Ga naar de inhoud

Strategisch toezicht landt steeds meer bij inspecties

Toezichthouders zijn er om het publieke belang te dienen. Om dit te bereiken, wil je niet alleen de regels handhaven, maar ook vooruitzien en juist overtredingen voorkomen. Kortom, strategisch toezicht houden. Maar dat is nog lang geen gemeengoed bij inspecties. De Inspectieraad wil met het Leertraject Strategisch Toezicht zoveel mogelijk toezichtmedewerkers bereiken en een golf van verandering veroorzaken.

Blokkentoren die strategisch toezicht symboliseert

Inspecties spelen een belangrijke rol in het veilig en gezond houden van Nederland. In een steeds complexere maatschappij vraagt dat om strategisch toezicht. Dat is toezicht dat zich ook op de lange termijn richt en oorzaken achter problemen ontrafelt. Een strategisch toezichthouder is proactief en probeert uitdagingen en trends te voorspellen om daar met toezicht tijdig op in te spelen. Die toezichthouder neemt ook de belangen van verschillende stakeholders mee, waaronder steeds nadrukkelijker het burgerperspectief. En is erop gericht de situatie bij ondertoezichtstaanden te verbeteren, in plaats van alleen naar fouten te zoeken en die te bestraffen.

De Inspectieraad wil kennis over strategisch toezicht het liefst zo breed mogelijk in de organisatie verspreiden.

Het Leertraject Strategisch Toezicht geeft handvatten voor dit type toezicht. Dit jaar leidt het leertraject zo’n 50 deelnemers op, uit alle hoeken van inspecties, van leidinggevende tot uitvoerende functies. “We willen in elke laag van toezichtorganisaties medewerkers helpen om anders na te denken over hun toezicht. En over hoe dat optimaal bijdraagt aan het publieke belang”, legt Jan Willem Zevenhuizen uit. Hij is als strategisch adviseur bij Bureau Inspectieraad verbonden aan het leertraject.

Kennis breed verspreiden

Het leertraject begon al in 2017 maar met een andere insteek. “Toen was het specifiek voor medewerkers die een verandertraject naar strategisch toezicht in hun organisatie zouden kunnen versnellen. Na vijf edities van dat leertraject kwam uit de evaluatie dat de Inspectieraad vooral de kennis over strategisch toezicht breed wil verspreiden – onder alle lagen van de organisatie. Dat leidde tot de keuze om het leertraject aan te passen: meer toezichtgericht, zónder daar het veranderkundige aspect in mee te nemen.” En zoals alle leertrajecten van de Academie voor Toezicht is het ‘van de inspecties voor de inspecties’: mensen uit de toezichtspraktijk, van inspecteurs tot inspecteurs-generaal, delen hun kennis met medewerkers bij inspecties en andere toezichthouders.

In het publieke belang

Het nieuwe Leertraject Strategisch Toezicht begon in 2023 als pilot. Tijdens zes lesdagen, verdeeld over drie maanden, staat telkens een andere invalshoek van strategisch toezicht centraal. Zo is er een dag over effectmeting, eentje over risico- en systeemanalyse en een over interventiestrategie aan de hand van bijvoorbeeld gedragsinzichten. Ook gaat er een dag over de verhouding tussen beleid en toezicht en een dag over maatschappelijke oriëntatie van toezicht, dus hoe toezichthouders zich verhouden tot het publiek belang. Wat weer helemaal in lijn is met het overkoepelende doel van het leertraject: laten landen dat toezicht vooral in het publieke belang zou moeten gebeuren.

Leren van anderen

Zevenhuizen: “Heel belangrijk tijdens het leertraject is dat je ziet wat andere inspecties doen. Dat ze bijvoorbeeld ook met een vorm van risicogericht toezicht bezig zijn. Of interventies plegen op basis van gedragsinzichten. En dat je kunt leren van die andere aanpakken, want er is niet één manier om strategisch toezicht uit te voeren. Het is denk ik ook goed om te horen waar anderen tegenaan lopen. Sommige deelnemers geven aan dat ze het heel goed vinden wat we bespreken, maar dat het nog een opgave is om dat ook te laten landen in hun organisatie. Dat kan door iemands positie komen, maar soms ook door de cultuur van de organisatie of afdeling. Deze signalen kunnen wij direct teruggeven aan de Inspectieraad.”

Doel van het leertraject: laten landen dat toezicht vooral in het publieke belang moet gebeuren.

Dat laatste toont ook meteen het nut van de opleiding: strategisch toezicht is echt nog niet overal geland. En op sommige plekken is er nog weerstand. “Daarom vinden we het zo belangrijk om steeds meer toezichthouders dit leertraject te laten volgen”, stelt Zevenhuizen. “We zien ook dat hoe meer mensen in een organisatie het leertraject hebben gedaan, hoe meer het wél landt. Nu er steeds meer medewerkers het traject hebben gevolgd, groeperen die collega’s zich vaak ook weer binnen hun eigen organisatie. En deelnemers van het traject kunnen lid worden van het Toezicht Innovatienetwerk (TIN). Daarin bespreken, delen en helpen ze elkaar met casussen.”

Frustraties en enthousiasme

Zevenhuizens collega Ester Nieuwhuis participeerde recent in het traject. “Ik ben sinds 2023 adviseur innovatie toezicht bij de Inspectieraad. Daarvoor werkte ik negen jaar bij de Inspectie van het Onderwijs. Toch viel er nog veel voor me te leren omdat ik een beter beeld kreeg van wat er bij andere toezichthouders speelt.” Zo merkte ze dat sommige deelnemers teleurgesteld waren in hun inspectie. “Het kan frustreren als jouw inspectie een publieke waarde niet kan vervullen. Dat de inspectie de regels misschien wel handhaaft, maar niet wezenlijk bijdraagt aan een betere samenleving. Of soms zelfs het tegenovergestelde doet.”

Nieuwhuis hoorde ook veel interessante casussen van deelnemers: “Iemand van de ILT vertelde over een risicomodel dat milieuschade in geld uitdrukt. En een deelnemer van de NVWA deelde hoe zij naleving cijfermatig in kaart brengen en op die data hun interventies aanpassen. Dat soort kennis uit het traject deel ik regelmatig met anderen. En ik heb al meerdere malen mensen van buiten het traject in contact gebracht met deelnemers. Zo heeft de opleiding ook een belangrijke netwerkfunctie.”

Na het leertraject

Netwerken en kennisdelen zijn belangrijke bijvangst van het traject, maar de hoop bij de Inspectieraad is ook dat deelnemers zich na het traject verder willen verdiepen in strategisch toezicht. Zevenhuizen: “Het traject is echt een introductie op het onderwerp. We raden deelnemers aan om zich vooral verder te verdiepen als een onderwerp hen in het bijzonder aanspreekt. Dat hoeft – en kán –niet altijd bij ons, er zijn trainingen in overvloed. Wij zetten de opleidingsmogelijkheden voor toezichthouders op een rij.”

Het traject is een introductie op strategisch toezicht. Wie daarna de diepte in wil, moedigen we aan om verder te kijken.

Aan animo voor het traject is geen gebrek. Het is inmiddels zo’n groot succes dat er een wachtlijst is, ook met deelnemers vanuit markttoezichthouders. Zevenhuizen: “Dit jaar bieden we drie trajecten aan ongeveer 50 mensen. Volgend jaar willen we er nog meer plannen, afhankelijk van het aantal interne docenten dat we beschikbaar hebben. We willen dat de kennis over en het inzicht in strategisch toezicht groeit en een golf van verandering veroorzaakt.”