie nodig. Een gremium als de Inspectieraad is daarom ook zo belangrijk, om casuïstiek en ervaringen te delen en samen te reflecteren.”

Hoe vind je dat de inspectieraad functioneert?

“De kracht van de Inspectieraad vind ik de gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid: iedereen die deelneemt heeft dezelfde rol. We zijn allemaal doordrongen van het feit dat we het samen moeten doen, dat we elkaar versterken en kunnen ondersteunen. Wel is de valkuil om té veel samen te willen doen. Samen optrekken is niet altijd mogelijk. Zelfs niet bij thema’s die iedereen raken, zoals de krappe arbeidsmarkt. Sommige inspecties liggen inhoudelijk mijlenver uit elkaar. Een inspecteur bij de ILT met een achtergrond als piloot beweegt zich in een totaal andere omgeving dan een dierenarts bij de NVWA. Daarom vind ik het belangrijk om duidelijk onderscheid te maken waar het wel zinvol is om samen te werken, en waar niet. Wat kunnen we voor elkaar doen, waar moeten we samenwerken om slimmer en effectiever op te treden?”

“De kracht van de Inspectieraad vind ik de gezamenlijkheid. Maar de valkuil is om te veel samen te willen doen.”

“Ontmoeten, collegiale consultatie, reflecteren, innoveren, ondersteunen. Dat is wat de Inspectieraad de leden en aangesloten organisaties biedt. Dat je ondanks verschillende expertise en ervaringen elkaar kunt inspireren met oplossingen. Ik nodigde ook altijd graag gasten uit: de Nationale Ombudsman, de president van de Algemene Rekenkamer, de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.”

Bij welk thema lag als voorzitter je hart?

“Kennis, ontwikkeling en innovatie. Zonder twijfel. De inspanningen van de Inspectieraad hebben tot mooie resultaten geleid, zoals het Leertraject Startende Inspecteurs en sinds kort ook een leergang voor topbestuurders.”

“Als inspectie kun je niet anders dan innoveren om je werk te kunnen blijven doen. Dat is een voortdurende opgave.”

“Onafhankelijkheid is een ander belangrijk thema. Primair natuurlijk ten opzichte van de ondertoezichtstaanden, maar ook in het politiek bestuurlijke krachtenveld is onafhankelijkheid van wezenlijk belang. Een inspectie kan een fout maken en daardoor niet onafhankelijk lijken. Ik vond het daarom altijd al noodzakelijk dat de onafhankelijkheid van inspecties wettelijk werd geregeld om de schijn van afhankelijkheid te voorkomen. De komst van zo’n wet is nu in het laatste Coalitieakkoord opgenomen.”

Hoe kijk jij naar innovatie van het toezicht? Wordt er voldoende geinnoveerd?

“Ja en nee. Als voorzitter van de Inspectieraad is het mijn verantwoordelijkheid om te vinden dat het niet snel genoeg gaat. Maar er gebeurt van alles, dat wordt ook mooi zichtbaar op het jaarlijkse Toezichtfestival en bij de Verkiezingen Handhaving en Toezicht. Als inspectie kun je niet anders dan innoveren om je werk te kunnen blijven doen. Dat is een voortdurende opgave. Maar een goed idee is nog niet meteen ingevoerd, en daarbij zijn inspecties ook nog eens afhankelijk van regelgeving. Innovatie brengt bovendien nieuwe uitdagingen met zich mee. Met drones en satellieten is er bijvoorbeeld massadata-analyse gekomen, maar ook het vraagstuk wanneer data betrouwbaar zijn.”

Hoe zit het met de blik naar buiten bij de inspectieraad?

“Wat de samenleving van ons verwacht, is altijd onderwerp van gesprek geweest bij de Inspectieraad. Hoe kijkt de samenleving tegen toezicht aan? Hoe kunnen we daar vorm aan geven? Zoals de IG van de Nederlandse Arbeidsinspectie die laatst zijn visie gaf op arbeidsmigratie, dat vind ik een goede ontwikkeling. Als toezichthouder ben je voor meer verantwoordelijk dan informatie samenbrengen en verspreiden – ook voor het delen van wat je ziet gebeuren.”

“Let als toezichthouder altijd op de context waar je in zit, die is altijd meervoudig en heeft meerdere lagen.”

Wat wil je meegeven aan je opvolger Alida Oppers?

“Ik vind het goed dat de Inspectieraad nu een vrouwelijke voorzitter krijgt en bovendien iemand uit de wereld van kwaliteitstoezichthouders. Zij heeft een andere blik en brengt andere vraagstukken mee. Alida zal het op haar eigen manier doen, maar als ik toch iets moet meegeven, dan is het: zorg ook voor een beetje plezier en gezelligheid. Agendastukken zijn belangrijk, maar het samenzijn net zo goed. De combinatie van inhoud en verbondenheid maakt dat mensen ruimte in hun agenda’s maken om naar de vergaderingen te komen.”

Heb je nog fameuze laatste woorden als voorzitter

“Ik ben niet zo van de heldendaden, mijn kracht ligt vooral in het tijdig signaleren en ontwijken van kliffen. Ik kan me goed verplaatsen in de verschillende perspectieven op toezicht, inclusief het Haagse. Dat is niet zo zichtbaar voor anderen. Wat ik wel nog wil meegeven: let als toezichthouder altijd op de context waar je in zit, die is altijd meervoudig en heeft meerdere lagen.”