Ga naar de inhoud

Reconstructie van een parlementaire enquête

Daar zit je dan voor een commissie van vijf leden. De camera’s op je gericht. Tweeënhalf uur lang beantwoord je kritische vragen om te reconstrueren hoe het zo mis is gegaan met de gaswinning in Groningen. Hans de Waal maakte het mee als adviseur bij Staatstoezicht op de Mijnen. Hij blikt terug op de impact die deelnemen aan een parlementaire enquêtecommissie op hem en zijn organisatie had en vertelt wat de geleerde lessen zijn.

Afbeelding van Hans de Waal bij parlementaire enquetecommissie
Foto: ANP

Eigenlijk was het voor Hans de Waal en veel van zijn collega’s al in 2012 duidelijk dat er een parlementaire enquête over de gaswinning in Groningen zou komen. Waarom wisten zij dat tien jaar van tevoren zo zeker? “In 2012 was de zwaarste aardbeving ooit gemeten in Groningen. Die vond plaats in Huizinge en had een sterkte van 3.6 op de schaal van Richter. Hierna gaf Staatstoezicht op de Mijnen de NAM het dringende advies om de gaswinning terug te draaien. Wij zagen namelijk een duidelijk verband tussen de beving en de gaswinning. Dit advies werd genegeerd. Sterker nog: de productie werd in 2013 juist verhoogd. Dat was voor ons het teken om ons voor te bereiden.”

Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen

Met een parlementaire enquête krijgen de Eerste en Tweede Kamer informatie over een bepaald onderwerp. In dit geval de besluitvorming over de aardgaswinning, aardbevingen, schadeafhandeling en versterking van gebouwen.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) was een van de ongeveer twintig partijen waarbij de parlementaire enquêtecommissie te rade ging. Als toezichthouder was SodM namelijk al vanaf het begin van de aardgaswinning betrokken. Bij de openbare verhoren van de commissie zijn zes SodM’ers verhoord, onder wie Hans de Waal.

Op 24 februari 2023 presenteerde de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen haar rapport ‘Groningers boven gas‘.

Alles in kaart

De eerste voorbereiding bij SodM bestond uit het heel goed en volledig archiveren van alles wat vanaf dat moment met Groningen te maken had. “In 2018 werd duidelijk dat er ook echt een parlementaire enquête zou komen. Daarop hebben we meteen mensen van buiten onze organisatie aangenomen om die archivering helemaal op orde te krijgen. Voor de hele periode van de gaswinning – van de ontdekking van het Groningenveld in 1959 tot het jaar van de parlementaire enquête in 2022. Een projectleider en verschillende specialisten in archivering en data hielpen ons daarmee.”

“Uiteindelijk hebben we ruim 59.000 documenten aangeleverd aan de commissie.”

Hiervoor werden documenten opgedoken uit het Rijksarchief in Winschoten. En later ook nog 27 dozen uit een vergeten archief in Maastricht waar het hoofdkantoor van Staatstoezicht op de Mijnen oorspronkelijk gevestigd was. “Uiteindelijk hebben we bijna 500.000 documenten verzameld en waar nodig gedigitaliseerd. Het ging dan onder andere om brieven, e-mails, notulen van technische bijeenkomsten, verslagen van besprekingen en technische rapporten.”

Vindbaar maken

Om in die grote hoeveelheid data ook te vinden wat je nodig hebt, tuigde SodM in 2019 alvast een zoekmachine op. Hierbij werd De Waal als inhoudelijk expert betrokken. “Ik werk zelf sinds 2009 bij SodM, en daarvoor van 1977 tot 2009 bij Shell en was geregeld betrokken bij onderzoek naar het Groningenveld.” Zo promoveerde De Waal in de jaren 80 op een proefschrift over het verband tussen de gasproductie in Groningen, drukdalingen en de samendrukking van het gesteente op drie kilometer diepte. Daarmee toonde hij toen al aan dat gaswinning op termijn zou gaan leiden tot een versnelling van de bodemdaling. Met dat onderzoek werd uiteindelijk niets gedaan. Sterker nog, de NAM financierde enkele jaren later nieuw onderzoek dat het tegendeel concludeerde en veel minder bodemdaling voorspelde. Dat diende daarna lange tijd als leidraad.

Hans de Waal
Hans de Waal (foto: Hélène Wiesenhaan)

In zijn tijd bij Staatstoezicht op de Mijnen was De Waal betrokken bij het onderzoek dat plaatsvond na de beving in Huizinge. “Ik had een goed overzicht van gebeurtenissen rondom het Groningenveld en kon aangeven: dit zijn belangrijke dingen en documenten die we in ieder geval moeten vinden. Hier had ik ook tijd voor. Ik zou eigenlijk met pensioen gaan, maar ben hiervoor speciaal langer in dienst gebleven.”

Verder uitbreiden

Met alle documentatie op een rij wilde SodM kijken of ze ook snel genoeg kon reageren op de vragen van de enquêtecommissie. “Die komt voorafgaand van de verhoren namelijk met informatieverzoeken die je schriftelijk moet beantwoorden. En met documentatieverzoeken waarvoor je – hoe kan het ook anders – documentatie aanlevert. Met een simulatie onderzochten we hoe snel we op dat soort vragen konden reageren. Een expert van buiten het team stelde pseudo-verzoeken op en wij kregen een week om ermee aan de slag te gaan. Zo zagen we al snel dat zoiets echt heel veel werk is en we ons team verder moesten uitbreiden.”

“Ik had mijn verhaal geoefend met een verhoortrainer. Daardoor voelde het verhoor bijna vertrouwd.”

Een klein jaar voor de verhoren was het zover. De enquêtecommissie stuurde een brief naar SodM met tien informatie- en tien documentatieverzoeken. “Behoorlijk veel en dat laat ook zien hoe belangrijk SodM was bij het reconstrueren van dit dossier. Uiteindelijk hebben we ruim 59.000 documenten aangeleverd aan de commissie. Als we de bijlages in de e-mails meetellen komen we op bijna 165.000 bestanden.”

Het verhoor

Zes SodM’ers werden vervolgens door de commissie opgeroepen om hun verhaal rondom Groningen te vertellen. De Waal was een van hen. “Logisch, omdat ik dus zowel bij Shell als tijdens mijn werk voor SodM bij Groningen betrokken was”, stelt hij. “Ook op dit verhoor hebben we ons grondig voorbereid. Voor elk van ons is uit die 59.000 documenten een persoonlijk dossier gemaakt. Daarmee en op basis van onze herinneringen maakten we ieder een eigen tijdlijn van gebeurtenissen.”

Voor het zover was, volgde eerst nog een informeel verhoor. “Dat lijkt op de uiteindelijke hoorzitting, maar is niet onder ede en vindt achter gesloten deuren plaats. Interessant voor mij, maar ook voor de commissie, want het helpt hen om de feiten op een rijtje te krijgen voor het officiële verhoor. Die ondervraging oefende ik van tevoren met een verhoortrainer in een vergelijkbare setting. Dus met vijf commissieleden voor me en hun ondersteunend personeel aan de zijkant ernaast. Inclusief vragen die je van de commissie kunt krijgen. Dat maakte het echte verhoor uiteindelijk veel minder spannend. Het voelde zelfs bijna vertrouwd.”

Eigen verhaal

“Door al die voorbereidingen waren er tijdens het verhoor geen verrassingen meer voor mij. De commissie had zich duidelijk goed voorbereid en ik kreeg ook alle ruimte om mijn verhaal te vertellen. Zij wilden een goede reconstructie maken, door te zoeken naar feiten. Bijvoorbeeld hoe het in die periode rondom de aardbeving in Huizinge is gegaan. Over de beschikbaarheid van technische expertise bij SodM en de rol van het KNMI en TNO, dat soort dingen.”

“Je moet je niet bekeken voelen tijdens zo’n verhoor en dat heb ik inderdaad ook nooit zo ervaren.”

“Ik ben heel tevreden hoe het is gegaan. Je zit daar op persoonlijke titel, niet als medewerker van een organisatie. Je moet je eigen verhaal naar eer en geweten vertellen. Het idee is dat je je zo niet bezwaard voelt om dingen te vertellen. Zo komen er bij zo’n verhoor bijvoorbeeld ook geen mensen op seniorniveau van je organisatie mee. Je moet je niet bekeken voelen. En dat heb ik inderdaad ook nooit zo ervaren.”

Kijk of lees de officiële verhoren, waaronder die van Hans de Waal, hier terug.

Een goed beeld

Het uiteindelijke rapport van de commissie zagen De Waal en de andere getuigen van SodM een maand voor het echt uitkwam. “We werden uitgenodigd om in het Tweede Kamergebouw het rapport – nog zonder conclusies en aanbevelingen – te checken op feiten. In twee dagen hebben we met z’n vieren 1800 pagina’s doorgelopen. Als we iets buiten de ruimte waar we zaten wilden, zoals lunchen of naar de wc, werden we geëscorteerd. Niets van het rapport mocht toen al naar buiten komen. Dat was best een bijzondere ervaring.”

Inmiddels is het rapport voor iedereen te lezen. Net als een groot deel van de documenten die SodM aanleverde. Dat zorgde nog voor een laatste bult werk: zo’n 60.000 pagina’s werden gelakt, zodat ze ook publiekelijk gedeeld konden worden. Wat De Waal vindt van het uiteindelijke rapport? “Petje af voor de commissie. Ik vind het opvallend hoeveel ze boven water hebben gekregen. We waren ook blij met hoe SodM uit de verf kwam in het rapport. Ook intern zien collega’s dat er integer gehandeld is door ons als toezichthouder. Nu mag ik hopen dat alle partijen iets leren van wat hier gebeurd is.”

Tips voor de voorbereiding op een parlementaire enquête

1. Begin op tijd
Bij ons is het alleen maar zo goed gegaan, omdat we al ruim voor de officiële aankondiging waren begonnen om onze informatiehuishouding op orde te brengen.

2. Verhoog de capaciteit – ook met hulp van buitenaf
Je kunt de kennis, kunde en menskracht die hiervoor nodig is niet alleen uit je eigen organisatie halen.

3. Put uit ervaring
Nodig experts uit en stel vragen over hoe zo’n parlementaire enquête in zijn werk gaat. Je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden.

4. Vraag om extra middelen
Voorbereiden op een parlementaire enquête kost veel tijd en geld. Wij hebben er bij ons departement aanvullend budget voor gevraagd.