Ga naar de inhoud

Nieuwe regels, nieuwe rol: de AFM over toezicht op de CSRD

Goed rapporteren over de duurzaamheid van je bedrijf. Ruim 3000 organisaties in Nederland zullen verplicht worden dit te doen door de nieuwe Europese richtlijn CSRD (de Corporate Sustainability Reporting Directive). Dat stelt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor nieuwe uitdagingen, want nieuwe regelgeving brengt altijd leerpunten met zich mee. Hoe pakt de AFM haar rol op? Vijf inzichten over hun aanpak.

Vier handen houden allemaal een puzzelstukje met een letter vast, samen vormt dit de letters CSRD

Wat zijn de CSRD (en ESRS)?

De CSRD is een Europese richtlijn die in de komende jaren voor steeds meer ondernemingen verplicht wordt. Samen met de ESRS (European Sustainability Reporting Standards) bepaalt de CSRD dat uiteindelijk ongeveer 150 beursgenoteerde bedrijven in Nederland en zo’n 3000 andere grote bedrijven in ons land in hun jaarverslag transparant moeten rapporteren over duurzaamheid.

Die rapportage gaat over impact, risico’s en kansen. Bijvoorbeeld welke impact de onderneming heeft op klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Risico’s zijn onder meer extra belastingen of nieuwe investeringen die een bedrijf moet doen in het kader van duurzamheid. Kansen kunnen nieuwe producten en diensten zijn die ontstaan door een duurzamere koers.

Wat ligt er sinds 1 januari 2024 extra op het bord van de AFM?

Voor de AFM betekent dit een uitbreiding van haar toezichtstaak. In de eerste plaats is dat toezicht op het duurzaamheidsverslag van beursgenoteerde bedrijven, dat nu een vast onderdeel is van het bestuursverslag. De AFM controleert of die voldoet aan de vereisten uit de CSRD/ESRS. Daarnaast is er de nieuwe toezichtstaak om toezicht te houden op accountantsorganisaties en of zij de duurzaamheidsrapportages van zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde bedrijven goed hebben beoordeeld.

In de loop van 2025 volgen de eerste rapportages en de assuranceverklaringen van accountants. Maar in de aanloop hiernaartoe heeft de AFM de bedrijven en ook zichzelf voorbereid. Welke inzichten heeft dit opgeleverd?

1. Vind de juiste aanpak én toon

Bij nieuwe regelgeving zijn je aanpak en toon van cruciaal belang. De uitkomsten van eigen gedragsonderzoek naar duurzaamheidstoezicht vormden daar bij de AFM de basis voor. Daaruit bleek dat een positieve, coöperatieve benadering het beste zou werken. “De nieuwe regelgeving is complex en het is niet altijd duidelijk hóe je die moet implementeren. Zelfs als een bedrijf van goede wil is, kan het dus misgaan”, vertelt Stephan van Sonderen, manager Kwaliteit Accountantscontrole & Verslaggeving bij de AFM.

De complexiteit van de CSRD/ESRS vraagt daarom in eerste instantie om begrip en samenwerking. “Om die reden legden we de focus in aanloop naar CSRD op ondersteuning. Met daarbij ook webinars en een evaluatie die bedrijven zelf konden doen om te kijken of ze op de goede weg waren. We waren aanwezig bij meerdere bijeenkomsten over CSRD, zoals de CSRD Day. Ook brachten we verschillende rapporten uit. Waaronder ‘Tien navigatiepunten voor CSRD’, met goede voorbeelden die bedrijven handvatten boden voor een transparante duurzaamheidsrapportage.”

“In het geval van de CSRD past een positieve, coöperatieve benadering het beste.”

Ook haar toon paste de AFM aan op deze aanpak. Van Sonderen: “Als je bedrijven publiekelijk aanspreekt op wat niet goed gaat, demotiveer je de grote meerderheid. Daarom kiezen we publiekelijk voor een positieve toon en benadrukken we goede voorbeelden. Gaat het bij een bedrijf toch niet goed, dan spreken we zo’n organisatie een op een aan.”

2. Maak ruimte voor een leerproces, ook intern

Nieuwe regelgeving vraagt om nieuwe kennis. Van bedrijven én van toezichthouders. Bij de CSRD betekent dit voor de AFM dat we leren begrijpen hoe ecologische en sociale impact werkt en hoe je die meet. Voorbeeld: een bedrijf heeft een relatief hoge CO2 -uitstoot. Dan moet het daarbij nu ook aangeven welke impact dit heeft op haar omgeving, zoals op het klimaat en biodiversiteit, maar ook aangeven of hier risico’s aan zitten voor de onderneming zoals hogere kosten in de toekomst.

“Je hoeft geen bioloog te zijn, maar we moeten wel snappen hoe impactmechanismes werken.”

“Wij moeten kunnen inschatten of die impactrapportage redelijk is, en daar zijn en worden onze mensen dus ook voor opgeleid”, vertelt Van Sonderen. “Overigens hoef je geen bioloog te zijn, maar je moet wel snappen hoe impactmechanismes werken en hoe je hier correct over rapporteert. Dit biedt onze medewerkers een kans om expertise te ontwikkelen op een heel nieuw gebied, maar we nemen hier ook speciaal mensen voor aan. Hierdoor wordt het toezicht meer divers en multidisciplinair.”

3. Houd zicht op je doel (positieve bijeffecten zijn mooi meegenomen)

Voor de CSRD is het doel helder: transparantie. Het gaat niet om het afdwingen van duurzaamheid bij bedrijven. Het gaat erom dat bedrijven eerlijke en nuttige informatie delen over hoe duurzaam ze zijn. Een vervuilend bedrijf kan dat ook doen, zonder per se duurzamer te worden.

“Wij houden dus nadrukkelijk géén toezicht op hoe duurzaam een bedrijf is. Daar hebben wij ook het wettelijk mandaat niet voor. Maar als bedrijven eerlijk rapporteren – en daar houden wij wél toezicht op – dan kan het als bijeffect hebben dat ze duurzamer gaan opereren. Want misschien is een bepaalde werkwijze die vervuilend is eigenlijk niet goed uit te leggen en daarmee slecht voor de reputatie van een bedrijf. Dan kan de verplichting om daarover te rapporteren het laatste zetje zijn om toch te verduurzamen. Maar die keuze ligt bij de markt. Daar sturen we niet op.”

4. Zoek samenwerking die waarde toevoegt

De CSRD raakt meerdere toezichthouders, nationaal en internationaal, omdat het een Europese richtlijn is. Van Sonderen: “We overleggen met De Nederlandsche Bank, zodat we kennis kunnen uitwisselen over het CSRD-toezicht en overige duurzaamheidsregels en risicoanalyses in de financiële sector. En we stemmen vanzelfsprekend veel af binnen de European Securities and Markets Authority (ESMA). Daarin zijn alle Europese toezichthouders op de financiële markten verenigd. Zo werd ons rapport ‘Tien navigatiepunten voor CSRD’ via ESMA gedeeld. Het gaat namelijk om complexe regelgeving in een internationale markt.”

“We begrijpen dat dit complexe materie is, maar verwachten wel van bedrijven dat ze stappen zetten.”

Daarnaast gaat de AFM samenwerking zoeken met de toezichthouder die op de Europese richtlijn CSDDD toezicht gaat houden. Dit zijn verduurzamingsregels voor de grootste ondernemingen in Europa die bedrijven verplichten om actie te ondernemen als ze milieu- en mensenrechtenrisico’s lopen. “Deze wetgeving gaat dus wel echt om wát je doet. In het huidige wetsvoorstel wordt de ACM de toezichthouder hiervoor, al is dat nog onder voorbehoud. We gaan sowieso met die toezichthouder samenwerken. In eerste instantie gaat het vooral om kennis delen”.

Van Sonderen voegt wel toe: “Het eerlijke verhaal is dat samenwerking mooi is, maar het is wel belangrijk om een balans te vinden.”

5. Geef ruimte, maar stel grenzen

De aanpak van de AFM geeft bedrijven in dit geval ruimte om te leren. Fouten worden niet per se meteen bestraft. Toch is de boodschap ook dat er grenzen zijn. Bij overduidelijke overtredingen zal de AFM handhaven. Van Sonderen: “We begrijpen dat deze materie complex is, maar we verwachten wel van bedrijven dat ze stappen richting transparante verslaglegging zetten.”