Het blijft bijzonder hoe een relatief oude wet nog steeds zo modern is. De Arbowet, origineel uit 1980 en een stuk flexibeler sinds de deregulering in 2006, heeft namelijk nog steeds een krachtige onderliggende boodschap. Zo ziet inspecteur-generaal van de Arbeidsinspectie Rits de Boer het. De ToeZine-columnist betoogt dat de wet dankzij flexibele, moderne normenkaders werkgevers aanzet de verantwoordelijkheid te nemen voor een veilige werkomgeving.

‘Bezint eer gij begint’, een mooie tekst voor een tegeltje én een die niet zou misstaan in de Arbowet (voluit Arbeidsomstandighedenwet). Zo verplicht de wet iedere werkgever om een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) te maken. Een voorschrift aan werkgevers om zich eerst te bezinnen voor hun medewerkers met hun werkzaamheden beginnen. Door mogelijke risico’s en gevolgen van werkzaamheden in kaart te brengen, voorkomen ze ongelukken en waarborgen ze de veiligheid en gezondheid van medewerkers.
Maar is zo’n RI&E nou niet weer een sprekend voorbeeld van de veelheid aan regeltjes waar je als werkgever gek van wordt en die we ook wel kunnen afschaffen? Na mijn tien jaar Arbeidsinspectie durf ik wel te zeggen: de RI&E is vooral een bewezen effectief voorschrift. Dat ook nog eens bewijst dat de Arbowet niets aan moderniteit heeft ingeboet. Laat me dat uitleggen.
Duizenden ongevallen
Dat er nog te veel arbeidsrisico’s zijn, tonen de cijfers aan. Jaarlijks vinden er duizenden arbeidsongevallen plaats, waarvan er 50 tot 70% niet gemeld worden. Terwijl werkgevers wel verplicht zijn daarover bij de Arbeidsinspectie op de lijn te komen. Van alle ongevallen zijn er vijftig tot zeventig dodelijk. Stuk voor stuk drama’s voor nabestaanden en werkgevers. Onze familie-inspecteurs die nabestaanden begeleiden na een bedrijfsongeval getuigen ervan in ons jaarverslag.
“Veel van wat fout gaat, had voorkomen kunnen worden. Dat laat onderzoek keer op keer zien.”
Naast de dodelijke ongevallen onderzoeken wij als inspectie jaarlijks nog ruim 2000 ongevallen met ernstige gevolgen. En met risicogestuurde inspectie houden we preventief toezicht in onder andere de logistiek, asbestsanering, bouw en chemische industrie. We concluderen daaruit dat gezondheidsrisico’s vaak nog groter zijn dan veiligheidsrisico’s en een grotere groep werkenden raken. Dit gaat van blootstelling aan dieselmotoremissie, asbest en andere gevaarlijke stoffen, via beroepsziekten en fysieke belasting tot psychosociale arbeidsbelasting door werkdruk, omgangsvormen of discriminatie.
Vooruitzien loont
Veel van wat fout gaat, kun je voorkomen. Ook dat laat onderzoek keer op keer zien. Of het nu van de Arbeidsinspectie, de Onderzoeksraad voor Veiligheid of de Algemene Rekenkamer is. Hoe dan? Je raadt het al, door aan de voorkant de risico’s in beeld te brengen en te bedenken hoe je ze kunt verminderen. Dat is precies wat een RI&E vraagt.
Waar sectoren RI&E’s niet goed oppakken, sorteren inspectieprojecten effect. Zoals in de garagebranche. Het percentage bedrijven in die branche dat serieus werk maakt van de RI&E is omhooggeschoten. Nu heeft 64 procent van de werkgevers in Nederland er één. Een sterke stijging, want jarenlang bleef dit op 50 procent steken.
Werkgevers zélf aan de slag
Het moderne aan de Arbowet zit in drie principes. Het eerste is dat de wet doordrongen is van de realiteit dat werkgever en werknemers het best in staat zijn om risico’s te kennen en te beheersen. Het is hún dagelijkse praktijk. In een hoogontwikkelde samenleving met ver doorgevoerde specialisaties is dat ook verstandig. Zélf risico’s inschatten en beheersen, mobiliseert de kennis en expertise van zowel werkgever als werknemers.
“Het ultiem moderne principe van de Arbowet is dat je als werkgever de stand van de wetenschap moet hanteren.”
Het tweede principe is de arbeidshygiënische strategie: een rangorde van maatregelen. Moet je bijvoorbeeld in een werkproces met kankerverwekkende stoffen werken, dan zoek je een niet-kankerverwekkende alternatieve stof. Werk je met dieselmachines, dan zoek je een elektrisch alternatief. Pas als zo’n alternatief er niet is, kom je uit bij andere maatregelen. En pas in laatste instantie werk je tóch met schadelijke stoffen en zorg je voor goede persoonlijke beschermingsmiddelen.
Branches gaan er zélf over
Tot slot is er het derde, ultiem moderne principe: in je arbobeleid moet je de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening hanteren. Daarbij helpen branches met branchecatalogi. Praktische gidsen met afspraken en richtlijnen voor veilig en gezond werken in specifieke sectoren. Een branche mag daar op basis van de wet afspraken over maken. Terwijl dat op andere terreinen, bijvoorbeeld bij prijsafspraken, juist een absolute no-go is.
De inspectie hanteert de arbo-catalogi, na een check, vervolgens ook als uitgangspunt in haar toezicht. Toepassing van de tips en tricks uit de catalogus voor werken op daken bijvoorbeeld verlaagt naar onze inschatting de kans op ongevallen met zeker een factor 100.
Nu belangrijker dan ooit
Precies tien jaar geleden leken bovenstaande normen uit de wet allemaal toch wat minder relevant. Want hoeveel arbeid zou er nog zijn te verrichten in de toekomst? In 2014 schetste het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een perspectief dat robots en AI veel werk zouden overnemen en de noodzaak voor menselijke arbeid zouden verminderen.
Tien jaar later lijkt wel zo’n beetje het omgekeerde te zijn gebeurd. Er zijn ruim anderhalf miljoen meer mensen aan het werk in Nederland. Dat is ruim 18% stijging in 10 jaar. Dat is immens: de grootste stijging in welke periode van 10 jaar dan ook sinds het beginjaar van de CBS-cijferreeks: 1807!

En die groei is lang niet allemaal door hoogopgeleiden in de ICT. Er is veel ongeschoold, repetitief en fysiek belastend werk. Achter de hightech muisklikken waarmee we spullen bestellen, zit vaak toch nog lowtech backend logistiek. Prima als vele handen licht werk maken. Maar de realiteit is dat deze vele handen, veelal van uitzendkrachten en meestal arbeidsmigranten, alsnog veel te zwaar werk doen.
Mét ruimte om in te grijpen
Een treffend voorbeeld zijn de pakketdiensten. Onder de zes grote dienstverleners die bijna alle pakketten verwerken, inspecteerden we 35 van hun ongeveer honderd distributiecentra. Bij alle aanbieders gold de teleurstellende conclusie dat werknemers te zwaar fysiek belast werden. Ondanks gedeeltelijke automatisering moesten zij nog veel tillen en sleuren.
“De eis van de inspectie om te automatiseren, zet pakketdiensten aan tot innovatie die het werk gezonder maakt.”
Terwijl de techniek er toch is om die fysieke belasting sterk te verminderen. Blijkbaar loonde het niet om daarin te investeren voor afzonderlijke werkgevers. Pas nu de inspectie de hele branche verplicht om verder te automatiseren en robotiseren, dwingt dit werkgevers collectief en individueel om te innoveren. En hier ook echt geld aan uit te geven. Ook een tegeltje: de kost gaat voor de baat uit.